pbombaert@skynet.be

Stiefvader van jongen die stierf na bord bedorven pasta wordt niet vervolgd

De stiefvader van een jongen uit Linkebeek, die stierf nadat ie bedorven pasta had gegeten, wordt dan toch niet vervolgd. Dat heeft de raadkamer in Brussel beslist. De man had eerder bekend dat hij zijn stiefzoon van 14 opzettelijk bedorven eten gaf, maar later trok hij die bekentenis weer in. Nu blijkt dat de jongen niet gestorven is door het eten van een bedorven maaltijd.

Eind 2014 werd de zoon bewusteloos teruggevonden in het appartement van zijn vader in Linkebeek. Uit de autopsie bleek aanvankelijk dat hij was bezweken aan een acute voedselvergiftiging. Twee weken later trok de stiefvader van de jongen naar de politie en verklaarde hij dat hij de tiener opzettelijk een bord bedorven spaghetti had laten eten. De man uit Oudergem en de jongen hadden buikklachten gekregen, maar enkele dagen nadien overleed de 14-jarige jongen.

Maar enkele maanden later trok de stiefvader zijn bekentenis weer in. “Mijn cliënt was destijds bijzonder paranoïde en is zichzelf beginnen beschuldigen”, zegt de advocaat van de stiefvader Dimitri de Béco. “Hij heeft in zijn hoofd een verhaal gemaakt waarin hij de schuldige was, terwijl dat niet het geval was. In het lichaam van de jongen zijn tijdens het onderzoek sporen van de giftige stof arsenicum aangetroffen. De oorsprong van dat arsenicum is nooit achterhaald, maar het was wel duidelijk dat de stiefvader daar niets mee te maken had.”

Ook de wetsdokter concludeerde dat het eten van de bedorven pasta niet tot de dood van de jongen had geleid. Het parket van Halle-Vilvoorde vroeg vorige maand dan ook om de stiefvader niet door te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Vandaag besliste de raadkamer om de buitenvervolgingstelling uit te spreken. 

Voor de stiefvader is de buitenvervolginstelling een grote opluchting. “Het blijft wel een spijtige zaak dat de waarheid niet volledig is achterhaald en dat er vraagtekens blijven over de dood van de jongen”, aldus de Béco. “Dat blijft een jammere zaak, ook voor de familie van het slachtoffer.”