Een beeld van de zeebodem met het wrak van de San José. Foto: Colombiaans Ministerie van Cultuur/Colombian Institute of Anthropology and History

Lading van legendarisch galjoen San José zou 14 miljard euro waard zijn

Archeologen hebben meer details bekendgemaakt over de ontdekking van het wrak van het galjoen San José. De San José zonk in 1708 tijdens een zeeslag met de Britten, en het wrak werd in 2015 gevonden voor de kust van Colombia. De San José behoorde tot de Spaanse Zilvervloot, en het galjoen, dat "de heilige graal van de scheepswrakken" genoemd wordt, was beladen met goud, zilver en edelstenen toen het zonk. De waarde van die lading wordt geschat op ruim 14 miljard euro. 

De San José had in 1708 handelswaar naar het Caraïbisch gebied gebracht, en had een nieuwe lading ingeslagen bestaande uit goud, zilver en edelstenen die de Spaanse Successieoorlog moesten financieren. 

Het galjoen was echter nog maar nauwelijks vertrokken uit de haven van Portobelo in Panama, toen het in een fel gevecht met de Britten terechtkwam. De San José was een indrukwekkend handelsschip met 62 kanonnen en een tot de tanden gewapende bemanning van bijna 600 mensen, maar het schip was geen partij voor een kleine Britse vloot onder leiding van admiraal Wager.

Normaal gezien zouden oorlogsbodems de San José en de andere handelsschepen geëscorteerd hebben tijdens het grootste deel van de overtocht van de Nieuwe Wereld naar Europa, maar die keer in 1708 hadden de  escorteschepen vertraging. De Spaanse bevelhebber, admiraal José Fernandez de Santillan, besloot echter toch uit te varen, wat een grote vergissing bleek te zijn. 

Een Engelse vloot bestaande uit vijf linieschepen - grote oorlogsbodems met meer dan 50 stukken geschut - en een brander, een schip dat in brand werd gestoken en dan naar de vijandelijke vloot werd gestuurd, ging de confrontatie aan met de Spaanse Zilvervloot die bestond uit de San José en haar zusterschip de San Joaquin, 12 andere handelsschepen, en drie oorlogsbodems. Er volgde een fel vuurgevecht, en toen de Engelsen de San José wilden enteren, ontplofte het galjoen. Het zonk onmiddellijk met zijn kostbare lading, en bijna de hele bemanning. Van de 600 bemanningsleden en passagiers overleefden er slechts 11. 

Een voorstelling van "Wagers Action", de confrontatie op zee op 8 juni 1708, waarbij de San José tot zinken werd gebracht na een ontploffing.   Olieverfschilderij van Samuel Scott uit de 18e eeuw.

Kaart uit 1729 blijkt de sleutel

Sindsdien proberen schattenjagers en archeologen verwoed het wrak van de San José terug te vinden. Het Zwitserse bedrijf Maritime Archeology Consultants (MAC) zette met de goedkeuring van het Colombiaanse ministerie van Cultuur een zoektocht op. 

Voor die zoektocht deed MAC beroep op de Woods Hole Oceanographic Institution (WHOI), een instelling die niet aan haar proefstuk was op het gebied van ontdekkingen in zee. WHOI maakt gebruik van een "Autonomous Underwater Vehicle", een torpedovormige robot die onder water kan opereren zonder dat hij op afstand bediend wordt, van het type REMUS 6000. WHOI vond in 2011 met een REMUS 6000 het wrak van Air France vlucht AF 447, die in zee gestort was tijdens een vlucht van Brazilië naar Frankrijk, en in 2010 hielp een REMUS het wrak van de Titanic in kaart te brengen en te fotograferen.   

Drijvende kracht achter de zoektocht was Roger Dooley, een archeoloog van MAC. Hij doorzocht meer dan 33 jaar lang verschillende archieven om alles te weten te komen over de San José, van de bouw van het galjoen tot zijn laatste reis. Met de hulp van een kaart uit 1729 die Dooley ontdekt had,  slaagde hij er uiteindelijk in de route van die laatste reis te reconstrueren.

Op basis daarvan werd dan een gebied afgebakend waarin het wrak zich moest bevinden, en nadat Colombia toestemming had gegeven, kon de zoektocht beginnen. En WHOI heeft nu meer details gegeven over die zoektocht, nadat het daar voor het eerst toestemming voor had gekregen van MAC en de Colombiaanse regering. 

Het afgebakende gebied werd verdeeld in verschillende blokken, en in juni 2015 begon men die af te speuren met de REMUS 6000, die ingezet werd vanop het onderzoeksschip Malpelo van de Colombiaanse zeemacht. Het uitkammen van de eerste blokken leverde niets en de eerste expeditie werd zonder resultaat stopgezet wegens tijdsgebrek. 

Een REMUS 6000 onderwaterrobot aan boord van een Japans onderzoeksschip. (Foto: Hunini/Wikimedia Commons)

Dolfijnen op de kanonnen

In november keerde het team van WHOI en MAC terug om de overblijvende blokken te onderzoeken, en dit keer had men meer geluk. Op 27 november zag men op de sonar een scheepswrak. "Op de beelden zagen we een sterke weerkaatsing van de sonar-signalen, en dus stuurden we REMUS terug naar beneden om foto's te maken", zei  Mike Purcell, een ingenieur bij WHOI en de leider van de expeditie, in de mededeling waarin WHOI meer bijzonderheden over de operatie prijsgeeft. 

Om de identiteit van het wrak te bevestigen, daalde REMUS af tot slechts 9 meter boven het wrak, waar het duikbootje foto's kon maken van iets dat definitief uitsluitsel zou kunnen geven: de kanonnen. Op foto's van latere missies waarbij REMUS nog dichter bij het wrak kwam, waren gegraveerde dolfijnen te zien op de loop van de kanonnen. 

"Het wrak was gedeeltelijk bedekt met sedimenten, maar met de camerabeelden van de missies op lage hoogte, waren we in staat om nieuwe details te zien in het wrak en de resolutie was goed genoeg om de decoratieve gravures te onderscheiden op de kanonnen", zei Purcell. "Roger Dooley, de leidende mariene archeoloog bij MAC, interpreteerde de beelden, en bevestigde dat de San José eindelijk gevonden was."

Enkele kanonnen van de San José op de zeebodem.

14 miljard euro

Sinds de vondst in 2015 is er uitgebreid onderzoek gedaan naar de lading van de San José. Uiteindelijk kon de waarde ervan geschat worden op ruim 14 miljard euro. Gedacht wordt dat de San José 11 miljoen gouden munten van 8 escudos aan boord had, naast vele zilveren munten, smaragden en juwelen. 

Het mag dan ook niet verwonderen dat Colombia van de precieze locatie van het wrak een staatsgeheim heeft gemaakt, en dat het wrak de inzet is geworden van een juridische strijd tussen verschillende landen, Colombia en Spanje,  en tussen Colombia en een privébedrijf.

Een groep investeerders uit de VS, "Sea Search Armada" (SSA) claimt dat zij in 1981 het wrak gevonden hebben en stelde een 65/35 verdeling voor van de vondsten. Colombia wees dat af en weigerde SSA toelating om het wrak of de inhoud te bergen. Later keurde het parlement een wet goed die stelde dat het wrak het eigendom is van Colombia. De investeerders zouden enkel een vindersloon van 5 procent krijgen, waarop dan nog 45 procent belastingen geheven zouden worden.

Het Colombiaanse Hooggerechtshof oordeelde van zijn kant in 2007 dat alle schatten die uit het wrak gehaald zouden worden, gelijk verdeeld moeten worden tussen Colombia en SSA, Amerikaanse rechtbanken hebben de eisen van SSA dan weer afgewezen en geoordeeld dat het wrak aan de Colombiaanse staat toebehoort.   

Porseleinen theekopjes uit het wrak liggen op de zeebodem. (Foto: Remus image, Woods Hole Oceanographic Institution)

Culturele en historische waarde

Het wrak van de San José bevat niet alleen schatten, het heeft ook een grote culturele en historische waarde. Aan boord zijn er verschillende aardewerken voorwerpen, kruiken en theekopjes bijvoorbeeld, en ook heel wat alledaagse gebruiksvoorwerpen. Die kunnen een licht werpen op het economische, sociale en politieke klimaat in Europa in het begin van de 18e eeuw. 

Enkele weken geleden riep de UNESCO, de instelling van de VN die zich bezighoudt met onderijs, wetenschap en cultuur, Colombia nog op om het wrak niet meteen commercieel te exploiteren. 

Colombia heeft intussen aangekondigd dat het in Cartagena een hypermodern laboratorium en een museum zal bouwen, om de vondsten zo goed mogelijk te conserveren en vervolgens een deel van de vondsten tentoon te stellen. 

Wordt ongetwijfeld nog vervolgd.  

Aardewerken kruiken uit de San José.