Verrijzenis van de meivis in de Schelde

Er zwemt, na een eeuw afwezigheid, opnieuw meivis in de Schelde. De vis was onder meer door vervuiling verdwenen maar nieuw onderzoek wijst uit dat de soort helemaal terug is in de Kalkense Meersen en de Kruibeekse polders.

De meivis is eigenlijk een zeevis die zich voortplant in zoet water. De vis trekt landinwaarts om te paaien (paren). Dat gebeurt meestal in mei, vandaar de benaming "meivis". De tocht naar het binnenland verliep jarenlang moeilijk door zware vervuiling en door de vele obstakels die de vis moest overwinnen. De Schelde was tientallen jaren geleden nog een open riool, niet echt de perfecte habitat voor een vis. De meivis, of ook wel de fint, is nu aan een echte opmars bezig. 

Sigmaplan als redding

Het Sigmaplan, het grootschalig plan om overstromingen te voorkomen, is een bepalende factor geweest om de terugkeer van de meivis mogelijk te maken. Want door dat plan werden de Kalkense Meersen en de Kruibeekse polders verbonden met het getijde op de Schelde. Daardoor kunnen zeevissen veel makkelijker de zoete binnenwateren inzwemmen om er te paaien. De waterkwaliteit ging ook fors omhoog sinds de aanleg van een netwerk aan waterzuiveringsstations. Onderzoek van het Regionaal Landschap Schelde-Durme toont aan dat de meivispopulatie het opnieuw erg goed doet in het natuurgebied de Paardeweide & Paardebroek in Berlare. 

Ook goed nieuws voor andere dieren

Niet alleen de meivis is aan een heropstanding bezig. Het Regionaal Landschap onderzocht het vissenbestand en ontdekte maar liefst 19 verschillende vissoorten. Onder meer ook de bot doet het goed. Dat is een platvis, zoals een pladijs en een tong. De bot opeten, is niet meteen aan te raden want de vis is niet heel erg lekker. Vandaar trouwens ook de uitdrukking "bot vangen". De terugkeer van de vissen is ook goed nieuws voor het vogelbestand in de natuurgebieden rond de Schelde. Zij hebben er, als ze niet te vaak bot vangen dus, een nieuwe prooi bij.