P. C. Hooftprijs voor dichter Nachoem M. Wijnberg: “loepzuivere en gevaarlijke taal”

In Den Haag heeft schrijver en dichter Nachoem M. Wijnberg de P.C. Hooftprijs gekregen voor zijn hele werk. Zijn laatste bundel is ook genomineerd voor de Herman de Coninckprijs.

Nachoem M. Wijnberg, geboren in 1961 in Amsterdam, is behalve dichter ook romanschrijver en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.

Hij debuteerde in 1989 met de bundel “De simulatie van de schepping". Wijnberg kreeg ook al de Jan Campertprijs voor “Eerst dit dan dat”, de Ida Gerhardt Poëzieprijs voor “Liedjes” en de VSB Poëzieprijs voor “Het leven van”. 

"Scherpzinnig, loepzuiver, gevaarlijk"

Wijnberg heeft een scherpzinnige manier van denken, volgens de jury van de P.C. Hooftprijs, en een taal "die loepzuiver is en gevaarlijk: overal kan een val zijn uitgezet, waardoor wat net gelezen is opeens in een ander daglicht komt te staan''. 

“Kenmerkend voor alle gedichten is de meerledigheid waarmee de dichter zijn wereld beziet. Van nabij en altijd ook op afstand, zodat het hoogstpersoonlijke prangend is en soms van een grote tragiek – maar altijd ook van ver af, zodat het individuele menselijk wordt, en van groot, enorm belang.”

De P. C. Hooftprijs, de belangrijke Nederlandse literatuurprijs die een heel oeuvre bekroont, is 60.000 euro waard. Hij wordt elk jaar uitgereikt rond de sterfdag van de 17e-eeuwse dichter Pieter Corneliszoon Hooft.

Video player inladen ...

Herman de Coninckprijs

Nachoem M. Wijnbergs bundel “Voor jou, van jou” is ook een van de zes genomineerde bundels voor de hervormde Herman de Coninckprijs, die op 8 juni in Antwerpen wordt uitgereikt. De genomineerden zijn allemaal Nederlandse dichters, behalve Nachoem M. Wijnberg ook Joost Baars, Hester Knibbe, Marije Langelaar, Tonnus Oosterhoff en Ester Naomi Perquin.

 

 

 

Toen hij terugkwam
was hij zoals er weinig zijn,
dat had hij geleerd,
ergens op weg.

Maar hij kan zijn eigen liedjes
beter niet zingen,
toen ik hem hoorde
was het alsof hij wachtte.

Want zingen is
zijn werk niet,
hij kan dat beter
aan anderen overlaten.

Toen hij wegging
was hij als zoveel anderen,
toen hij terugkwam
was hij zoals er weinig zijn.

Als iemand kan
wat hij ergens geleerd heeft
moet hij werken
voor iemand anders.

Nachoem M. Wijnberg, uit "Liedjes", 2006