Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Waarom dreigt het te escaleren tussen Iran en Israël? En welke rol speelt Trump daarin?

Door uit het nucleair akkoord met Iran te stappen, neemt de Amerikaanse president Donald Trump het risico op escalatie en zelfs oorlog er bovenop. Net als de Israëlische premier Benjamin Netanyahu is hij bereid te gokken op militaire overmacht: hetzij om Iran te doen plooien en toegeven, hetzij om het militair uit te vechten. De alliantie met Israël primeert op die met Europa. De trans-Atlantische verstandhouding krijgt een mokerslag. 

Het einde van zijn toespraak dinsdag was vintage Trump. "De Iraanse leiders zullen vanzelfsprekend zeggen dat ze weigeren om over een nieuw akkoord te onderhandelen. Ze weigeren en dat is prima. Ik zou waarschijnlijk hetzelfde zeggen als ik in hun schoenen stond." Hier toont Trump even een glimp van respect voor de onbuigzaamheid van leiders die zich niet laten afdreigen - een beetje zoals hij respect ging opbrengen voor de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un. 

Maar meteen daarna gaat hij zelf -en zegezeker- voort. "Maar het feit is dat ze een nieuwe en duurzame deal gaan willen sluiten, één die heel Iran en het Iraanse volk ten goede komt. Als ze dat doen, ben ik klaar, bereid en daartoe in staat." Anders gezegd: ik wring ze de arm wel om, ik ben de sterkste. 

In het beste geval gaat Trump ervan uit dat de druk van sancties, gekoppeld aan de impliciete militaire dreiging van het Israëlische en Amerikaanse leger, Iran wel degelijk tot een koerswijziging zal dwingen: een verdere afbouw van het nucleair programma, een beëindiging van het raketprogramma, een terugtrekking van de Iraanse troepen uit Syrië, en een stopzetting van de training en bewapening van Hezbollah en andere sjiitische milities. 

Nochtans is dat de meest optimistische lezing van Trumps beslissing, het onwaarschijnlijke droomscenario. Naar alle waarschijnlijkheid zijn Trump en zijn adviseurs zich daar zeer goed van bewust. De kans is groter dat het opblazen van de deal Iran nog verder op ramkoers brengt  - met Israël en met de VS. Dat risico is Trump bereid te nemen. 

Represented by ZUMA Press, Inc.

Iran is Noord-Korea niet

De vergelijking met de krachtmeting met Noord-Korea gaat niet op. Trump mag er zelf dan al van overtuigd zijn dat zijn dreigementen met "fire and fury" gewerkt hebben om Kim Jong-un aan de onderhandelingstafel te krijgen, intussen heeft Kim wel degelijk bewezen dat hij over een soort primaire nucleaire afschrikking beschikt. Uiteraard kan Noord-Korea nooit winnen bij een militaire confrontatie, maar het kan wel veel schade berokkenen aan de zuiderbuur, Japan en misschien zelfs de VS. Kim kan die kaarten uitspelen in het overleg; hij kan zijn aanbod tot denuclearisatie nog altijd intrekken als hij in ruil onvoldoende veiligheidsgaranties én economische hulp weet binnen te halen. 

Daarom kan Noord-Korea voor de hardliners in Iran juist een aanmoediging zijn om door te zetten met het ontwikkelen van kernwapens: pas dan beschik je over een dermate afschrikwekkende vernietigingskracht dat je elke aanval of poging tot "regime change" kan afblokken.  

Omgekeerd kan het opblazen van de deal met Iran de onderhandelingen met Noord-Korea juist bemoeilijken. Wat is het engagement van de VS nog waard, als een volgende of zelfs eenzelfde president het naar believen kan schenden of kelderen? Waarom zou je toegeven op je nucleaire capaciteiten als daarna het oordeel valt dat het toch niets te betekenen heeft? Door juist nu het akkoord met Iran op te zeggen, nu het overleg met Pyongyang naar een cruciale fase gaat, neemt Trump nog een bijkomend risico: dat de vredesgesprekken met Kim Jong-un finaal toch nog mislukken. 

De sjiitische dreiging

Het idee dat de ontwikkelingen rond Noord-Korea model zouden kunnen staan voor een uitkomst met Iran is een vergissing. We mogen er ook wel van uitgaan dat Trump en zijn adviseurs daar niet echt op rekenen. 

Om te beginnen gaat het bij Iran om veel meer dan alleen de dreiging van kernwapens. Iran is, in tegenstelling tot Noord-Korea, een machtige regionale speler. Niemand kan ontkennen dat Teheran sjiitische milities steunt in Irak, Libanon, Jemen en Syrië. Het brutale optreden van die milities in de oorlog tegen IS blijft al te vaak onderbelicht - niet toevallig omdat ze daarin aan de kant staan van het Westen. Hun schreeuwerige dreigementen tegen Israël halen wel zo nu en dan de internationale pers. 

Met de oorlog in Syrië heeft die sjiitische, door Iran gesteunde en uitgebouwde paramilitaire dreiging voor Israël een nog veel urgenter karakter gekregen. Iraanse troepen en door Iran bewapende sjiitische milities kunnen Israël nu ook vanuit het buurland Syrië treffen. Juist daarom heeft Israël de voorbije maanden al zeker drie keer bombardementen uitgevoerd op Iraanse doelwitten in Syrië. De laatste keer - goed een week geleden - zouden daarbij zeker 11 Iraniërs zijn omgekomen. 

De regering-Netanyahu heeft niet de gewoonte om dat soort kwesties op te lossen via onderhandelingen of met diplomatiek geduld. Waar er zich een concrete en acute dreiging manifesteert, reageert Israël met een chirurgische maar doortastende militaire interventie. In dezelfde lijn spelen veel radicale politici in Israël al jaren met het vermetele idee om militair komaf te maken met het hele nucleaire arsenaal van Iran  - in Iran zélf dus.

Operationeel zou dat uiteraard van een andere orde zijn dan een hit-and-run-bombardement in Syrië: Iran ligt veel verder weg en Israëlische toestellen zouden dan over Irak of Saudi-Arabië moeten vliegen. Recent verschenen er evenwel berichten in de Israëlische pers dat Saudi-Arabië daar toelating voor zou willen geven. Ook voor het Saudische koningshuis is het sjiitische Iran immers de aartsvijand. 

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Militaire opties weer op tafel

De recente reeks van Israëlische bombardementen op Syrië toont alvast twee dingen. Ten eerste blijkt dat Iran vooralsnog rationeel en rustig reageert. Het incasseert de verliezen en waagt zich niet aan een onmiddellijke militaire wraakoefening. Ten tweede zien we dat Israël het risico op een escalatie en ruimere confrontatie met Iran niet uit de weg gaat. 

Hoewel veel Israëlische militairen en ex-militairen waarschuwen voor een oorlog met Iran, ligt het idee van een preventieve aanval op de Iraanse nucleaire installaties nog altijd op tafel. Jaren geleden, voor de deal tot stand kwam, leek een Israëlische actie nakend, maar de toenmalige Amerikaanse president Barack Obama stond weigerachtig tegenover zo'n avontuur. Voor Netanyahu is het daarentegen altijd een optie gebleven. De premier vertrouwt in elk geval meer op krachtdadige militaire actie dan op uitgesponnen diplomatie. Het Israëlische geloof in de eigen militaire overmacht versterkt nog dat vertrouwen. Als bovendien de VS bereid zouden zijn om Israël militair te ondersteunen, zou er nog weinig een militaire interventie in de weg staan.  

Door uit het nucleair akkoord te stappen, geeft Trump zichzelf (en Israël) in elk geval de ruimte om voor die militaire optie te kiezen. Zolang hij partij is in de deal, kan hij bezwaarlijk militaire actie ondernemen tegen Iran, of Israël te hulp schieten als het die weg zou opgaan. Wat opviel in Trumps toespraak, was dat hij geen aanwijzingen gaf dat Iran de deal met de voeten treedt. In de plaats daarvan nam hij de deal zélf onder vuur - als zwak, onvolledig, eenzijdig en onbetrouwbaar. Die desavouering van de deal schept de ruimte voor alternatieve opties, waarvan de militaire de meest extreme is, maar lang niet de meest ondenkbare. 

Wat de prijs en de risico's zouden zijn van zo'n militaire operatie valt moeilijk in te schatten. Cruciaal is de vraag wat Rusland zou doen, als bondgenoot van Iran in de Syrisch-Iraans-Russische coalitie. Hoe verpletterend de militaire overmacht van een Israëlisch-Amerikaanse coalitie ook mag zijn, het gevaar voor een uitslaande brand is reëel. 

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

De neveneffecten

De as Washington-Jeruzalem blijkt onder Trump steviger dan ooit. Volgende week openen de Amerikanen hun ambassade in Jeruzalem, in aanwezigheid van Trumps dochter Ivanka en schoonzoon Jared, en een aantal belangrijke ministers. Sommigen gaan ervan uit dat Washington, voor al die tegemoet­komingen, vroeg of laat een wederdienst zal vragen aan Netanyahu: soepelheid en toegevingen tegenover de Palestijnen, zodat Jareds grote vredesplan een kans op slagen krijgt. Misschien wordt die verwachting nog bewaarheid.

Een realistischer verklaring voor de nauwe band tussen het Witte Huis en de regering in Jeruzalem is evenwel de ideologische verschuiving in Trumps buitenlandteam. John Bolton nam onlangs de fakkel over van de onmachtige generaal McMaster als nationaal veiligheidsadviseur. Mike Pompeo kwam op de stoel van Rex Tillerson. Pompeo heeft Iran altijd gewantrouwd. De neoconservatief Bolton had al veel langer tegen Teheran ten strijde willen trekken. Het is niet uitgesloten dat Bolton nog altijd droomt van een heuse "regime change" in Iran. Ook vanuit die optiek is het militaire scenario geen vergezochte fantasie. 

Het resultaat van dit alles is dat de trans-Atlantische verstandhouding een zware en pijnlijke slag heeft gekregen. Dat dit de genadeslag zou zijn, is overdreven. Toch kunnen Parijs, Berlijn en zelfs Londen niet anders dan vaststellen dat de alliantie van Washington met Jeruzalem veel zwaarder doorweegt dan die met Europa. De NAVO-top van juli, waar Trump zelf weer "acte de présence" zal geven, wordt een interessant moment om de schade op te meten. 

Intussen staan Europa en Rusland in dit dossier plots weer aan dezelfde kant  - tegenover Amerika. In Trumps nieuwe wereldorde zijn allianties nog zelden duurzaam en algemeen, maar wisselend en onzeker. En met het opblazen van de Iran-deal is ook het internationaal rechts- en verdragssysteem weer een beetje verder ondermijnd. Dat zijn de kwalijke neveneffecten van Trumps besluit. De president speelt met vuur, de wereld houdt zijn adem in.