Adam Gor

Belgische vlinders worden uitgezet in Engeland om soort te herintroduceren

Het "bont dikkopje", een soort dagvlinder, zal na 40 jaar misschien opnieuw rondfladderen in Engeland. De soort is er uitgestorven sinds 1976. Veertig Belgische bonte dikkopjes zijn naar de Engelse stad Peterborough gevoerd, in de hoop de soort daar opnieuw te introduceren.

In Engeland zijn ze al sinds 1976 uitgestorven, maar bij ons komen bonte dikkopjes wel nog voor. De vlindersoort is te vinden in de Kempen, in delen van de Ardennen en de Gaume en in de Fagne-Fammenne. Ook in andere Europese landen komt de vlindersoort nog voor, maar volgens vlinderspecialist en bioloog Dirk Maes van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) maken onze bonte dikkopjes de grootste kans om zich in Engeland te kunnen vestigen.

"Snel werd duidelijk dat in de Fagne-Famenne de vlinders gebruikmaken van een grassoort die in de buurt van het Engelse Peterborough ook groeit. De rupsen van de soort voeden zich negen maanden lang met dat specifieke gras, dat groeit op vrij vochtige open plekken in het bos."

"De waterhuishouding in de Fagne-Famenne is bovendien vergelijkbaar met die op hun bestemming, het Fineshade Wood. De rupsen hebben gedurende hun hele rupsenbestaan groen gras nodig, dat in de juist vochtcondities moet groeien."

Voor de zekerheid gaan er ook nog tien mannetjesvlinders mee, om zo nodig de uitgezette wijfjes te bevruchten

Maes ging de voorbije dagen met zijn vlindernet op pad om samen met zijn Engelse en Waalse collega's een dertigtal wijfjes van het bonte dikkopje te vangen. 

"Normaal worden de vrouwtjes direct bevrucht als ze uit hun pop komen", weet de bioloog. "In principe zouden ze alle 30 bevrucht moeten zijn, maar voor de zekerheid vingen we ook nog tien mannetjes, die mee op reis gingen om zo nodig de uitgezette wijfjes alsnog te bevruchten."

De Belgische bonte dikkopjes zijn vandaag met de Eurostar aangekomen in Engeland.