Deze Video is beschikbaar op

"Vlaamse jongere kan nooit meer zonder smartphone en is afhankelijker van sociale media"

Jongeren delen nog steeds gretig op sociale media, zijn zich bewuster van wat ze precies op het internet posten én zien de smartphone als een onmisbaar deel van hun sociaal leven. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Gent, Mediawijs én Mediaraven naar het mediagebruik van ruim 4.000 jongeren tussen 6 en 18 jaar. Het resultaat werd gegoten in het tweejaarlijkse rapport Apestaartjaren.  Wij zetten de meest opmerkelijke bevindingen op een rijtje.

Eerst het meest voor de hand liggende nieuws. De smartphone of tablet is niet meer weg te denken uit de leefwereld van Vlaamse jongeren tussen 6 en 18 jaar. Welgeteld 95% van de bevraagde jongeren heeft een smartphone en zowat 83% onder hen heeft ook toegang tot mobiele data.

Mediagebruik

Jongeren tot 12 jaar gebruiken de smartphone of de tablet vooral om spelletjes te spelen of video’s te bekijken op YouTube. Eens ze wat ouder zijn, gebruiken ze hun toestellen om verbonden te blijven met de actualiteit of hun digitaal sociaal leven. 

Niet meteen verbijsterende onderzoeksresultaten, maar het valt wel op dat jongeren almaar meer afhankelijk lijken te worden van hun toestellen. Meestal al vanaf een vroege leeftijd. Gemiddeld krijgen kinderen op hun 12de hun eerste smartphone cadeau.

Balans tussen écht en online leven

De smartphone maakt dezer dagen simpelweg deel uit van het leven en het gebruik ervan is nu zelfs geëvolueerd tot een automatisme. Voor 70% van alle jongeren is het regelmatig checken van de smartphone zowat een onbewuste reflex geworden.

De helft van alle jongeren gebruikt de smartphone of tablet naar eigen zeggen om de tijd te doden, 47% onder hen doet het “om even te ontsnappen”. Maar die relatief nieuwe gewoonten hebben ook een échte impact op het offline leven.

Één op de vijf jongeren zegt zelfs onrustig te worden als hij of zij niet op elk moment van de dag kan checken hoe het gesteld is met hun online leven. En dat zou wel eens nefaste gevolgen kunnen hebben voor de academische prestaties (lees: huiswerk dat te lang blijft liggen) of zelfs de gezondheid.

“We zien dat die impact veel verschillende facetten kan hebben. Bij sommige jongeren is er de vrees dat ze niet meer helemaal mee zullen zijn als ze hun sociale media niet goed in de gaten blijven houden”, aldus Bart Vanhaelewyn, specialist op vlak van mediaconsumptie binnen de UGent. Het fenomeen wordt al een tijdje FOMO genoemd, Fear Of Missing Out. “Anderen kunnen dan weer niet op tijd stoppen met het checken van hun Instagram. En dan kunnen vijf minuutjes op sociale media al snel oplopen tot twee uur. Dat levert soms slapeloze nachten op.”
(Lees verder onder de foto.)

Zijn al die smartphones, tablets en sociale media dan gewoon té verslavend? “Eigenlijk is het nog complexer dan dat. Jongeren willen gewoon altijd contact houden met hun vrienden. Nu gebeurt dat vooral via sociale media en een digitaal toestel. Vroeger durfden jongeren wel eens urenlang aan de vaste telefoon hangen. Ze zijn dus niet verslaafd aan de smartphone, wel aan die sociale contacten”, besluit Vanhaelewyn.

Gelukkig zijn jongeren zich vaak bewust van hun - soms ongezond - mediagebruik. “Soms grijpen ze naar ludieke, creatieve oplossingen voor dat probleem”, vertelt Vanhaelewyn. “Je kan met je vrienden zelfs aan ‘stacking’ doen: tijdens een gezellig onderonsje op café alle smartphones op een hoopje gooien. Wie dan het eerst zijn Facebook checkt, moet het volgende rondje trakteren.”

Gênante babyfoto’s

Tijdens het onderzoek werd er ook gekeken naar de manier waarop jongeren omgaan met hun privacy én die van anderen. Vooral het deelgedrag van jongeren en hun ouders levert opvallende resultaten op. Het is geen verrassing: ook ouders zijn vaak actief op sociale media zoals Facebook, Twitter, Snapchat of Instagram.

Uit onderzoek blijkt dat 77% van de ouders op sociale media zitten. “En dat heeft ook invloed op het online leven van hun kinderen”, vertelt Ralf De Wolf, doctor verbonden aan de vakgroep communicatie van de UGent. “Zo’n 56% van de ouders doet aan 'sharenting, foto’s of info van kinderen delen op Facebook, zonder daar eerst expliciet toestemming voor te vragen.

Facebook is het nieuwe e-mail. Handig, maar eigenlijk doe je er weinig mee.

Vaak gaat het dan over gênante familie- of babyfoto’s. Op zich vinden jongeren dat niet meteen een ramp, amper 20% van de bevraagde jongeren zegt dat hij of zij dat als een probleem ervaart.” Maar uit het onderzoek blijkt ook dat jongeren tegenwoordig opvallend minder op hun Facebookaccount zitten. 

“Een Facebookprofiel is als een e-mailadres. Handig om te hebben, maar eigenlijk doe je er weinig mee”, concluderen de onderzoekers.

Sexting zit (weer) in de lift

Ook opvallend: jongeren delen steeds meer intiem of zelfs seksueel getint beeldmateriaal van zichzelf, ruim 12% meer om precies te zijn. “Ongeveer 36% van de jongeren zegt dat hij of zij al eens een naaktfoto heeft verstuurd”, volgens De Wolf. “Dat hoeft niet per se problematisch te zijn, op voorwaarde dat er vooraf zéker goede afspraken worden gemaakt met de ontvanger van die beelden.” 

Één op de drie jongeren deelt wel eens een naaktfoto.

Grensoverschrijdende trollen

Onnodig grievende, soms zelfs wrede, reacties plaatsen op sociale media. Dat is zowat dé favoriete bezigheid van zogenoemde ‘trolls’.

“Trolling is het doelbewust provoceren van anderen door extreme standpunten in te nemen op pagina’s of fora waar die meningen eigenlijk niet thuishoren”, verklaart Bas Baccarne, onderzoeks- en onderwijsassistent binnen de UGent.

Dertig procent van de Vlaamse jongeren is (soms) een troll.

“Één op de drie jongeren geeft aan dat ze dat graag en regelmatig doen op verschillende manieren. Dat kan heel onschuldige vormen aannemen. Soms gaat het over een foto met een conservatieve mening over de klimaatverandering op een Facebookpagina van een milieugroep. Maar er zijn ook extreme vormen, zoals uitspraken die humoristisch worden bedoeld, maar eigenlijk kwetsend en zelfs racistisch zijn.”

Vervelend online gedrag dus, maar volgens de onderzoekers is trolling vooral ook een vorm van experimenteren. “Zeker bij jongeren”, vertelt Baccarne. “Er bestaan bepaalde gedragsregels op het internet, dat noemen we ‘nettiquette’, maar dat is geen vast gegeven. Jongeren gaan die grenzen aftasten en steeds verder gaan. Vaak met wat humor.” 

Hoe zit het met privacy?

Uit onderzoek blijkt dat jongeren zich wel degelijk bewust zijn van hun privacy op sociale media. Iets meer dan 50% gebruikt de privacy-instellingen om hun gegevens deels of zelfs volledig af te schermen. Amper de helft van de jongeren onderneemt concrete acties om hun privacy te beschermen: ze untaggen foto’s, maken hun profiel enkel zichtbaar voor hun contacten of hun eigen leeftijdsgenoten én delen gevoelige info enkel via privéberichten op WhatsApp of Facebook Messenger.

Meisjes zijn online véél voorzichtiger dan jongens.

Slechts 35% van de jongeren vindt het nodig om vooraf toestemming te geven als iemand hen wil taggen in een foto. 29% van de jongeren maakt afspraken met vrienden over wat gedeeld wordt online en wat niet. 66% zegt dan weer te respecteren dat iemand iets niét online wil zien.

(Lees verder onder de video.)

Deze Video is beschikbaar op

Meisjes lijken ook bewuster en voorzichtiger om te gaan met sociale media. Logisch, zo stellen de onderzoekers, want zij komen veel vaker en veel vroeger dan hun mannelijke leeftijdsgenoten in contact met ongewenst gedrag op het internet.

Meer dan de helft van de jongeren was ooit al eens slachtoffer of getuige van een privacy-inbreuk op sociale media. Dat kan dan gaan over gênante foto’s, ruzies die in het openbaar worden uitgevochten of te vroeg gedeelde relatiebreuken.