Pleidooi voor verplicht transport via binnenvaart

Gemeenten moeten, bij het verlenen van vergunningen, verplichten minstens een deel van het transport van bouwmaterialen via de binnenvaart te laten verlopen. Dat was een van de pleidooien op het eerste symposium van beheersinstantie De Vlaamse Waterweg.  

Frieda Brepoels, voorzitter van de waterwegbeheerder, had daar wel oren naar.

Sinds 1 januari zijn de twee Vlaamse waterwegbeheerders, Waterwegen & Zeekanaal en nv De Scheepvaart, officieel gefusioneerd tot De Vlaamse Waterweg. Vrijdag vond het eerste officiële symposium plaats, met daarop volop pleidooien om meer vrachttransport van de weg naar het water te halen.

Vlaanderen heeft als doel om tegen 2030 20 procent van alle vrachttransport via het water te laten verlopen. Nu ligt dat aandeel op ongeveer 15 procent. Het investeert daarom de laatste jaren fiks in onder meer extra kades langs kanalen en rivieren, alsook in het verhogen van alle bruggen over het Albertkanaal, zodat schepen meer containers kunnen meenemen.

Op het congres stonden de neuzen in dezelfde richting en gedelegeerd bestuurder Chris Danckaerts benadrukte dat zijn administratie nog meer "de boer opgaat" om bedrijven te overtuigen om transport via het water te laten verlopen. "Je moet niet langs de waterweg zitten om watertransport in te schakelen", benadrukte hij.

Een opgemerkte oproep kwam er van bij de producent van bouwmaterialen Wienerberger, die inzet op transport van diens producten via de binnenvaart. "Laat gemeenten bij hun vergunningen voor bouwprojecten een deel van het transport via de binnenvaart gebeuren, bijvoorbeeld 10 tot 20 procent. We praten daarover met steden als Leuven of Gent", zei COO Johan Van Der Biest.

Frieda Brepoels (N-VA), burgemeester van Bilzen en voorzitter van De Vlaamse Waterweg, was het idee niet ongenegen. "Ik hoor het idee voor een beperkte verplichting. Terecht, Ik vind dat een goed idee om mee te nemen", gaf ze alvast aan.