Netflix moet minstens 30% Europese films aanbieden

Het Europees Parlement en de lidstaten zijn het eens geraakt: ook bedrijven zoals Netflix zullen in de toekomst meer Europese audiovisuele producties moeten programmeren. Tot nu toe waren er alleen voor televisiezenders zulke verplichtingen.  

De nieuwe Europese regels moeten voor een gelijk speelveld zorgen in de audiovisuele sector. Die sector zal meer regels moeten volgen rond reclame, haatdragende taal en geweld of bescherming van minderjarigen.

Sven Gatz (Open VLD), Vlaams minister van Media, is zeer tevreden met de richtlijn. "Die geeft ons Vlaams medialandschap meer hefbomen en een betere bescherming", klinkt het. "De richtlijn biedt een kader voor lidstaten om een bijdrage te vragen aan buitenlandse omproepen zoals Netflix. Die bijdrage kan dan dienen om te investeren in lokale producties."

Concreet willen de regels voor 5 zaken zorgen: 

  • Minderjarigen moeten beter beschermd worden tegen schadelijke inhoud. Er moeten maatregelen genomen worden om op een efficiënte manier kinderen minder bloot te stellen aan advertenties voor ongezond voedsel. Ook product placement en teleshopping in kinderprogramma's moeten verboden worden. Lidstaten mogen dan wel zelf beslissen of ze ook sponsoring van kinderprogramma's verbieden. Ten slotte moeten datagegevens van minderjarigen beter beschermd worden tegen misbruik of gerichte advertenties.
  • Programma's van Europese bodem moeten gepromoot worden. 30% van de aangeboden programma’s op televisie (on demand) moet Europees zijn. Deze verplichting geldt ook voor videoplatformen zoals Netflix.  Dit moet de culturele diversiteit van de Europese audiovisuele sector ondersteunen. In het oorspronkelijke voorstel van de Europse Commissie stond nog 20%, maar onder druk van onder meer Frankrijk is het uiteindelijk 30% geworden.
  • De nieuwe regels zullen de reeds bestaande regels, op vlak van uitzenden van video's met haat of geweld, versterken. Zo zal het ook strafbaar zijn om op een online platform video's te delen die eventueel kunnen aanzetten tot het plegen van strafbare feiten. 
  • De omroepen krijgen meer flexibiliteit bij de indeling van de reclame. Zo kunnen de omroepen nu vrij kiezen wanneer ze tijdens de dag reclame uitzenden, in plaats van de huidige regels die stelt dat ze 12 minuten reclametijd hebben per uur. Tussen 6u en 18u mag  maximum 20% van het televisieaanbod reclame zijn. 
  • Zowel televisieomroepen als aanbieders van televisie on-demand vallen nu onder dezelfde wetgeving. Zo wordt het 'land van herkomst' principe versterkt. Daarop geldt dezelfde uitzondering als bij andere diensten in de EU en dus ook de televisie on-demand, namelijk dat er uitzonderlijk een verbod mag komen indien bepaalde films of programma's een bedreiging voor de openbare veiligheid kunnen vormen. 

In september zal een stemming plaatsvinden in het Europees Parlement om de regels officieel goed te keuren. Wanneer de regels worden goedgekeurd, is het aan de lidstaten om die om te zetten in hun nationale wetgeving.