Video player inladen ...

Fransman die amper Engels sprak, werkte mee aan "oer-Engelse" King James Bijbel

Een Franse geleerde die amper Engels sprak of begreep, heeft meegewerkt aan de vertaling van de "oer-Engelse" King James Bijbel uit 1611. Dat heeft een onderzoeker in Birmingham ontdekt op basis van eeuwenoude bronnen.

Hij staat bekend als een van de meest emblematische producten van de Engelse cultuur: de zogenoemde King James Bijbel, een Engelse vertaling van de bijbel op basis van antieke teksten die koning Jacobus I aan het begin van de 17e eeuw bestelde en die voor het eerst verscheen in 1611. Vandaag is het nog steeds een van de meest verspreide en toonaangevende vertalingen van de bijbel in de angelsaksische wereld.

(Lees voort onder afbeelding)

Uit nieuw onderzoek blijkt nu dat een Fransman die amper Engels sprak of begreep een aanzienlijke bijdrage aan de vertaling heeft geleverd. Dat concludeert doctor Nicholas Hardy van de universiteit van Birmingham op basis van eeuwenoude bronnen die hij heeft ontdekt.

"Companies"

De King James Bijbel is destijds door meer dan 40 vertalers gemaakt. Zij waren in "companies" verdeeld die elk een ander deel van het boek onder handen namen. In een later stadium stuurde elke "company" een afgevaardigde naar Londen waar ze samen de volledige vertaling verifieerden alvorens die te publiceren.

De weinige documenten die tot nu toe over de vertaling en de eindredactie van de King James Bijbel bekend waren, gaven weinig tot niks prijs over de wijze waarop de vertalers samenwerkten en welke methodes ze hanteerden. De bronnen die Hardy boven water heeft gehaald, geven vrijwel voor het eerst een inkijk in precies dat proces.

John Bois

Een gedrukte kopie van een versie van het Oude Testament in oud-Grieks vormde de start van de ontdekkingstocht van Hardy. Het boek maakt sinds de jaren 1650 deel uit van de Bodleian Library in Oxford. In de marges van de tekst staan duizenden annotaties, maar niemand wist wie ze had geschreven. Hardy herkende het handschrift als dat van John Bois, een van de Engelse vertalers van de King James Bijbel.

(Lees voort onder afbeelding)

De onderzoeker volgde hierop een "paper trail" of "papierspoor" naar de British Library in Londen waar hij 3 ongepubliceerde brieven vond die daar sinds de vroege 19e eeuw zitten. Het bleek om correspondentie te gaan die Bois in 1610 met een andere vertaler onderhield terwijl hij in Londen was voor de eindredactie van de King James Bijbel.

Die andere vertaler was ene Isaac Casaubon, een befaamde Franse geleerde die op dat moment eveneens in Londen verbleef. In de brieven legde Bois hem verschillende prangende vragen voor over bepaalde passages in de bijbel waarmee hij en zijn collega's moeite hadden om ze te vertalen. Casaubon gaf op elke kwestie een antwoord.

Andrew Downes

Hardy keerde hierop terug naar de Bodleian Library waar hij de notities van Casaubon onder de loep nam. Die zitten daar al sinds de jaren 1670. In die notities ontdekte hij nog meer schriftelijke gesprekken die de geleerde voerde met een andere Engelse vertaler van de King James Bijbel, Andrew Downes. Met hem had hij het onder meer over passages in het Nieuwe Testament.

Het is de eerste keer dat de naam van Casaubon in verband met de King James Bijbel opduikt en dat zo blijkt dat een Fransman bij de vertaling betrokken was. Communiceren deed hij in het Latijn omdat hij het Engels nauwelijks machtig was. Bois, Downes en hun collega's gingen vervolgens met zijn opmerkingen aan de slag om de bijbel te voltooien.

Complex

"Casaubon werd gezien als een van de meest toonaangevende geleerden op vlak van antieke talen", zegt Hardy. "De Engelse vertalers deden een beroep op hem omdat ze nog steeds worstelden met verschillende problemen met de originele teksten die ze in het Engels omzetten."

"Deze nieuwe bronnen tonen aan hoe complex die problemen konden zijn en hoe oneens de vertalers het soms waren over hoe ze die moesten oplossen. Casaubon hielp hen hierbij, maar ze waren niet altijd akkoord met de oplossingen die hij naar voren schoof."