AP2007

China wil als eerste landen op de "dark side of the moon"

Met de lancering de voorbije nacht van een communicatiesatelliet is China de race naar de "dark side of the moon" begonnen. Van een ding zijn de Chinezen al zeker. De donkere zijde van de maan is even licht als de andere kant. "Als het twee weken licht is aan de voorkant, is het ook twee weken licht aan de achterkant", zegt astrofysica Leen Decin in "De wereld vandaag" op Radio 1.

De gelanceerde satelliet Queqiao moet voor communicatie met de aarde zorgen als later op het jaar een maanrover en -lander zullen worden gelanceerd naar de achterzijde van de maan. Aan boord van de satelliet zit ook Nederlandse technologie met een radio-ontvanger van fiberglas. De satelliet zal in een baan rond de aarde zweven met een gemiddelde afstand van 455.000 kilometer.

De achterzijde van de maan is het deel dat steeds van de aarde is afgekeerd. Vanop aarde is immers altijd dezelfde zijde van de maan zichtbaar. Daarom definiëren sterrenkundigen het deel van de maan dat nooit te zien is als de achterzijde.

Dat het ook nog eens de donkere zijde van de maan is, klopt niet. Het is een oude mythe die met het gevierde album van Pink Floyd, "Dark Side of the Moon" hardnekkig blijft leven. Beide zijden van de maan krijgen evenveel licht van de zon. Het is dus helemaal niet altijd donker aan de achterzijde van de maan. "Het is waarschijnlijk omdat de achterkant altijd met donker werd geassocieerd dat de misvatting is ontstaan", zegt Leen Decin. "Maar als het twee weken licht is aan de voorkant, is het ook twee weken licht aan de achterkant van de maan."

Landen in immense inslagkrater

Tot de USSR-sonde Loenik 3 de eerste foto’s maakte in 1959 was weinig geweten van het aanzicht van de achterzijde. Sindsdien toonde verschillende missies aan dat achter- en voorkant er heel verschillend uitzien. Zo bevat de achterkant veel meer kraters en minder zeeën. Vooral de immense inslagkrater, het Zuidpool-Aitken-bekken, tekent de achterkant. Het is trouwens daar dat Chinese missie Chang’e-4 later dit jaar wil landen. Het Zuidpool-Aitken-bekken is mogelijk zelfs de grootste krater van het zonnestelsel.

Als de Chinese plannen naar wens verlopen, zal er bijna 60 jaar tussen de eerste foto en de landing van een ruimtetuig op de achterkant zitten. Leen Decin: "Het was logisch dat we eerst voor de voorkant kozen omwille van de communicatieproblemen. Het is moeilijk, maar blijkt intussen niet onmogelijk te zijn. Er is een tussenbasis voor nodig. Het kan dus via een omweg. Je hebt daarvoor een extra satelliet nodig en dus een enorm budget. De grote droom is nu om op de achterkant van de maan een radiotelescoop te plaatsen. Er is daar geen hinderlijke interferentie met de radiosignalen op aarde. Het is een plan dat natuurlijk ook bij de Chinezen op tafel ligt."

Dankzij Mars staat de maan terug in de kijker

"In de eerste plaats moet de Chinese rover die er geplaatst wordt, dienen voor wetenschappelijke exploitatie", constateert Decin. "Maar het echte totaalplaatje is dat de Chinezen bezig zijn met een stevige opbouw van hun ruimtevaartprogramma. Ze hopen tegen 2030 op dezelfde voet te staan als de Russen en de Amerikanen. Vergeet niet, we zijn nog nooit geland op de achterkant van de maan, en daar kunnen de Chinezen het verschil maken."

Toch is de maan in ruimtevaartkringen bijzaak geworden. Vandaag staat alles in teken van de planeet Mars. Leen Decin: "Een trip van één week naar de maan is vooral een goede oefening voor de verovering van Mars. Het is trouwens dankzij de ambities van ruimtevaartorganisaties voor Mars, dat de maan terug in de kijker is gekomen."