Video player inladen ...

Zes Balkanlanden in de wachtzaal van de EU: hoe is het gesteld met de door burgeroorlogen geteisterde regio? 

Vandaag komen de leiders van de Europese Unie samen in Sofia, om zich te buigen over de relaties met de Balkanlanden. Er wordt onder meer gesproken over regionale samenwerking, veiligheid, migratie en het toekomstige EU-lidmaatschap van vijf landen die vroeger tot Joegoslavië behoorden en van Albanië. VRT-Balkankenner Stefan Blommaert bekijkt hoe het gesteld is met de regio, die in de jaren negentig werd verscheurd door diverse burgeroorlogen.

Al bijna twintig jaar geleden is het dat hij plaatsvond, de eerste Europese Balkantop in Zagreb. 2000 liep zoetjesaan naar zijn einde toe, het was een memorabel jaar geweest voor de landen van ex-Joegoslavië. In Kroatië was de hervormingsgezinde politicus Stipe Mesic verkozen tot president, nadat de oorlogsleider en nationalistische sabelsleper Franjo Tudjman in december van het jaar daarvoor was overleden. In Servië had amper een goede maand vóór de top een opstand plaatsgevonden tegen die andere nationalist en hoofdverantwoordelijke voor de Balkanoorlogen van de jaren negentig, Slobodan Milosevic. Dat gebeurde na massale verkiezingsfraude, een meerderheid van het Servische volk had er schoon genoeg van. Milosevic moest aftreden en plaatsmaken voor hervormers.

Ik had al die gebeurtenissen ter plaatse meegemaakt, en op de top in Zagreb kon ik een bijzondere sfeer proeven. Hoop was er, hoop dat de haat en de conflicten op de Balkan stilaan tot het verleden zouden gaan behoren. De Europese Unie wilde van dat momentum gebruik maken om een boodschap te sturen naar de vele volkeren op de Balkan: we laten jullie niet in de steek, als jullie op het pad van de verzoening voortgaan. Het lidmaatschap van de Europese familie was het finale vooruitzicht. Zonder concrete beloftes, zonder streefdata, gewoon een plechtig engagement. En een cheque van omzeggens 4 miljard euro ter ondersteuning van de hervormingspolitiek in de Balkanlanden (foto hieronder: groepsportret van de staatshoofden en regeringsleiders op de EU-top in Zagreb).

(lees verder onder de foto)

Positieve ontwikkelingen op de Balkan

Vandaag is er opnieuw een top over wat in Europese kringen ‘de Westelijke Balkan’ wordt genoemd. Slovenië, de beste leerling van de Joegoslaviëklas, is intussen al veertien jaar lang lid van de EU. Het land maakte deel uit van de ‘big bang’ in 2004, toen acht ex-communistische landen plus Cyprus en Malta in één keer toetraden. Kroatië werd op zijn eentje lid in 2013, na een toetredingsproces van zowat tien jaar. Resten vandaag nog Servië, Montenegro, Macedonië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo – dat in 2008 zijn onafhankelijkheid van Servië uitriep – en Albanië (het enige land dat niet tot voormalig Joegoslavië behoorde).

Sinds die eerste Balkantop in november 2000 zijn er positieve zaken gebeurd op de Balkan. Na aanvankelijk tegenwringen is Servië ten volle gaan samenwerken met het Internationaal Joegoslaviëtribunaal in Den Haag, dat oorlogsmisdadigers van de Balkanoorlogen in de jaren negentig moest berechten. Milosevic werd al relatief snel na zijn afzetting uitgeleverd – hij stierf later aan een hartaanval in zijn cel – en uiteindelijk, vele jaren daarna, konden ook de Bosnische hoofdverdachten Radovan Karadzic en Ratko Mladic bij de kraag worden gevat. Dat zette de deur open voor de start van het toetredingsproces van Servië tot de EU.

(lees verder onder de foto)

vlnr: Milosevic, Karadzic, Mladic AP2011

Er was in 2006 ook de vreedzame scheiding geweest tussen Servië en Montenegro, de twee laatste landen die tegen beter weten in de federale staat Joegoslavië probeerden te behouden. Vreedzaam, dat was op de Balkan al reden tot tevredenheid. En nu, recent, is er hoop op een snelle oplossing voor het absurde – maar al ruim twee decennia aanslepende – conflict tussen Griekenland en Macedonië over de naam van dat laatste land.

Nationalisme steekt opnieuw de kop op

Maar helaas zijn er ook negatieve tendensen in de volatiele regio. Het nationalisme, dat in ex-Joegoslavië voor zoveel ellende had gezorgd, steekt de laatste tijd op ijzingwekkende wijze weer de kop op. In Bosnië-Herzegovina, het land waar de oorlog in de eerste helft van de jaren negentig de meest verwoestende gevolgen had, wordt de roep om opdeling van het land in etnisch zuivere gebieden alsmaar groter. Dat is vooral zo in de Republika Srpska (het Servische deel van Bosnië) waar de radicale sfeer eigenlijk nooit echt weg is geweest.

De plaatselijke leider Milorad Dodik (foto onder) gooit steeds vaker olie op het vuur, eigenlijk weigert hij het bestaansrecht van Bosnië-Herzegovina als eengemaakte staat te erkennen. Soms lijkt het op de retoriek die bijna drie decennia geleden tot de Joegoslavië-oorlogen leidde. Bij sommige leiders van de Bosnische Kroaten hoor je ook al  dreigementen over afscheiding. Tussen Servië en Kroatië zijn er na jaren van verbeterde relaties weer regelmatig spanningen. Heethoofdige politici van beide kanten lijken zich opnieuw te verblijden in wederzijdse beledigingen en het oproepen van geesten uit het verleden.

(lees verder onder de foto)

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

En dan is er de kwestie Kosovo. Al jaren worden er – door de EU gechaperonneerde – pogingen ondernomen om de relaties tussen Belgrado en Pristina te verbeteren. Maar ook hier zijn er aan beide kanten stokebranden die het verzoeningsproces stokken in de wielen steken. En over de kern van de zaak, de onafhankelijke status van Kosovo, wordt niet eens gepraat.

Servië heeft zijn buitenlandbeleid vrijwel uniek gefocust op het overtuigen van zoveel mogelijk landen in de wereld om de Kosovaarse onafhankelijkheid niet te erkennen of de erkenning in te trekken. Politici van allerlei slag blijven hun achterban een rad voor de ogen draaien met de al dan niet uitgesproken suggestie dat de afscheiding van Kosovo ooit kan worden teruggedraaid. Het is moeilijk denkbaar dat Servië ooit lid wordt van de Europese Unie zonder dat er ernstige stappen zijn gezet in de richting van een duurzame oplossing voor de relatie met Kosovo.

Invloed van Rusland en China

De EU heeft in de Balkanlanden met een orthodox-christelijke bevolking serieuze politieke concurrentie van Rusland. Moskou zou de regio maar wat graag tot zijn invloedssfeer rekenen. Groot was de frustratie van Rusland toen Montenegro vorig jaar toetrad tot de NAVO. Maar in dat kleine land kunnen de Russen nog altijd rekenen op bondgenoten, vooral onder de inwoners van Servische afkomst.

In Servië zelf verkondigt de populistische – en voormalige ultranationalistische – president Aleksandar Vucic voortdurend dat hij goede banden wil met Rusland, en dat zoiets de EU-integratie niet in de weg staat (foto onder: Poetin en Vucic). In ruil krijgt Servië honderd procent steun van Moskou als het gaat over Kosovo. Russische steun is er ook voor de eerder vermelde nationalistische politiek van de Bosnisch-Servische leider Dodik.

(lees verder onder de foto)

Vladimir Poetin en Alexander Vucic Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Terwijl Rusland zijn politieke schaduw werpt over de Balkan, is China er op economisch vlak bijzonder actief. Geheel in de geest van het wereldwijde Chinese investeringsproject ‘One Belt One Road’ zijn de Chinezen bezig met het bouwen van bruggen, wegen en spoorwegen in de regio. Zij zorgen voor leningen en knowhow, en ze leveren zelfs hun eigen gekwalificeerde bouwvakkers.

Zo wordt een nieuwe brug in de omgeving van Belgrado door de inwoners ‘de Chinese brug’ genoemd, en op dezelfde manier zijn verschillende tracés van een autostrade tussen de Servische hoofdstad en de Montenegrijnse kust toegewezen aan bouwbedrijven uit China. Peking verwerft daarmee natuurlijk niet alleen economische voordelen, maar ook politieke invloed in de regio.

Eerste nieuwe EU-lidstaten op de Balkan in 2025?

Maar ondanks al die uitdagingen gaat het Europese integratieproces van de Balkanlanden dus voort. Op de EU-top in Sofia vandaag krijgen de zes kanshebbers voor het lidmaatschap ongetwijfeld schouderklopjes en aanwijzingen over hoe ze het nog beter kunnen doen. In elk geval is het opvallend dat er opnieuw belangstelling is voor de Balkan.

Enkele jaren geleden nog had Europees Commissievoorzitter Juncker het over ‘uitbreidingsmoeheid’ en pleitte hij voor een pauze in het aanvaarden van nieuwe lidstaten. Begin dit jaar kregen de zes Balkanlanden die in de wachtzaal zitten de verzekering van de EU dat ze op termijn lid zullen kunnen worden. Voor Servië en Montenegro was er zelfs een theoretische richtdatum – 2025 –, al moeten natuurlijk alle voorwaarden voor de toetreding eerst vervuld worden.

Volgens premier Michel moeten we de banden met de Balkanlanden versterken, maar moet er momenteel nog niet gesproken worden over een toetreding tot de EU. Hij wil de dat landen zich economisch ontwikkelen en dat er rust komt in de regio.

(lees verder onder de video)

Video player inladen ...

Er is in elk geval nog een lange weg af te leggen voordat alle landen van voormalig Joegoslavië en Albanië volledig zullen zijn opgenomen in de Europese familie. En er moeten nog veel obstakels worden overwonnen. Maar zeker in een door oorlog verteerde regio lijkt de EU de beste troefkaarten in handen te hebben voor het voorkomen van nieuwe conflicten en het intomen van oude demonen. De Europese Unie heeft de voorbije halve eeuw precies op dat vlak haar deugdelijkheid bewezen. Het vergt natuurlijk veel inspanningen en diplomatieke creativiteit om in het politieke wespennest van de Balkan voor stabiliteit te zorgen. Laten we zeggen dat het gewoon de plicht is van Europa om dat te doen.