Robin Utrecht

Merendeel van de kunstdiefstallen blijft onopgelost

De diefstal van het gouden kunstwerk van Arne Quinze is opmerkelijk, maar niet uitzonderlijk. Jaarlijks worden in ons land meer dan 200 kunstdiefstallen gepleegd. Slecht nieuws voor de eigenaars van die werken, want slechts 5% van die gevallen wordt opgelost. VRT NWS sprak met Lucas Verhaegen, de enige inspecteur van de Federale gerechtelijke politie in België die werkt rond kunstdiefstal.

Eerst het goede nieuws: hoewel het aantal groot lijkt, blijft het aantal kunstdiefstallen in ons land al enkele jaren stabiel: tussen de 200 à 300 per jaar. De meeste daarvan vinden niet plaats in musea of galeries maar bij particulieren. Tussen de 5 en de 8 procent daarvan wordt uiteindelijk opgelost. Dat cijfer is laag, maar in lijn met het Europese gemiddelde. Slechter nieuws: die cijfers dateren van toen er nog een volwaardige cel kunst en antiek bestond bij de gerechtelijke politie. Die is de laatste jaren teruggebracht tot één persoon: Lucas Verhaegen is de enige inspecteur in het land die zich bezig houdt met kunstroof. 

Dat heeft als gevolg dat voor het grootste deel van vorig jaar, tot november 2017, geen enkele zaak werd opgelost. Sinds december vorig jaar zijn er gelukkig wel enkele kunstwerken teruggevonden. Het blijft wel erg lastig om  concrete cijfers te noemen, want slimme kunstdieven wachten dikwijls erg lang om hun buit te verkopen. "Vaak wachten ze 5, 10, tot wel 20 jaar." zegt Verhaegen. Zaken die nu worden opgehelderd dateren dus vaak van diefstallen die jaren geleden plaatsvonden. "Daarbij komt ook nog dat de kans groot is dat die kunstwerken onopgemerkt van eigenaar wisselen, omdat ze niet nauwkeurig gemeld staan, er geen foto's van beschikbaar zijn, en er bijgevolg ook niet wordt geseind op nationaal niveau of naar Interpol."

Wanneer ik met pensioen ga zal er niet meer actief gezocht worden naar gestolen kunstwerken."

Lucas Verhaegen, Federale gerechtelijke politie

Inspecteur Verhaegen staat er dus alleen voor. Wanneer hij toch hulp nodig heeft, moet hij bijstand vragen aan de lokale politie. Er lijkt ook niet meteen verandering te komen in de situatie. "Dat blijft zo" aldus Verhaegen, "en wanneer ik met pensioen ga zal er helemaal niet meer actief gezocht worden naar gestolen kunstwerken." 

Hoewel de frequentie van de kunstdiefstallen stabiel blijft, is er wel een opmerkelijke stijging in de waarde van de gestolen werken. "Terwijl de gemiddelde buit vroeger tussen de 1000 à 5000 euro bedroeg, met uitschieters van zo'n 10.000 à 15.000 euro, ligt de gemiddelde waarde nu veel hoger. De bedragen die circuleren gaan van 200.000 tot meer dan 800.000 euro."

De diefstal van het werk van Arne Quinze, eerder vandaag, noemt Verhaegen een uitzonderlijk geval: "Omdat het hier om 45 kilogram goud gaat is de kans heel erg klein dat ze dit gaan terugvinden, waarschijnlijk zal het werk versneden en versmolten worden, en niet in zijn huidige staat verkocht."