26 doden bij nieuwe bombardementen op Syrische basissen

In het centrum van Syrië zijn zondag opnieuw bombardementen uitgevoerd op militaire basissen. Dat melden de Syrische staatsmedia. Eerder had ook al de Britse ngo Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten de luchtaanvallen gemeld. Er kwamen zeker 26 mensen om het leven. 

Volgens het staatspersagentschap Sana werden militaire stellingen om 22.30 uur lokale tijd (21.30 uur Belgische tijd) met raketten bestookt in de gouvernementen Hama en Aleppo. De bombardementen kostten aan ten minste 26 militairen het leven. Het gaat vooral om Iraanse soldaten, maar ook 4 Syrische soldaten vallen onder de slachtoffers te betreuren.  Er raakten ook een 60-tal mensen gewond, zo meldt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR). 

Het SOHR zegt dat een van de bombardementen werden uitgevoerd op de basis van de 47e Brigade nabij Salhab, ten westen van de stad Hama. Daar zijn ook Iraanse troepen gestationeerd. Daarnaast werd ook de militaire luchthaven bij Al-Nayrab, ten zuidoosten van de stad Aleppo, aangevallen.

Bronnen dicht bij de Syrische regering zeggen aan het Duitse persagentschap DPA dat ook luide explosies zijn gehoord op de Iraanse basis in Nahr al-Bared, 60 kilometer ten noordwesten van Hama.

Wie verantwoordelijk is voor de bombardementen, is niet duidelijk. In sommige Syrische media wordt gehint op een Israëlische aanval. Dat land wordt door Syrië en bondgenoot Rusland al beschuldigd van de bombardementen van 9 april op de basis T-4 van de Syrische luchtmacht nabij Tiyas, in het centrale gouvernement Homs. Volgens het Russische ministerie van Defensie zette Israël toen twee F-15's in om de luchtaanval, die aan minstens veertien Syrische en Iraanse militairen het leven kostte, uit te voeren.

De Israelische minister van Inlichtingen Yisrael Katz verklaarde op Israelische staatsmedia niet op de hoogte te zijn van de bombardementen op de Syrische militaire basissen. Israel zou sinds de start van de Syrische burgeroorlog in 2011 al verscheidene keren militaire acties hebben ondernomen tegen zijn buurland, maar heeft deze vooralsnog nooit bevestigd.

De aanval op T-4 kwam er minder dan 48 uur na de vermoedelijke dodelijke chemische aanval op Douma, de laatste rebellenenenclave in Oost-Ghouta in Syrië, die enkele dagen later door de Syrische regimetroepen werd ingenomen. Als vergelding daarvoor voerden op 14 april de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk bombardementen uit op meerdere Syrische doelwitten. De landen achtten het Syrische regime verantwoordelijk voor de aanval.