Waarom de juf in de klas geen hoofddoek mag dragen 

Mag de juffrouw een hoofddoek dragen? Het debat werd vorige week in Antwerpen opnieuw geopend. De conservatieve filosoof Othman El Hammouchi schreef hier in een opinietekst dat "een verbod niet past in een liberale maatschappij". Nu bepleit de vrijzinnige Jurgen Slembrouck dat het identitaire opbod "superneutraliteit" noodzakelijk maakt.

labels
Jurgen Slembrouck
Jurgen Slembrouck Universiteit Antwerpen Vrijzinnige Dienst.

“De wereld ziet er nu anders uit dan 9 jaar geleden” meent Inga Verhaert (SP.A). Daarom wil de Antwerpse gedeputeerde voor Onderwijs in alle netten de bepaling die het dragen van religieuze tekens verbiedt uit het schoolreglement schrappen. Niet alleen leerlingen maar ook leerkrachten die bijvoorbeeld een hoofddoek wensen te dragen, zouden zo alle kansen krijgen. “We hebben alle talenten nodig en er is een nijpend tekort aan leerkrachten”, zo argumenteert ze. Bovendien meent ze dat er vandaag “minder verkrampt wordt omgegaan met het uiten van religieuze overtuigingen”. 

De uitspraken van Verhaert zijn niet alleen merkwaardig, op 26 april 2018 keurde ze datzelfde reglement nog goed, maar ook wereldvreemd. Nog maar net was er immers de commotie over het weigeren van een handdruk en het voorstel van een politieke partij om vrouwen en mannen te scheiden op het openbare vervoer.

Indien er één onderwerp is dat de voorbije jaren voor maatschappelijke tweespalt heeft gezorgd, dan is het wel religie, de islam op kop. 

Hoewel die door sommigen de religie van de vrede wordt genoemd, werd in haar naam de voorbije jaren een bloedig spoor van terreur door de wereld getrokken.

Niet dat die andere godsdiensten zoveel vredelievender zijn, daarvoor hebben ze de geschiedenis en hun heilige boeken tegen zich, maar in Europa zijn we erin geslaagd om hun machtshonger aan banden te leggen door de scheiding tussen kerk en staat en door hun waarheidsaanspraken met wetenschap te ontkrachten.

Toen het klerikalisme nog invloed had, vonden socialisten het nog belangrijk om de overheidsmacht daarvan te vrijwaren en burgers te garanderen dat ze in hun contacten met de overheid  hun rechten konden laten gelden. De officiële school was voor hen een vrijplaats die tot doel had om betrouwbare kennis over te brengen en die niet in het teken stond van de heilsleer van de katholieke kerk.

Ook katholieken gingen naarmate de secularisatie vorderde, beseffen dat de neutraliteit van de overheid een middel was om de eigen godsdienstvrijheid te beschermen tegen al te vergaande staatsinmenging. De christelijke dominantie in de gezondheidszorg en het vrij onderwijs samen met de ruime subsidiëring van de kerk herinneren ons daar nog aan. Rond de overheidsneutraliteit groeide een weliswaar gespannen maar toch werkzame consensus.

Het is opmerkelijk dat de SP.A haar verleden vandaag zo loochent. In die zin is ze echt wel ‘anders’. Prof. Fernand Tanghe schrijft in zijn boek “Links is soms rechts” (2004) hierover het volgende: “Het verontrust mij dat links zijn eigen geschiedenis niet meer kent en dat veel progressieven met betrekking tot opvoeding, onderwijs en cultuur tot abdicaties bereid zijn die uiteindelijk elke progressieve doelstelling ondergraven. 

Dat links zich laat verleiden, wellicht in de waan dat het daardoor zijn eigen overleven veilig kan stellen, tot multiculturalistische standpunten die de democratie vertekenen en vaak een afleidingsmanoeuvre zijn voor sociale strijd, is alles behalve een goede zaak.”

Het is opmerkelijk dat de SP.A haar verleden vandaag zo loochent. 

Tanghe slaat de nagel op de kop. Electoraal is de SP.A al enkele jaren in vrije val. Misschien bedoelde Verhaert dan ook iets anders wanneer ze verwees naar de toestand van 9 jaar geleden. In 2009 haalde haar partij (nog?) 15,3% van de stemmen, in de recente peiling van de VRT en De Standaard zakt ze onder de tien procent naar 9,5%. Met haar standpunt over de hoofddoek bij het ambtenaren-, politie- en lerarenkorps hoopt de SP.A haar hachje te kunnen redden, maar het ziet ernaar uit dat dit eerder haar ondergang bespoedigt. Nogal wat militanten van het eerste uur voelen zich verraden door hun socialistische kameraden.

Indien de wereld al veranderd is, dan is een minder verkrampte omgang met religie daar zeker geen kenmerk van, wel integendeel. Door overbevolking, klimaatverandering, mondialisering en de massamigratie die er het gevolg van is, is het samenleven in diversiteit allesbehalve vereenvoudigd. Veel mensen zijn bang voor wat deze ontwikkelingen met zich zullen meebrengen en voelen zich in hun eigenheid bedreigd. In het buitenland hebben politici zoals Nigel Farage, Donald Trump en Viktor Orbán die onzekerheid politiek uitgebuit. 

Nogal wat militanten van het eerste uur voelen zich verraden door hun socialistische kameraden.

In plaats van openheid voor de wereld hebben deze ontwikkelingen ertoe geleid dat we ons hebben teruggeplooid op onszelf en ons luidop zijn gaan afvragen wie wij zijn. Het identitaire denken heeft zelden zo gefloreerd als vandaag. Geen dag gaat voorbij zonder dat we het hebben over onze waarden en normen.

Drie type-antwoorden, die niet zelden met elkaar worden vermengd, strijden om de voorrang. Het nationalistische antwoord benadrukt het belang van een gemeenschappelijke geschiedenis en taal. Het levensbeschouwelijke antwoord maakt ons allen tot kinderen van de joods-christelijke traditie en het politiek-filosofische antwoord ten slotte plaatst ons binnen de cultuursfeer van de verlichting. 

Ter illustratie, recent besliste de Beierse deelstaatregering om vanaf juni in de ingang van elk overheidsgebouw een kruisbeeld te hangen. Volgens de regering symboliseert de crucifix het historische en culturele karakter van Beieren en geeft het uitdrukking aan de basiswaarden van de wettelijke en sociale orde. In eigen land riep Theo Francken nog niet zo lang geleden op om een kerststal mee te nemen naar het gemeentehuis en in Nederland gaan mensen met elkaar op de vuist omdat volgens sommigen Zwarte Piet racistisch is.

Dit identitaire opbod maakt duidelijk dat we in onze samenleving nood hebben aan een conflictvrije ruimte. Een plaats waar ideologische, culturele en levensbeschouwelijke tegenstellingen niet voor verdeeldheid kunnen zorgen. Het belang van zo’n ruimte is door de toegenomen diversiteit zelfs gegroeid. Professor Jean Leclercq (UCL), die recent als expert gehoord werd door de Commissie ter herziening van de grondwet, verwoordde het als volgt: "Plus il y a de diversité, plus il doit y avoir de laïcité."

Het identitaire opbod maakt duidelijk dat we in onze samenleving nood hebben aan een conflictvrije ruimte.

Het spreekt voor zich dat de overheid, die als enige over de macht beschikt om sommige diensten te verlenen en waar mensen dus van afhankelijk zijn, de plaats bij uitstek is om de tegenstellingen en een mogelijk conflict in de kiem te smoren. Een samenleving die gekenmerkt wordt door superdiversiteit is dan ook gebaat bij een overheid die superneutraal is.

“Een hoofddoekverbod past niet in een liberale rechtsstaat”, schrijft Othman El Hammouchi en hij heeft overschot van gelijk. Dat is dan ook de reden waarom een dergelijk verbod in België niet van kracht is. In tegenstelling tot wat hij schrijft verbiedt de overheid geen enkele levensstijl, zij viseert wel levensbeschouwingen.

Het verschil? Iemand die de voorkeur geeft aan hemden boven T-shirts, zal niet beweren dat zijn opvatting op waarheid berust en dat alle mensen die een T-shirt dragen in zonde leven en moeten branden in de hel. Levensbeschouwingen daarentegen bevatten opvattingen waarvan men beweert dat ze 'waar' zijn, waaruit normen over 'goed en kwaad' volgen die 'voor iedereen en alle tijden' gelden.

Het zijn dus de sterk ethisch geladen waarheids- en universaliteitspretenties van godsdiensten die maken dat hun symbolen een vrijheidsbelemmerend effect hebben en een schadelijke invloed kunnen uitoefenen op het zelfbeschikkingsrecht van de burger en de perceptie van de dienstverlening.

Een samenleving die gekenmerkt wordt door superdiversiteit is gebaat bij een overheid die superneutraal is.

Dat vrijheidsbelemmerend effect neemt gradueel af naarmate we te maken hebben met levensbeschouwingen, ideologieën, bewegingen of levensstijlen. Tekenen van de eerste drie categorieën zijn problematisch en moeten geweerd worden bij ambtenaren. Het gaat dan bijvoorbeeld over een hoofddoek, een pinnetje van het Vlaams Belang en een regenboog-T-shirt. Voor levensstijlen is er geen probleem, daar kan de tolerantie spelen.

Bij Knack.be argumenteerde ik al uitgebreid waarom het ook legitiem is levensbeschouwelijke tekens te verbieden binnen de context van de officiële school en waarom de criteria die de rechterlijke macht hanteert onwerkbaar zijn. Levensbeschouwelijke tekens zouden volgens de Raad van State enkel verboden mogen worden indien ze “ostentatief worden gedragen als daad van agressie of om druk uit te oefenen, om een reactie te provoceren, uit indoctrinatie, proselitisme of voor propagandadoeleinden en ze aldus van aard zijn om de overtuigingen van anderen te ondermijnen.” 

Maar wie kan bepalen of een levensbeschouwelijk teken al of niet ostentatief gedragen wordt? Hoe stel je vast dat bijvoorbeeld een hoofddoek gedragen wordt met de bedoeling om druk uit te oefenen? Wanneer je de bedoeling hebt om te indoctrineren, draag je een hoofddoek dan op een andere manier, dan wanneer je die bedoeling niet hebt? De gestelde voorwaarden zijn subjectief en onduidelijk. Daardoor bieden ze geen houvast om de levensbeschouwelijke vrede mogelijk te maken. 

De neutraliteit van de overheid en de officiële school is het meest geschikt om conflicten te vermijden.

Indien deze samenleving wenst dat jongeren voorbereid zijn om te functioneren in een samenleving waar de godsdienstvrijheid niet absoluut is; als we willen verhinderen dat het dragen van een hoofddoek onder dwang wordt opgelegd; wanneer we menen dat het onderwijs jongeren in staat moet stellen om in het volwassen leven over zichzelf te beschikken, dan moeten we bereid zijn om hen een schoolomgeving aan te bieden waar ze die vaardigheden, zonder druk en in veilige omstandigheden kunnen inoefenen.

De enige manier om dit te realiseren is door een consequent en algemeen neutraliteitsbeleid te voeren aan de hand van een objectief criterium: een algemeen verbod op het dragen van levensbeschouwelijke tekens.

Een dergelijk beleid past volledig binnen de bandbreedte van de liberale rechtsstaat. Het werd reeds meermaals afgetoetst aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en bleek er niet mee in strijd. 

Als we willen dat in onze superdiverse samenleving gelovigen en ongelovigen, progressieven en conservatieven, autochtonen en allochtonen vredevol samenleven, dan moeten we in de maatschappij domeinen afbakenen waar de verschillen die tussen hen bestaan geen aanleiding kunnen geven voor conflict. De neutraliteit van de overheid en de officiële school is daarvoor het meest geschikt.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.