De Koreaanse of Chinese vuurbuikpad is vanuit Zuid-Korea massaal ingevoerd in Europa en de VS.

Oorsprong van schimmel die ravage aanricht onder amfibieënpopulaties bekend

Een dodelijke schimmel die wereldwijd lelijk huishoudt onder de amfibieënpopulaties, komt hoogstwaarschijnlijk uit Oost-Azië. Een nieuwe studie bevestigt het idee dat de handel in dieren voor terrariums geholpen heeft om de schimmel te verspreiden over zowat heel de wereld. De schimmel is een belangrijke oorzaak van de rampzalige achteruitgang van de populaties van kikkers, padden, salamanders en watersalamanders. 

De schimmel, die bekend staat als Batrachochytrium dendrobatidis of Bd, werd voor het eerst geïdentificeerd als een probleemgeval in de jaren 90, zo zei doctor Simon O'Hanlon aan BBC News. O'Hanlon werkt in het Department of Infectious Disease Epidemiology van het Imperial College London, en is een van de auteurs van de nieuwe studie. 

"Tot nu zijn we niet in staat geweest om uit te maken waar de schimmel precies vandaan kwam", zo zei hij. "In onze studie lossen we dit probleem op, en tonen we aan dat de oorsprong van de stam die zo'n verwoesting heeft aangericht, teruggevoerd kan worden tot Oost-Azië." 

De rode of gouden pad (Bufo periglenes) is sinds 1989 niet meer gezien en waarschijnlijk uitgestorven.

Chytridiomycose

Bd veroorzaakt een ziekte die chytridiomycose heet, en die bij kikkervisjes de bek aantast, en bij volwassen dieren de bovenste laag van de huid. Dat verstoort het vermogen van de dieren om de niveaus te regelen van water en elektrolieten - zouten en mineralen die essentieel zijn voor vitale biologische functies. In veel gevallen leidt dat tot de dood door hartfalen. 

Sommige soorten worden erger getroffen dan andere:  de Amerikaanse brul- of stierkikker lijkt grotendeels immuun te zijn, terwijl bij andere populaties bijna 100 procent van de besmette dieren sterft.  

De Amerikaanse brulkikker lijkt grotendeels immuun voor de schimmel, maar kan die, als hij besmet is, wel doorgeven aan andere soorten. (Foto: Carl D. Howe/Wikimedia Commons)

Korea

De onderzoekers verzamelden stalen van de schimmel van over heel de wereld, en bracht het genoom van de stalen in kaart. Ze combineerden dan die gegevens met data uit eerdere studies van het Bd-genoom, en bekwamen zo een databank van 234 stalen. 

Het team bekeek daarop de verhouding tussen de verschillende stammen van de schimmel, en identificeerde vier grote genetische afstammingslijnen, waarvan er drie wereldwijd verspreid leken te zijn. Een vierde stam kwam echter uitsluitend voor op het Koreaanse schiereiland. 

Deze Koreaanse stam leek inheems te zijn in de streek, en vertoonde meer genetische overlapping met de wereldwijde populatie van de schimmel dan de andere drie stammen. De Koreaanse variant werd BdASIA-1 genoemd, en bleek het meest te lijken op de voorvader van al de moderne Bd-stammen.

Een Amerikaanse kikker is gestorven na besmetting met de Bd-schimmel (Foto: Forest Brem/Wikimedia Commons)

Recente ontwikkeling

De onderzoekers gebruikten vervolgens de gegevens van de genomen om te schatten wanneer de dodelijke stam af is gaan wijken van de meest recente gemeenschappelijke voorouder. 

In plaats van al duizenden jaren oud te zijn, zoals eerder gedacht werd, lijkt de ziekte pas opgedoken te zijn in het begin van de 20e eeuw, wat samenvalt met het begin van de commerciële handel in amfibieën. 

De auteurs van de studie benadrukken dan ook dat het nodig is de "bioveiligheid" aan de grenzen te versterken, en denken ook aan een verbod op de handel in amfibieën als huisdieren.  

"Ons onderzoek wijst niet alleen naar Oost-Azië als "ground zero" voor deze dodelijke ziekteverwekker, maar doet ook veronderstellen dat we nog maar het tipje van de ijsberg hebben blootgelegd wat de diversiteit van de chytride schimmels betreft", zo zei mede-auteur professor Matthew Fisher, eveneens van het Imperial College London, aan BBC News. De chytriden of Chytridioycota zijn de stam van schimmels waartoe Batrachochytrium dendrobatidis behoort.

"Daarom", zo zei Fisher, "zullen we onze onvervangbare wereldwijde biodiversiteit op het vlak van amfibieën nodeloos in gevaar blijven brengen, tot de huidige handel in besmette amfibieën stopgezet is."

De studie van O'Hanlon, Fisher en hun team is gepubliceerd in "Science".