Video player inladen ...

Alleenstaanden en huurders zijn nog altijd kwetsbaarder voor armoede

Werklozen, eenoudergezinnen en personen met de laagste opleiding meest kwetsbaar voor armoede. Dat blijkt uit cijfers die het Belgisch statistiekbureau Statbel publiceert. De kloof tussen laag- en hoogopgeleiden stijgt en de risicogroep van 65-plussers daalt.

Vorig jaar werd 15,9 % van de Belgische bevolking beschouwd als een risicogroep voor monetaire armoede. Het gaat om mensen die in een huishouden wonen waarvan het totale beschikbare inkomen lager ligt dan 1.139 euro per maand voor een alleenstaande. De risicogroep is nog altijd even groot als tien jaar geleden.

Er zijn een aantal bevolkingsgroepen die duidelijk meer risico lopen dan anderen. Het aantal huurders in de risicogroep bedraagt meer dan 36% en stijgt, terwijl dat bij de eigenaars minder dan 9% is en daalt. Werklozen lopen in bijna de helft van de gevallen risico op monetaire armoede.

Bij alleenstaande ouders zit bijna 40% in de risicogroep. Dat cijfers heeft een paar jaar gedaald, maar is nu weer even hoog als tien jaar geleden. Het ligt ook veel hoger dan bijvoorbeeld bij gezinnen met twee ouders en twee kinderen, waar amper 8,5% risico loopt.

65-plussers beter af

Afhankelijk van het opleidingsniveau is er ook een kloof. Bij de laagste groep, met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs, zit meer dan een kwart in de risicogroep. De kloof met hoogopgeleiden, waar het risico maar zes procent bedraagt, wordt ook al jaren groter.

Een positief verhaal is er bij de 65-plussers. Slechts zestien procent zit in de risicogroep en dat cijfer zit in een dalende trend. Dat komt onder andere door de rijping van de pensioenen en omdat het gemiddeld pensioen van vrouwen gestegen is. Het aantal vrouwen met een carrière is in het verleden sterk gestegen en dat laat zich voelen bij de pensioenen.