AP1957

"Je mag Bobby gerust met mij delen": 50 jaar na de moord op Robert Kennedy (1925-1968)

De Kennedy’s zijn de koningen van Amerika. Ook de Amerikaanse republiek kent haar dynastieën. Al bijna 60 jaar spreken de Kennedy’s tot de verbeelding van elke Amerikaan. Wat een tragiek, wat een drama! Joe Kennedy verongelukte. President John F. Kennedy werd vermoord. Ted Kennedy overleefde een vliegtuigcrash en een auto-ongeluk. Op 5 juni 1968, een halve eeuw geleden, kwam Bobby Kennedy net als zijn 8 jaar oudere broer Jack, tragisch aan zijn einde. Bobby Kennedy, één van de meest geliefde toekomstige presidenten van Amerika. Onze correspondent in Amerika Björn Soenens blikt terug.

Het jaar is 1968. Het is 4 april, in Indianapolis, Indiana. De presidentsverkiezingen van dat jaar zijn gelanceerd. De leidende kandidaat voor de Democratische nominatie klimt op het podium. Hij heeft dramatisch nieuws. Martin Luther King is net vermoord.

Het publiek huilt, tiert, en stort in. Robert Kennedy troost. Hij spreekt deze woorden: "My favourite poet is Aeschylus". Het Bobby-fenomeen. Zijn licht metaalachtige Bostonaccent. Hij citeert de Griekse dichter: "Even in our sleep, pain which cannot forget, falls drop by drop upon the heart, until in our own despair, against our will, comes wisdom through the awful grace of God…" (Zelfs in onze slaap onuitwisbaar verdriet, valt druppel na druppel op ons hart, tot in onze eigen wanhoop, tegen onze wil, ons wijsheid wordt geschonken door Gods genade…)

Een eruditie die nu lang vervlogen lijkt, niet meer van deze tijd. Toén nog wel. Vandaag klimt de Amerikaanse president ook op een podium en produceert eveneens woorden: "CNN sucks!" Er was dus een tijd, 50 jaar geleden, dat oude Griekse dichters een rol speelden in de toespraken van belezen en moedige politici. Was het Aeschylus, was het Kennedy en zijn  begrijpende, troostende toon? Maar die nacht, na de moord op King, braken geen rellen uit in Indianapolis (maar overal elders wel). 

1968, het jaar dat Amerika op z'n grondvesten daverde

De gouden jaren 60 van de vorige eeuw? Vergeet het, laat varen die nostalgie. Het decennium 1960-1970 was anarchistischer, chaotischer dan welke gebeurtenis ook in deze Trumptijd (ja, je geschiedenis leren zet heel vaak de dingen in een juister perspectief). Ach, de jaren 60, de Kennedyjaren. Wat een helletocht! De rassenrellen, de strijd tegen armoe, de protesten van studenten, de rakettencrisis op Cuba, de moord op de Kennedy’s, Malcolm X, Medgar Evers, Martin Luther King.

Er woedde een heftige oorlog met honderdduizenden Amerikaanse soldaten tegen de communisten in Vietnam. Het Zuiden van de VS was één grote racistische broeihaard. De steden stonden in rep en roer, en de ene na de andere prominente politieke figuur werd vermoord.

Amerika leek in de jaren 60 van de vorige eeuw soms meer op een schietbaan dan op een beschaving die de wereld de weg moest wijzen. 1968. Het jaar dat Amerika op zijn grondvesten daverde. Het jaar dat dichter W.B. Yeats zovele jaren eerder had voorvoeld: "The center will not hold. Mere anarchy is loosened upon the world…"

Amerika leek in de jaren 60 van de vorige eeuw soms meer op een schietbaan

En toch is ook enige nostalgie begrijpelijk. Nostalgie naar de Kennedy’s. Een terug verlangen naar bedachtzame, inlevende, en visionaire politieke ideeën. Geen presidentiële tweets over ex-FBI-bazen die slijmjurken zijn. Geen uitlatingen over een liegende pornoster of fake news. 

Robert "Bobby" Kennedy was die zeldzame politicus die nog nadacht voor hij iets zei. Een vastberaden, koppige harde werker, een politieke figuur die ook zijn onzekerheid en kwetsbaarheid toonde, én moed. En toen dat allemaal tot bloei leek te gaan komen, werd hij neergeknald door de Jordaanse Palestijn Sirhan Sirhan, een toen 24-jarige jongeman die in 1957 naar Amerika was gevlucht met zijn familie. De moord vond plaats in de keuken van het (nu ter ziele gegane) Ambassador Hotel in Los Angeles. Sirhan Sirhan zit vandaag nog altijd in de gevangenis. Bob Kennedy was amper 42 toen hij bezweek aan zijn schotwonden. 

AP1968

Het was net na Kennedy’s eclatante overwinning bij de voorverkiezingen in Californië. Bob Kennedy was goed op weg om de Democratische presidentskandidaat te worden bij de verkiezingen van november 1968. "We want Bobby! We want Bobby!", scandeerden zijn aanhangers. Even later was het over en uit. De mogelijk toekomstige president van Amerika was dood. De Republikein Richard Nixon zou daarna  6 jaar het land leiden, tot zijn schandelijk aftreden in de zomer van 1974.

AP1962

Bobby Kennedy liet een vrouw en 11 kinderen achter. Nummer elf moest nog geboren worden, in november 1968. Na zijn dood, die ene vraag: "What’s happening in America?" Toén, die vraag. Vandaag, 50 jaar later, nog steeds, dié vraag: "What’s happening in America?". 

Na zijn dood werd zijn lijk met de trein van New York naar Washington gereden. De funeral train. De begrafenistrein van Bobby Kennedy. Overal rouwende massa’s langs het spoor. Dat was 8 juni 1968, twee dagen na zijn dood. Een speciale rouwtrein, net als 100 jaar eerder met Abraham Lincoln. De beelden van de groetende Amerikanen – ze waren ongeveer met één miljoen, jong en oud, zwart en wit, rijk en arm - zijn diep ontroerend. Robert ligt begraven op Arlington National Cemetery, de militaire begraafplaats net buiten Washington D.C. De eeuwige waakvlam van de Kennedy’s.

1968 AP

Meer verwend rijkeluiskind dan kampioen van sociale rechtvaardigheid

Robert Kennedy was bij de aanvang van zijn politieke leven absoluut niet de lieveling van progressief Amerika. RFK was een notoir communistenjager in de commissie van de omstreden senator Joseph McCarthy. Kennedy trok zich na zes maanden terug, gedegouteerd door de uit de hand gelopen heksenjacht.

Als minister van Justitie onder zijn broer John was Robert maar een koele minnaar van de strijd voor zwarte burgerrechten. Hij liet zelfs de telefoons afluisteren van Martin Luther King. In zijn jonge jaren gedroeg Robert Kennedy zich meer als een verwend rijkeluiskind dan als de kampioen van sociale rechtvaardigheid. 

Hoe hij met zijn linkerhand zijn haarkuif goed schikte, dreef veel Amerikaanse vrouwen tot opperste staat van opwinding

Kennedy verwarde. Hij maakte een opmerkelijke metamorfose door van een beetje onbeholpen, agressief en zonder veel charisma, tot een soort welbespraakte god van de kleine man. Hoe hij met zijn linkerhand zijn haarkuif goed schikte, als een soort tic, dreef veel Amerikaanse vrouwen tot opperste staat van opwinding. 

Jarenlang was het enige wat telde in Bobby’s leven zijn broer Jack. Wat Jack zei, dat zei Bobby. Wat Bobby zei, dat zei Jack. Zijn grootste ambitie was zijn broer aan de top te brengen en te houden. Robert was in 1960 ook de campagneleider van JFK. Robert was buitenmaats toegewijd aan de Kennedyclan. Zijn broer nam hem als Justitieminister en belangrijkste raadgever mee naar het Witte Huis. Ze waren onafscheidelijk.

AP1960

Maar dan, op 22 november 1963, 38 jaar oud, verloor Bob Kennedy niet alleen zijn broer. Op die vrijdagmiddag in Dallas verloor hij alles. Maandenlang liep hij te somberen, gedeprimeerd en doelloos dwaalde hij rond in het leven. Pas een jaar later vervelde Robert tot zijn eigen persoon. Hij omarmde zwarte burgerrechten en ging de confrontatie aan met de racistische gouverneur van Alabama, George Wallace. 

Kennedy smeedde een onwaarschijnlijke alliantie met de arme latino landarbeiders in Californië. Hij sloot vriendschap met de leider van de boerenopstand, de legendarische César Chavez, en deelde brood met hem na een hongerstaking. 

Tournee van Appalachia tot de Mississippidelta

Robert Kennedy verzette zich tegen de Vietnampolitiek van zijn partijgenoot, president Lyndon Johnson. RFK maakte een tournee doorheen de armoedegebieden van Amerika, van Appalachia tot de Mississippidelta. Hij zag de honger en de ontbering in het Zuiden en in Kentucky. Hij kon niet geloven dat dit soort armoede diep in de twintigste eeuw nog bestond in de VS, het op papier rijkste land ter wereld.

Na zijn armoedetour kwam hij thuis bij zijn vrouw Ethel (die nog leeft, en nu 90 jaar is) en zijn (toen) tien kinderen. Robert sloeg op tafel: "We moeten iets doen. Dit is zo vreselijk. We moeten iets doen." Robert Kennedy was ongeduldig. Ongeduldig om zijn bijdrage aan de wereld te leveren. Ongeduldig om die steen in de rivier te verleggen. 

In een toespraak zei hij: "There is today an alien land within our own borders, another America." Dat was 1968. Daarom galmt Robert Kennedy zo diep en zo luid na, vandaag, in 2018. Want dat andere Amerika van toen, bestaat vandaag nog altijd. 45 miljoen Amerikanen leven vandaag nog altijd onder de armoedegrens. Ik heb het met eigen ogen gezien, in diezelfde gebieden, in de verborgen bossen, bergen en moerassen van Amerika. De arme gebieden van toen zijn nu Trumpland. 

Kennedy luisterde naar Amerika’s armeluizen. Hij zag hoe de mensen leden, pakte hen vast, omhelsde ze en was vastbesloten om ze aan de haren uit het moeras te trekken. Vandaag hebben diezelfde mensen hun lot in handen gelegd van een man die hen op een podium de hemel heeft beloofd, maar zijn beloftes niet echt nakomt, geen intenties heeft om er écht iets aan te doen. In dat opzicht is de vroegtijdige dood van Kennedy méér dan een tragedie. 

Als Bobby je haat, dan blijft hij je haten

Vader Joseph Kennedy

Volgens zijn vader Joseph was Robert F. Kennedy een meedogenloze persoonlijkheid, ook al leek dat niet zo. "Als Bobby je haat, dan blijft hij je haten…" Er bestond bijvoorbeeld wederzijdse verachting tussen Bobby Kennedy en Lyndon Johnson(LBJ): een geschiedenis van haat, achterdocht en intriges die welhaast Shakespeariaanse dimensies aannam, al tijdens het vicepresidentschap van LBJ. Johnson en Kennedy leken wel op aarde gezet om mekaar dwars te zitten. Toch ging Bobby de geschiedenis in als een politicus met veel compassie, als een progressieve voorvechter van de Amerikaanse verschoppelingen. 

Op zijn 32e stond hij oog in oog met aartsvijand Jimmy Hoffa, de beruchte baas van de Teamsters, de transportvakbond van de truckers. Het fanatisme waarmee Robert Kennedy probeerde om Hoffa de gevangenis in te krijgen, was ongezien. Bobby Kennedy ging openlijk de oorlog aan met de maffia, en heeft op die manier wellicht onrechtstreeks een moordcomplot op zijn broer John in gang gezet. We zullen het nooit écht weten. 

"Bobby", het kneusje onder de broers Kennedy

Volgens zijn biografen moest Bobby Kennedy overcompenseren in zijn gedrag als jonge politicus. Hij was zo’n beetje het kneusje onder de broers Kennedy. Wat ze noemen, het onderdeurtje: klein en verlegen, geen atletische postuur zoals zijn broers Joe en Jack. Bob was de zevende van de negen Kennedykids.

1960 AP

Kennedy vervelde snel. Hij maakte de omslag van havik in de Koude Oorlog tot gepassioneerd voorvechter van de minderbedeelden van Amerika. Van Bad Bobby tot Good Bobby. Na de moord op zijn broer en de beroerte van zijn vader werd hij plots gekatapulteerd tot het onbetwiste hoofd van de Kennedyclan.

Enkele persoonlijke confrontaties met sociaal onrecht nadat hij senator werd in 1964, veranderden hem. Met eigen ogen zag hij de Derde Wereldachtige armoede, in zijn eigen thuisstaat New York, in het zwarte getto van Bedford-Stuyvesant in Brooklyn, en bij de Indianen op het reservaat van Pine Ridge in South Dakota. 

Van Bad Bobby tot Good Bobby

Robert Kennedy vocht ruim 50 jaar geleden al voor wetgeving om het lastiger te maken voor jongeren en mentaal zieke Amerikanen om aan een wapen te geraken. Een pijnlijke vaststelling als je weet dat zowel hij als zijn broer door kogels om het leven zijn gekomen. Dat valt op bij Bobby Kennedy. Andere tijd, maar exact dezelfde problemen als nu. Alles komt terug. De geschiedenis herhaalt zich niet, maar ze rijmt wel heel erg in Amerika. 

Bobby was wellicht de vroomste van alle katholieke Kennedybroers, en ook niet zo’n compulsieve rokkenjager als John of Edward. Toch had de KGB blijkbaar voldoende informatie over Robert en zijn gewoontes verzameld om hem bij een bezoek aan de toenmalige Sovjet-Unie te laten omringen door "vrouwen met een losse moraal". 

1964 AP

Er gaan allerhande geruchten over een affaire met Marilyn Monroe én een mogelijke romance met Jackie Kennedy in de periode na Johns dood, toen beide rouwenden steun vonden bij mekaar. "Je mag Bobby met mij delen", is de op zijn zachtst gezegd intrigerende uitspraak van zijn vrouw Ethel tegen Jackie, kort na de moord op JFK.

In de unieke Netflixdocumentaire "Robert Kennedy for president (2018)" barst  burgerrechtactivist en (huidig) Congreslid John Lewis onbedaarlijk in huilen uit als hij terugdenkt aan Martin Luther King en aan Robert Kennedy, voor wiens verkiezingscampagne hij werkte. "Wat als?", vraagt Lewis zich af. Ja, wat als? Wat als Kennedy niet was doodgeschoten in de nacht van 5 juni 1968? Zouden we dan nu in een andere wereld leven? Geen Nixon? Geen Watergate? Geen oorlog in Afghanistan? Geen Irak? We zullen het nooit weten. 

Robert Kennedy is niet echt dood. De magische klank van de Kennedy’s keert terug. Joe Kennedy, een kleinzoon van Robert, is de nieuwste politieke sensatie. Sprekend zijn grootvader – hetzelfde haar, iets rosser, met dezelfde lichte onbeholpenheid. Sprekend zijn grootvader, ook wat zijn politieke opvattingen betreft, een Democraat in hart en nieren. Joe Kennedy, 38 jaar, en klaar om Trump aan te pakken, met een bezielde toespraak en alternatieve beleidsvoorstellen. De toekomst lijkt in aantocht.

Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Elk punt in de geschiedenis is een kruispunt. Soms neemt de geschiedenis een onverwachte afslag. Ja, het had anders kunnen lopen. Maar: de geschiedenis is zelden logisch en nooit onvermijdelijk. Robert Kennedy sprak zelf de bemoedigende woorden van Alfred, Lord Tennyson uit: "It’s not too late to seek a newer world".

1968 AP