Video player inladen ...

Leerkrachtenverloop in secundair blijft hoog

Bijna de helft van de leerkrachten uit het secundair onderwijs verlaat binnen de vijf jaar het onderwijs. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams volksvertegenwoordiger Vera Celis (N-VA) heeft opgevraagd bij minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). Volgens Celis bewijzen de cijfers dat er bijkomende inspanningen nodig zijn "om de psychische en emotionele belasting en de werkdruk voor leerkrachten te laten dalen".

Het is een van de grote ambities van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V): het lerarenberoep aantrekkelijk maken en ervoor zorgen dat startende leerkrachten niet meteen opnieuw afhaken.

Uit cijfers blijkt namelijk dat startende leerkrachten vaak vrij snel opnieuw uit het onderwijs stappen. Dat is zeker het geval voor leerkrachten in het secundair onderwijs. Zo heeft 44 procent van de leerkrachten die in het schooljaar 2011-2012 hebben gekozen voor een carrière in het secundair onderwijs, het onderwijs intussen opnieuw verlaten.

In het basisonderwijs ligt het verloop lager. Daar gaat het om 26 procent van de leerkrachten in het kleuteronderwijs en 24,6 procent van de leerkrachten in het lager onderwijs.

"De cijfers blijven in vergelijking met de voorgaande jaren relatief stabiel, maar zijn wel slecht nieuws met het oog op het toenemend lerarentekort in verschillende regio's in Vlaanderen", zegt N-VA-politica Vera Celis. Volgens haar verlaat een groep leerkrachten het onderwijs "omwille van de hoge werkdruk en de toegenomen psychische en emotionele belasting". De N-VA-politica dringt er daarom op aan om bij de onderhandelingen over het loopbaanpact "maatregelen te nemen die voelbaar zijn op de klasvloer".

In haar antwoord op de parlementaire vraag van Celis wijst minister Crevits erop dat "de uitstroom van leerkrachten zeker een aandachtspunt" blijft, maar dat "een zekere mate van jobmobiliteit normaal en gezond is in elke sector". "Bestaand onderzoek suggereert bovendien dat de uitstroom van beginnende leraren in Vlaanderen niet hoger is in vergelijking met het buitenland of in vergelijking met de uitstroom in andere economische sectoren."