CD&V lanceert "Mobipunten" als alternatief voor de auto

Om een alternatief voor de auto als vervoersmiddel te kunnen bieden, lanceert CD&V het voorstel dat steden en gemeenten Mobipunten zouden inrichten. Dat zijn knooppunten op buurtniveau waar verschillende vervoerswijzen samenkomen. Het idee is niet nieuw - het komt overwaaien uit het buitenland. In Deinze is sinds kort een eerste Mobipunt operationeel.

De Vlaamse christendemocraten blazen vandaag verzamelen in het Vlaams parlement. Ze organiseren hun derde kandidatendag in aanloop naar de lokale verkiezingen van oktober dit jaar. Het centraal thema in de campagne van CD&V is levenskwaliteit, waaronder mobiliteit valt.

We gaan voor het van 8 tot 80-concept

De partij maakt van de gelegenheid gebruik om een voorstel te lanceren dat steden en gemeenten een sleutelrol moet helpen spelen in het streven naar duurzame mobiliteit. "De steden en gemeenten zijn de plekken bij uitstek waar we een positief alternatief kunnen geven voor de auto", licht voorzitter Wouter Beke toe. "Wij stappen niet mee in het verhaal waarbij elke autobestuurder in het verdomhoekje wordt gezet. Wel willen we lokaal de wortel aanbieden om meer mensen te laten kiezen voor een combinatie aan alternatieven."

Concreet gaat CD&V voor de inrichting van Mobipunten. Die bestaan uit parkeerplaatsen voor autodelen, een fietsparking en een nabije halte van het openbaar vervoer. Het concept kan woren uitgebreid met bijvoorbeeld lockers, wifiverbindingen, fietsdeelpunten en openbare werkplekken. CD&V wil fietsdelen, liefst met elektronische fietsen, stimuleren waarbij het mobiliteitsbudget een rol zou kunnen spelen. Andere mogelijkheden zijn het aanbieden van zitscooters, of dat gemeenten hun eigen wagenpark openstellen. Een typische auto in de gemeentevloot rijdt jaarlijks immers minder dan 10.000 kilometer en wordt zelden of nooit gebruikt in het weekend of 's avonds.

"CD&V gaat voor het "van 8 tot 80"-concept", zegt Jan Vermeulen, burgemeester van Deinze. "Alle steden en gemeenten moeten op maat georganiseerd zijn voor zowel een kind van 8 als een senior van 80. Dat vergt niet alleen aandacht voor de kwaliteit van openbare ruimtes, maar ook de functionaliteit ervan."