Bart De Wever weet als geen ander hoe ver hij te ver kan gaan

Bart De Wever, partijvoorzitter van N-VA, stelt de ene na de andere beslissing van onze regeringen in vraag. Wil hij CD&V en MR jennen tot ze uit de regering stappen? Of heeft hij een andere strategie? Professor Carl Devos neemt die strategie onder de loep.

opinie
Carl Devos
Carl Devos doceert politieke wetenschappen aan de universiteit van Gent.

Zoals wel vaker doet Bart De Wever met een vingerknip de Wetstraat springen. Deze keer met gespierde taal over de kernuitstap. Daarmee kwam N-VA in hun geliefkoosde één-tegen-allen-positie. N-VA is de partij die durft zeggen wat velen denken maar niet durven verwoorden. In vele dossiers. N-VA is de partij die bepaalde zwijgafspraken onder de bestuurselite doorbreekt. En dat zorgt voor ongemakken.

De Wever weet als geen ander hoe ver hij daarbij te ver mag gaan.

Hij herhaalde de voorwaarden voor de kernuitstap (duurzaamheid, betaalbaarheid, zekerheid) die in het energiepact overeengekomen zijn, en voegde er zijn eigen bekende twijfel aan toe: dat deze voorwaarden niet tijdig gehaald zullen worden. Maar hij bIies het akkoord niet op, hij zei er alleen zijn gedacht over. En dat was niet nieuw, hij had zijn bedenkingen al eerder geuit.

Alleen roept hij daarmee een zelfvervullende voorspelling op: De Wever zal door zijn twijfels de kernuitstap enkel moeilijker maken. Dat is niet loyaal t.a.v. de regeringsafspraak en -partners. Immers, als de voorzitter van de grootste regeringspartij er niet in gelooft, hoe kunnen dan burgers en ondernemingen en de andere partners van het pact daar wel in geloven?

De Wever verwees ook expliciet naar hen: het pact is een afspraak tussen ministers, en dat volstaat niet. Zoals ook de EU te veel een project van dromende bureaucraten is, terwijl het een realistisch project van het volk moet worden. De Wever noemde de EU ‘slechts een verdrag’ en zegt daarmee wat velen denken.

Alleen is er in de Belgische elite al lang een onuitgesproken eurofiele afspraak dat België zeer pro-EU is. Dat de grootste partij dat met haar eurorealisme doorbreekt is dus geen detail. Tot grote ergernis van Michel, die zich graag naast de Franse president in de cockpit van de EU ziet.

Bart De Wever positioneert zich als ‘schaduwpremier’

Dergelijke uitspraken zijn ook niet meteen bevorderlijk voor de ‘dash’ van de regering: hoe kan die de fut hervinden als de voorzitter van de grootste regeringspartij laat weten dat het regeringsbeleid vol gebakken lucht zit? Daarmee positioneert De Wever zich ook als ‘schaduwpremier’, een verwijt/compliment dat hij jaren bestreed om Michel niet te ergeren?

Nu doet hij er niets meer aan om dat in de feiten tegen te spreken. Hij heeft er ook de ruimte voor: in Antwerpen is zijn koers gereden. Links vormt niet meteen een bedreiging. Over CD&V en Open VLD moet hij zich maar één zorg maken: zijn ze straks nog groot genoeg om nog een coalitie mee te vormen?

Uiteraard heeft De Wever alle recht om zijn kritiek te delen. Bovendien zijn er heel wat die zijn analyse volgen: velen vrezen hetzelfde, dat de kernuitstap uitgesteld zal moeten worden. Ze hebben, zoals De Wever ook aangaf, daarvoor voldoende bewijzen in het verleden: dat is een kerkhof van gesneuvelde – onder andere –  energieplannen.

De Wever heeft ook gelijk als hij zegt dat dit land moeilijk tot langetermijndenken komt. Ook daar heeft N-VA wellicht een antwoord op: met een andere politieke (meerderheids)cultuur en andere politieke (confederale) instellingen zou dat veel beter lukken.

Het probleem dat N-VA voor andere partijen vormt is niet zozeer dat N-VA zich vaak vergist, maar wel dat ze sommige ongemakkelijke zaken verwoorden. Ook omdat dat de eigen profilering dient.

Die houding t.a.v. de eigen regering doet denken aan Frits Bolkenstein, die in de jaren 1990 als politieke leider van de VVD de paarse regering, waaraan zijn partij deelnam, hard bleef bekritiseren. Ook Bolkenstein had de reputatie van iemand die nu eenmaal de zaken correct durfde benoemen. Ook Bolkenstein kreeg het verwijt dat hij daarmee de solidariteit binnen de regering verbrak: regeringspartijen worden geacht het beleid te verdedigen, niet aan te vallen. Waarop de repliek volgde dat een partijleider de partijlijn mag en moet blijven uitzetten. Voor veel burgers wordt het zo wel verwarrend.

N-VA zit sinds 2004 onafgebroken in een regering. Maar de beleidspartij slaagt er na 14 jaar beleidsdeelname nog altijd in om gezien te worden als een partij die buiten het systeem staat

De Wever laat anderzijds wel een uniek geluid horen, waarmee hij binnen en buiten de regering staat. Hij huppelt op twee benen: enerzijds onderschrijft hij via zijn ministers het energiepact, anderzijds haalt hij het onderuit. Dat is niet ondoordacht.

N-VA zit sinds 2004 onafgebroken in een regering (sinds 2014 ook federaal). Maar de beleidspartij slaagt er na 14 jaar beleidsdeelname nog altijd in om gezien te worden als een partij die buiten het systeem staat. N-VA is anders dan de anderen. En dat is niet eens gelogen.

Die anderen merken dat ook vaak op. In veel gevallen is het standpunt van N-VA scherper dan dat van haar coalitiepartners. Ook dat is een van de redenen waarom N-VA het leiderschap van de federale regering niet wou opnemen.

De regeringsdeelname van N-VA heeft haar profiel niet afgeschuurd, zoals vele tegenstanders hoopten. Enerzijds zijn er de N-VA-lijnen rond identiteits- en veiligheidspolitiek, die de voorbije jaren heel prominent werden, anderzijds laat de partij in tal van dossiers een apart geluid klinken. En er is altijd de suggestie dat als de anderen N-VA meer haar zin zou laten doen, het alllemaal veel beter zou zijn. Door de ‘donnant-donnant’ raakt N-VA niet verder, maar ‘si on me laisse faire’ …

Bij de coalitiepartners bestaat de indruk dat het bij N-VA eerder ‘prenant prenant’ is. Als de partij broze evenwichten openlijk in vraag stelt, dan lijkt alsof N-VA alles wil: en het compromis dat bewijst dat ze kunnen besturen, en profiteren van de kritiek erop.

Vervroegde verkiezingen?

Dat N-VA zou aansturen op vervroegde federale verkiezingen, om die te laten samenvallen met de lokale en provinciale van 14 oktober, is hoogst onwaarschijnlijk.

Dat zou N-VA misschien een beetje kunnen helpen in haar lokale strijd, waar CD&V nog sterk staat. Misschien. Veel hangt af van hoe en waarover de regering ten val zou komen, wie daarvoor verantwoordelijk gesteld wordt, enz.

Maar zelfs indien dat electoraal een goede zaak voor N-VA zou zijn, wat onzeker is, zou ze daardoor nog veel moeilijker liggen, misschien wel onmogelijk worden, bij haar coalitiepartners. Zeker bij de MR van Charles Michel, die elke dag laat weten dat hij tot de laatste regeringsdag wil besturen.

Hoe kan de MR dan een volgende regering met N-VA in Franstalig België verkopen, als die partij voor haar lokale strategie de regering Michel liet vallen. Dat is altijd een blamage voor de premier. En het zou van N-VA ook bij de Vlaamse coalitiepartners een onbetrouwbare partner maken.

Bovendien moet die federale regering, bij vervroegde verkiezingen op 14 oktober, toch wachten tot de regionale regeringen gevormd zijn. Die worden verkozen in juni 2019. Na Kamerverkiezingen op 14 oktober zou Michel I dus nog een jaar in lopende zaken verder moeten doen.

Het is ondenkbaar dat N-VA daarop aanstuurt. Wat aannemelijker is dat deze profilering van N-VA onderdeel is van de lokale campagne, die ze wil ‘nationaliseren’: de lokale strijd winnen met nationale thema’s, waarin ze sterker staat.

En daar is N-VA  succesvol in. De volgende stap is een berekening van de economische impact van migratie, ter bevordering van de objectivering van het politiek debat …

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.