Met miljoenen in onze waterlopen: wordt de Chinese wolhandkrab een probleem?

De voorbije drie dagen zijn opnieuw 20.000 Chinese wolhandkrabben gevangen geraakt in de val aan de Kleine Nete in Grobbendonk. Dat brengt de vangst in drie maanden op 340.000, en dit op amper één punt. De dieren bevinden zich dus massaal in onze waterlopen, en experts hebben het in heel voorzichtige schattingen over "miljoenen" exemplaren van deze exoten. Maar hoe is het zover kunnen komen, en vormen ze een bedreiging voor andere rivierfauna of -flora? 

1. Hoe is het zover kunnen komen?

De Chinese wolhandkrab is door internationale handel tot hier geraakt, vanuit Azië, via het ballastwater van de schepen. De eerste meldingen kwamen in de jaren 30, en al snel vermenigvuldigden de dieren zich danig omdat ze hier geen natuurlijke vijanden hebben.

"In de jaren 80 beleefden ze hier een zware dip, omdat onze waterlopen toen erg vervuild waren", zegt Hugo Verreycken van het INBO, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. "Maar daarna werden onze waterlopen weer properder, door onze waterzuiveringsinstallaties, en gingen hun aantallen massaal omhoog, zeker vanaf 2010."

Ook andere factoren spelen een rol in hun succes, zegt onderzoeker Jonas Schoelynck van UAntwerpen, "onder meer het wegvallen van migratie-obstakels en de klimaatverandering, waardoor het water wat warmer is geworden. Maar geen van deze drie zijn wetenschappelijk aangetoond." 

Een deel van de gevangen wolhandkrabben in een bak.

2. Een opvallende levenscyclus: twee keer een grote trek

Het zijn zoetwaterkrabben, maar dieren worden wel geboren in brak of zout water, onder meer aan de Scheldemonding en in zee. Uit de eitjes groeien kleine krabben, die zich in de lente massaal een weg stroomopwaarts zoeken in onze rivieren. Ze bewegen zich voort op de bodem en we zien ze dus nauwelijks.

Het mannetje sterft na het bevruchten van de eitjes, het vrouwtje na het leggen van de eitjes

Door die eerste migratie worden ze nu onder meer massaal gevangen in de Kleine Nete. Het gaat daar om jonge exemplaren, die nog niet volgroeid zijn. "Na een verblijf van 4 à 5 jaar in zoet water, keren ze uiteindelijk terug naar zee om te paaien. Het mannetje sterft na de eitjes van het vrouwtje bevrucht te hebben. Het vrouwtje trekt nog iets verder, om haar eitjes te leggen - dat kunnen er duizenden of miljoenen zijn - en dan zelf sterft", zegt Paul Van Loon van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).

Dat proces speelt zich af in de herfst. Na een halfjaar keren de jongen dus terug landinwaarts. Hoeveel krabben één koppel kan voortbrengen, durft Van Loon niet te zeggen. "Het is wel zo dat ze zich maar één keer kunnen voortplanten." De krabben kunnen goede en slechte jaren hebben voor de voortplanting; deze keer is het blijkbaar een goed jaar. 

De krabben wandelen in massa's op de bodem van onze rivieren, en gaan soms heel ver

3. Amper te zien, maar soms komen ze uit het water

De krabben wandelen in massa's op de bodem van onze rivieren - ze kunnen niet of nauwelijks zwemmen. Ze gaan door tot ze een vrij plekje vinden, en dat kan dus ver stroomopwaarts zijn, zoals in Aarschot en Grobbendonk. "In principe blijven ze op de bodem, maar op sommige plekken, zoals aan de 's Hertogenmolen in Aarschot, is de tegenstroming te sterk, en gaan ze even aan land", zegt Van Loon. Of als ze bijvoorbeeld een sluis tegenkomen, gaan ze massaal dat obstakel omzeilen. 

Soms dringen ze daarbij huizen binnen of tuinen, maar in principe zijn ze ongevaarlijk, ondanks hun grote scharen. "Een wolhandkrab durft wel eens op haar achterste poten staan en haar scharen tonen ter verdediging, maar ze al snel weer weg", zegt Van Loon.

Schoelynck: "Ze vallen inderdaad niet aan, maar kunnen wel erg hard knijpen als ze zich moeten verdedigen." Volwassen krabben hebben een schild van 6 tot 8 centimeter en dus indrukwekkende scharen waarmee ze naar voedsel zoeken.  

Ze vallen niet aan, maar kunnen heel hard knijpen met hun scharen

Wolhandkrabben aan land.

4. Brengen ze schade toe aan de lokale fauna en flora?

"Ze zijn met zó veel, dat ze een aanzienlijke impact moeten hebben", zegt Verreycken. De precieze impact bepalen is moeilijk, maar Schoelynck heeft specifiek onderzoek gedaan: "Het effect op planten is een heel groot probleem (de krabben vernietigen de waterplanten op hun weg, nvdr). En als er geen waterplanten zijn, is dat slecht voor de waterkwaliteit, en uiteraard voor andere dieren die leven van planten. Op planten zetten vissen ook hun eitjes af." 

De toestand wordt gemonitord: "In de Grote Nete is er een enorme terugval van waterplanten, tot bijna niets meer. Er zijn veel indirecte bewijzen dat dit door de wolhandkrabben komt."

Het effect op planten is een heel groot probleem

5. De dijken kreunen

De miljoenen (misschien wel tientallen miljoenen) Chinese wolhandkrabben hebben ook de gewoonte om een tunneltje te graven in de oever of de dijk. "Ze krijgen in het eerste jaar een nieuw schild bij de groei, en zijn kwetsbaar als ze dit net hebben afgeworpen. Daarom graven ze tunneltjes om zich in te nestelen", zegt Van Loon. Hier in Vlaanderen lijkt de impact op de dijken mee te vallen, omdat ze dit enkel kunnen doen op natuurlijke oevers zonder versterking, en de tunnels niet zo groot zijn. 

De krabben brengen wel schade toe aan fuiken en visnetten. Ze doen dat met hun stevige scharen, wanneer ze erin komen vast te zitten. Ook de gevangen vis kan daarbij beschadigd raken, wat de economie kan schaden. 

Jonge dieren graven kleine tunneltjes in de dijk

6. Over eten (en gegeten worden)

De krabben speuren op de bodem naar voedsel, en krijgen via de sedimenten veel vervuilende stoffen binnen, zoals pcb's en zware metalen. Daarom is het best om ze niet te eten, al zijn ze in theorie perfect eetbaar. In China waren de dieren vroeger een delicatesse, maar ook daar is de consumptie nu aan banden gelegd. 

De krabben zelf zijn te traag om echt te jagen op b.v. vissen, maar lusten wel een verzwakte of dode vis. Voor de rest halen ze veel kleine voeding vanop de rivierbodem, al hebben we nog geen precies zicht op wat ze allemaal eten.

Maar de krabben worden ook zelf gegeten, bijvoorbeeld wanneer ze uit het water komen en opgepikt worden door een meeuw. "Als die krabben giftige stoffen bevatten, kunnen ze op die manier in de voedselketen komen, en is er zo dus ook een mogelijke impact", zegt Van Loon. "Mogelijk hebben sommige vogels zich erin gespecialiseerd om die krabben te vinden en op te eten." 

7. En nu?

De drie proefprojecten van de VMM, met verschillende types vallen, lopen momenteel en zullen later worden geëvalueerd. Mogelijk worden ze uitgebreid, al is de VMM niet verantwoordelijk voor alle waterlopen, en kan ze dus zelf niet zomaar op andere plaatsen ingrijpen. Ook de milieu-impact wordt verder gemonitord, en onderzoek op de wolhandkrab gaat voort, bijvoorbeeld over hun voeding.