Kazachgate: Patokh Chodiev wil verontschuldigingen van Belgische autoriteiten

De Belgisch-Oezbeekse miljardair Patokh Chodiev is bereid zijn zaak tegen de Belgische Staat te laten vallen als hij verontschuldigingen krijgt van de Belgische autoriteiten voor de manier waarop hij is behandeld door de onderzoekscommissie Kazachgate. De klachten tegen commissieleden Dirk Van der Maelen (SP.A) en Georges Gilkinet (Ecolo) zullen worden voortgezet. Dat heeft de advocaat van Chodiev, meester Pascal Vanderveeren, aangekondigd tijdens een persconferentie.

Aanleiding van de persconferentie is de eindstemming over het rapport van de onderzoekscommissie. De advocaat leest daarin dat niets overeind blijft van de aantijgingen die binnen de perimeter van de onderzoekscommissie tegen zijn cliënt waren geuit.

Ter herinnering: de commissie moest nagaan of er bij de totstandkoming van de wet op de verruimde minnelijke schikking sprake was van ongeoorloofde inmenging, maar ook of bij de latere toepassing van de wet door het gerecht alles wel volgens de regels van de kunst was verlopen. Chodiev en twee andere Oost-Europese zakenlui waren de eersten om van die wet gebruik te maken om een fraudeproces te vermijden.

Tijdens de commissiezittingen is gebleken dat kringen binnen het Franse Elysée een team advocaten had ingeschakeld om de gerechtelijke problemen van Chodiev in ons land van de baan te helpen. Ze hadden van de Kazachse diplomatie te horen gekregen dat dit een commerciële deal tussen Parijs en Astana zou helpen smeden. Gewezen Senaatsvoorzitter Armand De Decker maakte deel uit van dat advocatenteam.

"Vooringenomen"

Meester Vanderveeren maakte eerder al duidelijk dat hij niet te spreken was over de werking van de onderzoekscommissie. Die was volgens hem vooringenomen. Daarbij richtte hij vooral zijn pijlen op commissievoorzitter Van der Maelen en commissielid Gilkinet. Beide werden intussen gedagvaard door Chodiev, net als het federale parlement als Belgische Staat.

De zakenman is nu bereid die laatste klacht te laten vallen. Voorwaarde is wel dat er van een vertegenwoordiger van de Belgische autoriteiten een brief zou komen waarin wordt aangegeven dat de werking van de onderzoekscommissie niet is verlopen zoals het hoorde en waarin begrip wordt opgebracht voor de "negatieve effecten" op Chodiev en zijn omgeving.