Bestrijding eikenprocessierups kan beginnen in Noord-Limburg

Het is weer zover. Er kan gestart worden met de biologische bestrijding van de eikenprocessierups. In Maaseik en Bree zijn rupsen gevonden in het derde vervellingsstadium en dan zijn ze het meest gevoelig voor het bestrijdingsmiddel.

Het is een jaarlijks terugkerend fenomeen in Noord-Limburg, de eikenprocessierups met haar irriterende haartjes. Medewerkers van het Provinciaal Natuurcentrum houden het diertje nauwlettend in het oog. Dat is belangrijk om te bepalen wanneer er best begonnen wordt met de preventieve behandeling met de bacterie Bacillus thuringiensis. 

Net groot genoeg

"Het is belangrijk dat de rupsen veel beginnen te eten en dat de bomen waarop ze leven voldoende blad hebben", zegt Luc Crevecoeur van het Provinciaal Natuurcentrum. "De dieren eten dan ook het biologisch bestrijdingsmiddel op en sterven. Als we te lang wachten en de rupsen zijn te groot geworden, dan is dat middel minder effectief". 

Het middel mag trouwens niet zomaar gebruikt worden. Daarvoor is een toestemming van Europa nodig. Bovendien moet het middel spaarzaam gebruikt worden, alleen in woonbuurten en op plaatsen waar veel fietsers en wandelaars komen, wordt er besproeid. In natuurgebieden en in de buurt van water is het middel verboden. Daar moeten de processierupsen in een later stadium verdelgd worden. Tegenwoordig zijn de rupsen alleen nog in Kinrooi, Bree, Maaseik en Bocholt een plaag.