foto Peter Hilz (C)

Onderzoek Greenpeace naar verkeersleefbaarheid Europese steden: Brussel scoort matig

Het Duitse Wuppertal Instituut onderzocht de verkeersleefbaarheid in 12 Europese steden in opdracht van Greenpeace. Brussel staat op plaats 8. De stad is niet vriendelijk voor fietsers en voetgangers, veel pendelaars komen met de wagen en veroorzaken files en ongevallen. Kopenhagen, Amsterdam en Oslo scoren, in die volgorde, het best.

Het Wuppertal Instituut onderzocht 21 facetten van het dagelijks verkeer in 12 grote Europese steden. Het gaat om zeer uiteenlopende zaken als de prijs van een busticket of een parkeerplaats, het aantal verkeersongevallen, de luchtkwaliteit, het aantal afgescheiden fietspaden en zo meer. Daarvoor baseerde het zich op cijfers van de officiële milieu-en verkeersinstanties in elk land.

Koning auto

Volgens het onderzoek is Brussel een autovriendelijke stad. Meer dan 40 procent van de verplaatsingen gebeurt met de wagen. Alleen Rome met zijn alomtegenwoordige scooters scoort hoger. Brussel heeft heel wat pendelaars die met een salariswagen rijden. Daarnaast nodigen de lage prijzen voor een parkeerplaats ook uit om de stad in te rijden. Toch staat de hoofdstad op een vierde plaats als het om de luchtkwaliteit gaat. Maar dat is een vertekend beeld meent Joeri Thijs van Greenpeace: ”In vergelijking met andere grote steden heeft Brussel weinig meetstations, bovendien staan er maar twee van die stations op grote, drukke verkeersassen. Niet voor niets dat de organisatie Client Earth een rechtszaak heeft aangespannen tegen de stad.”

Openbaar vervoer

Een klein derde van de verplaatsingen in Brussel gebeurt met het openbaar vervoer. Dat komt neer op één verplaatsing per dag per inwoner. Daarmee staat Brussel op de voorlaatste plaats. Nochtans is  de prijs van een ticket vrij schappelijk, minder dan twee euro per rit. In Londen betaal je gemakkelijk het drievoud. De onderzoekers menen dat het meer te maken heeft met het aantal stations per vierkante kilometer: 2,55, dat zijn er niet veel. Joeri Thijs: “zeker in de periferie zijn er minder stopplaatsen en rijden er minder trams en bussen.”

De paradox van de fiets

Brussel heeft 5.264 deelfietsen. Alleen Parijs, Londen en Berlijn hebben er meer. Nochtans gebeurt maar drie procent van de verplaatsingen met de fiets. In Kopenhagen is dat 29 procent. Nog een vergelijking: Brussel heeft 154 kilometer fietspaden (gescheiden en niet gescheiden), in Kopenhagen is dat 416 kilometer. Ook de veiligheid van de zwakke weggebruiker laat te wensen over. Brussel staat op de tiende plaats: in 2016 verongelukten twaalf voetgangers en fietsers en per 10.000 fietsritten waren er 221 aanrijdingen. Daarmee wordt een gevoelig punt blootgelegd: een verkeersbeleid is maar zo goed als de zwakste schakel.

Verkeersmanagement

Het verkeersmanagement is het beheer van alle mogelijke verkeersmaatregelen. Dat kan gaan van het aantal parkeerplaatsen voor auto’s en fietsers, de veiligheid en de breedte van de fietspaden, het installeren van lage emissiezones en de mogelijkheid om met een app een ticket te kopen. Volgens de onderzoekers staat Brussel op de elfde plaats. Brussels minister van Mobiliteit Pascal Smet (Sp.a, foto hieronder) nam het rapport door en stipt een paar pijnpunten aan.  

"Pendelaars zijn het grote probleem"

 "Te veel Brusselaars gebruiken de auto voor korte verplaatsingen", geeft minister Smet in "De Ochtend" op Radio 1 toe. "Maar het probleem wordt vooral veroorzaakt door pendelaars die alleen in de auto naar Brussel komen en zo het wegennet in Brussel overbelasten." Volgens de minister zouden al die pendelaars perfect met de trein kunnen komen, maar daarvoor is een voorstadsnetwerk nodig, en dat is er nog altijd niet. Minister Smet wijst er op dat de federale regering verantwoordelijk is voor dit netwerk, maar dat zij beslissingen uitstelt tot in het oneindige.  

"Wij hebben 5,2 miljard euro uitgetrokken om over een periode van 10 jaar te investeren in het openbaar vervoer", zegt minister Smet. "Zo komen er dit jaar nog 2 nieuwe tramlijnen bij. Maar de federale regering moet ook in haar openbaar vervoer investeren. In Brussel doen wij wat we moeten doen."

Wij hebben 5,2 miljard euro uitgetrokken om te investeren in openbaar vervoer. Maar de federale regering moet ook investeren 

Pascal Smet, Brussels minister van Mobiliteit

Ook aan fietsinfrastructuur wordt in Brussel gewerkt, aldus minister Smet. "We zijn volop fietspaden aan het aanleggen, ook op  symbolisch belangrijke plekken zoals de kleine ring. Maar het gaat inderdaad nog te traag. Dat heeft te maken met de bestuurlijke inertie hier in Brussel. U weet dat ik al lang pleit om naar 1 gewest te gaan en de gemeenten af te schaffen. Alleen zo krijg je een daadkrachtig bestuur."

Op de lage emissiezone die er in Brussel gekomen is, is minister Smet trots. Hij noemt ze "een revolutie voor Brussel"; een wapen in de strijd tegen de luchtvervuiling, voornamelijk veroorzaakt door dieselwagens. In het rapport van Greenpeace ziet hij vooral een aanmoediging om de omslag die er onder zijn beleid gekomen is, voort te zetten. Hij hoopt ook dat het rapport vooral gelezen zal worden door zijn tegenstanders.