BELGA/VERGULT

Hoe ziet een wiskundeles er anno 2018 uit?

Gisteren tweette onderwijstopman van de OESO Dirk Van Damme over de te lage eindtermen in het onderwijs. “De lat wordt erg laag gelegd door de commissie die de eindtermen voorbereidt”, schreef Van Damme in zijn twitterbericht. De Vlaamse Vereniging voor Wiskundeleraars (VVWL) reageerde daarop dat de nieuwe eindtermen het niveau voor wiskunde net omhoog trekken: “In de eindtermen van de lessen wiskunde wordt enorm ingezet op vaardigheden die in een gedigitaliseerde wereld belangrijk zijn."

Het wiskundeonderwijs is geen statisch gegeven en evolueert mee met zijn tijd. Nieuwe technologieën zoals projectieschermen en grafische programma’s bieden heel wat mogelijkheden voor het wiskundeonderwijs om jongeren voor te bereiden op de toekomstige arbeidsmarkt.

Evolutie van het wiskundeonderwijs

In 1968 werd het wiskundeonderwijs voor het eerst drastisch vernieuwd met de komst van de "moderne wiskunde". Al wie zich de vraagstukken met verzamelingen, relaties en groepen herinnert uit de wiskundelessen heeft dit te danken aan die "moderne wiskunde". De abstracte vorm van wiskunde vol axioma’s of als grondslag-aanvaarde-stellingen kreeg als grootste kritiek dat leerlingen zich er weinig of niets concreets bij konden voorstellen. De hoge mate van abstractie leidde ertoe dat veel leerlingen zich na afloop alleen enkele woorden en symbolen herinnerden en niet hun denkproces.

Sinds de jaren tachtig maakt "realistische wiskunde" een opmars waarbij grafieken, tabellen en formules die betekenisvolle verbanden beschrijven centraal staan. Sinds de invoering van de eindtermen voor wiskunde in 1997 door de Dienst voor Onderwijsontwikkeling werd de nadruk gelegd op die realistische wiskunde. Wiskundige redeneringen moesten begrijpelijk zijn en uit het dagelijkse leven komen. Kenmerkend zijn wiskundevraagstukken uit het dagelijkse leven oplossen in de klas.

Digitalisering en automatisering

De digitalisering en automatisering maken dat we hoe langer hoe meer rekenwerk kunnen overlaten een apparaten. Daarom wordt het belangrijker dat leerlingen berekeningen kunnen controleren en begrijpen. Dit bracht opnieuw meer ruimte voor nadenken en redeneren in de wiskundeles.

“Voor het eerst staat abstract redeneren in de eindtermen van het wiskundeonderwijs. Men wil terug sterker inzetten op  probleem-oplossende vaardigheden en abstract denkvermogen" zegt Filip Moons van VVWL. “De eerdere terughoudendheid voor het digitale heeft plaats gemaakt voor het volledig benutten van digitale tools zoals projectieschermen en werken in computerprogramma’s. Zo kunnen concepten zoals de congruentie nu gemakkelijk visueel weergegeven worden op een projectiescherm.” De VVWL laat er geen twijfel over bestaan: “De lessen wiskunde op de middelbare school zijn revolutionair”.

BELGA/VERGULT