De moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galitzia heeft de EU geschokt. Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

De persvrijheid boert vrijwel overal achteruit, nu ook in democratische landen

Vandaag is het World Press Day. In 1993 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties 3 mei uitgeroepen tot dag van de persvrijheid, maar veel te vieren is er niet, en de laatste jaren zelfs nog minder.

De Unesco -de cultuurorganisatie van de Verenigde Naties- mag vandaag dan wel een groot evenement houden in het Afrikaanse land Ghana, dat kan niet verhullen dat er sinds 1992 al meer dan 1.100 journalisten vermoord zijn tijdens de beoefening van hun werk en dat er geen enkele vorm van persvrijheid is in een derde van alle landen.

Meer nog: het wordt zelfs met het jaar slechter en vooral de afgelopen jaren is er een duidelijke achteruitgang van de vrije pers te zien en dat wereldwijd. Er zijn uitzonderingen: de landen met de beste persvrijheid zijn volgens de organisatie Reporters Without Borders: Noorwegen, Zweden, Nederland, Finland, Zwitserland, Jamaïca, België, Nieuw-Zeeland, Denemarken en Costa Rica. Dat zijn niet verrassend vooral Scandinavische landen, maar ook Nederland en België, en twee landen uit Centraal-Amerika.

De landen met geen of nauwelijks persvrijheid zijn volgens die World Press Freedom Index van dezelfde organisatie: Noord-Korea (op de 180e en slechtste plaats) voor Eritrea, Turkmenistan, Syrië, China, Vietnam, Soedan, Djibouti, Cuba, Equatoriaal Guinea en Laos, maar ook Irak, Iran, Saudi-Arabië, Egypte, Libië, Oezbekistan en Jemen staan op de zwarte lijst.

"Democracy Dies in Darkness"

De meest verontrustende en nieuwe trend is volgens de persorganisatie Freedom House evenwel de terugval van de persvrijheid in democratische rechtsstaten, waar populistische leiders openlijk de media aanvallen en beschuldigen van "fake news". De geloofwaardigheid van de media wordt systematisch onderuitgehaald waardoor de rol van "waakhond van de democratie" niet kan spelen.

In de Verenigde Staten (45e op de Press Freedom Index) heeft president Donald Trump kwaliteitsmedia zoals The Washington Post, The New York Times en grote tv-zenders als CNN, ABC en CBS "de vijand van het volk" genoemd. Trump negeert de media gewoon, behalve diegenen zoals Fox News die hem gunstig gezind zijn. Elders in de VS heeft een kandidaat-Congreslid onlangs een journalist fysiek aangevallen. De man werd daarna zonder probleem verkozen.

In de Europese Unie zijn de voorbije maanden twee kritische journalisten op brutale wijze vermoord. In Malta (65) werd Daphne Caruana Galizia in haar auto opgeblazen nadat ze corruptie onderzocht en in Slovakije (27) werden onderzoeksjournalist Jan Kuciak en zijn vriendin doodgeschoten nadat die banden had aangetoond tussen de regerende partij en de Italiaanse maffia.

In Hongarije (73) heeft de regerende Fidesz-partij van premier Viktor Orban de media onder controle gebracht van bevriende oligarchen, in Polen (58) heeft de nationalistische regering de persvrijheid sterk uitgehold en in Tsjechië (34) vond president Milos Zeman het nodig om op een persconferentie te verschijnen met een replica van een kalasjnikov en een bordje "voor de pers". Dat zijn alle drie lidstaten van de Europese Unie.

Turkije is gevangenis voor journalisten

De grootste achteruitgang voor de persvrijheid is er in Turkije, waar duizenden mensen zonder vorm van proces zijn ontslagen en opgepakt in de repressie na de mislukte coup van 2016 tegen president Tayyip Erdogan. Ook de pers ontsnapt daar niet aan met publicaties die verboden worden of onder bedreigingen komen te staan. Turkije (157e op de World Free Press Index) heeft niet minder dan 73 journalisten in de cel gegooid.

Turkije doet zelfs nog slechter dan China (176 op de index) waar minstens 41 journalisten in de cel zitten, al dan niet na een proces. Sinds president Xi Jinping daar in 2013 aan de macht is gekomen, is de controle en de druk op de toch al niet vrije pers nog gevoelig toegenomen en wordt de pers verondersteld om mee te gaan in het patriotisme en de communistische ideologie. Vooral de berichtgeving over Tibet ligt onder vuur en China probeert dat ook op te leggen aan media in het buitenland.

In Egypte (161) is onder president Abdel Fattah al-Sisi wat er was aan persvrijheid, zo goed als volledig in de kiem gesmoord en zitten er 20 journalisten in de cel, waarvan er 12 zelfs geen proces gekregen hebben. De persprijs Guillermo Cano van de Unesco is dit jaar overigens toegekend aan de Egyptische fotojournalist Mahmoud Abu Zeid die sinds 2013 gevangen zit nadat hij foto's had gemaakt van een protestbetoging in Caïro.

Ex-Sovjetstaten en Azië muilkorven hun pers

Nog een opvallende achteruitgang voor de pers is er volgens de organisatie Freedom House in de voormalige republieken van de Sovjet-Unie en dan zeker in Rusland (148 op de index). Het vermoorden, vasthouden of bedreigen van kritische journalisten is er steeds meer schering en inslag, maar dat geldt evenzeer voor andere republieken, zoals Kazachstan, Azerbeidzjan, Turkmenisten, Tadzjikistan en zelfs het iets meer liberale Kirgizië. Volgens Freedom House zakt de persvrijheid in de voormalige sovjetstaten nu af tot het niveau van het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Opvallend is ook de lauwe score van democratische Aziatische landen, zoals Japan (pas 57e) na Taiwan (42) en Zuid-Korea (43), en in een wankele democratie, zoals de Filipijnen (133), heeft de populistische president Rodrigo Duterte gezegd dat "journalisten net zoals andere mensen vermoord kunnen worden". We weten dat dat bij Duterte geen loze bedreigingen zijn.

Nu we toch in de regio zijn: de vervolging van twee journalisten in Myanmar (137) die bewijzen voor een bloedbad van het leger in een Rohingya-dorp hadden gepubliceerd en de nog strenger gemaakte wetten op majesteitsschennis die de media in Thailand (140) aan de ketting houden. Of nog een opmerking: een ontwikkelde staat zoals Singapore staat pas 151e op de index van persvrijheid en dat is wel erg laag.