Wereldwijde ontbossing vertraagt, maar blijft aanzienlijk

Tussen 1990 en 2015 is de ontbossing wereldwijd gehalveerd. Dat blijkt uit onderzoek aan de universiteit van Helsinki. Jaarlijks verdwijnt een gebied zo groot als België.

Volgens de onderzoekers tekent zich een vast patroon af als het gaat over de evolutie van bossen. Eerst is er een periode van kap en ontginning. Daarna is er een stagnatie gevolgd door een omslag, een keerpunt. Vanaf dat moment groeien de bossen opnieuw.

Een kwestie van welvaart

In de meeste rijke landen is die omslag lang geleden gebeurd, vaak na een lange periode van bosontginning.  Het team van professor Pekka Kauppi van de universiteit van Helsinki merkte een soortgelijk patroon in sommige ontwikkelingslanden. Daar waar het welvaartspeil stijgt, is er een grotere kans op bosbehoud en -uitbreiding. De landbouw is er minder gericht op levensonderhoud maar meer op internationale handel. Daardoor worden enkel de vruchtbare stukken land verbouwd. Door betere technieken en bemesting stijgt de opbrengst. Tegelijk trekken steeds meer plattelandsbewoners naar de stad. Bovendien hebben landen met middeninkomens meer alternatieven voor het verbranden van hout.

In de ontwikkelde landen steeg het bosareaal in 15 jaar tijd met gemiddeld 1,31 procent per jaar. In de landen met een middeninkomen was er een stijging van een half procent. China en India zijn landen die de omslag hebben gemaakt van bosverlies naar -uitbreiding. Dertien tropische landen zitten op dit moment in een overgangsfase van minder naar meer.

In totaal is het verlies van bossen tussen 1990 en 2015 meer dan gehalveerd. Maar het jaarlijks verlies bedraagt nog 3,3 miljoen hectare bos. Dat is de oppervlakte van ons land.

De onderzoekers beweren niet dat het daarom om een oorzakelijk verband gaat tussen welvaart en bosbestand. Maar welvaart speelt een belangrijke rol, meer dan bijvoorbeeld klimaatverandering. De hypothese dat door de stijging van de CO2 de bossen zouden uitbreiden, is niet door dit onderzoek bevestigd.

bosontginning in Brazilië

De meeste lageloonlanden blijven nog altijd bossen verliezen. De grootste verliezen zien we in Brazilië, Indonesië en Nigeria. Afrika blijft het continent waar het merendeel van de landen nog veraf staat van een omslag.

Conclusie

“Dit is een interessante update”, zegt bosecoloog Kris Verheyen van de UGent, “In dit onderzoek gaat het meer om de kwantiteit dan om de kwaliteit. Een land als China heeft veel plantagebossen aangeplant, dat zijn monoculturen met minder soortenrijkdom. Bij ons zie je een achteruitgang van de boomkruinen door hittestress. Daar gaat dit onderzoek niet over”.

De onderzoekers erkennen wel dat de bossen die verdwijnen vaak waardevoller zijn dan de bossen die erbij komen. “Dit is nog geen duurzame manier van produceren en consumeren”, besluit Pekka Kauppi, “we zullen ook moeten bestuderen in welke mate groeilanden hun natuurlijke grondstoffen uit de ontwikkelingslanden halen.”

Het artikel is verschenen in Plos One.