Eutah Mizushima - Unsplash

Waarom laaggeschoolde vrouwen met migratieachtergrond in Vlaanderen amper aan de bak komen

Vrouw, laaggeschoold en met migratieachtergrond: het is een bijzonder heikele combinatie op de Vlaamse arbeidsmarkt. Slechts 1 op de 3 laaggeschoolde vrouwen met een andere afkomst is aan het werk. Dat blijkt uit een analyse van de Commissie Diversiteit van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). Hoe komt dat? En wat kunnen we eraan doen?

"Het is onbegrijpelijk dat wij zo veel vacatures hebben en tegelijk zien dat sommige groepen minder kansen krijgen", zo klopte VDAB-topman Fons Leroy twee weken geleden op tafel. Hij verwees toen onder meer naar de groep mensen met een migratieachtergrond.

Zijn woorden zijn nog niet koud of de SERV, het overlegorgaan van Vlaamse werkgevers en werknemers, legt een lijvige analyse op tafel over de precaire situatie van een specifieke groep migranten op de arbeidsmarkt: laaggeschoolde meisjes en vrouwen. Want hun tewerkstellingscijfers zien er niet te best uit.

Zo is maar goed een derde - 35,4 procent - van de laaggeschoolde vrouwen met migratieachtergrond aan het werk in Vlaanderen. Bij Belgische vrouwen met een lage scholingsgraad is dat 43 procent. Binnen Europa scoren alleen Wallonië (en dus ook België als geheel), Frankrijk, Kroatië en Griekenland slechter.

De werkloosheidsgraad bij diezelfde groep vrouwen loopt dan ook op tot 17,6 procent. Meer dan de helft van de laaggeschoolde vrouwen met migratieachtergrond - 57 procent - is wat men in de statistieken bestempelt als 'inactief': zij werken niet en bieden zich ook niet aan op de arbeidsmarkt.

Al achterstand in het onderwijs

Het gamma aan mogelijke verklaringen voor die cijfers is breed. Maar de SERV-studie wijst met name naar het onderwijs als een belangrijke factor. Heel veel meisjes van andere origine betreden de arbeidsmarkt al met een achterstand. Die heeft zich vaak al vroeg gemanifesteerd: slechts 7 op de 10 meisjes met een migratieachtergrond starten in het secundair onderwijs 'op leeftijd', de rest zit dan al met een schoolse achterstand. Bij meisjes met Belgische afkomst zit 90 procent op leeftijd.

Bovendien komen meisjes met migratieachtergrond veel vaker in de B-stroom van het secundair onderwijs terecht. Die begeleidt kinderen die de eindtermen van het basisonderwijs niet hebben behaald. Van daaruit belanden zij ook sneller in het beroeps en buitengewoon onderwijs.

Het is het verhaal van de Gentse Hatice Karakaya. Als kind van eerste generatie Turkse migranten had ze moeilijkheden op school. Pas veel later zou blijken dat ze dyslexie heeft, maar in het secundair onderwijs werd het probleem nooit opgemerkt. "Ik had meer ondersteuning nodig", getuigt ze. "Maar op school hebben ze nooit ontdekt dat ik met een probleem zat. Binnenin schreeuwde ik om hulp, maar ik was erg verlegen en ik schaamde mij om mijn probleem aan te kaarten." Ze werd uiteindelijk doorverwezen naar de richting Snit en Naad in het beroepsonderwijs.

Op haar 18de stopte Hatice met school. Een diploma had ze niet. En ook die trend blijkt duidelijk uit de SERV-studie: 17,8 procent van de meisjes met een niet-EU-afkomst haakt zonder diploma af in het secundair onderwijs, tegenover 3,9 procent van de meisjes van Belgische komaf.

Bekijk hier haar getuigenis: 

Video player inladen ...

Huisvrouwen

Ook de stap naar de arbeidsmarkt verloopt een pak moeilijker. Zo toont onderzoek aan dat Belgische vrouwen 60 procent meer kans hebben dan vrouwen met Turkse of Marokkaanse roots om 3 maanden na het secundair onderwijs aan het werk te zijn

Een van de mogelijke verklaringen, zo suggereert de studie, is een meer traditionele rolverdeling bij mensen met een migratie-achtergrond. Zo huwen vrouwen met een migratieachtergrond vroeger dan vrouwen met een Belgische afkomst. 

Meer dan 66 procent van de inactieve vrouwen met een andere afkomst is huisvrouw. Bij de vrouwen met een Belgische origine, zijn (brug)pensioen en arbeidsongeschiktheid veel vaker een verklaring voor inactiviteit.

"Het kan goed zijn dat zij er zelf voor kiezen om thuis te blijven om bijvoorbeeld voor de kinderen te zorgen", legt SERV-onderzoekster Liselotte Hedebouw uit. "Maar zij kunnen altijd terugkeren naar de arbeidsmarkt. En we moeten dat voor hen zo makkelijk mogelijk maken."

Ook discriminatie is een mogelijke verklaring voor die inactiviteit. "Een deel van de groep inactieven heeft het inderdaad opgegeven om naar werk te zoeken, omwille van verschillende belemmeringen die niet altijd zichtbaar zijn", aldus nog Hedebouw.

Hoe moet het dan wel?

De groep laaggeschoolde vrouwen met een migratieachtergrond is relatief jong. Daarom hamert de SERV op de grote rol die het onderwijs te spelen heeft. "Zoveel mogelijk meisjes met een migratieachtergrond moeten hun schoolloopbaan succesvol volbrengen", klinkt het. 

Zo vraagt de SERV een meer intensieve en persoonlijke en een minder gendergekleurde begeleiding bij studiekeuzes. Die keuzes, die leerlingen doorgaans in het tweede jaar van het secundair onderwijs moeten maken, moeten zo breed mogelijk blijven, zodat ze niet bepalend zijn voor een verdere schoolloopbaan. De SERV hamert daarnaast op het belang van rolmodellen in het onderwijs - en dus diversiteit bij het leerkrachtenkorps. 

Ze noemen het misschien een stuk papier, maar het doet veel, zo'n diploma: zelfvertrouwen, goed gevoel, gezondheid

De Gents-Turkse Hatice Karakaya kon dankzij haar werkgever uiteindelijk een diploma halen

Om laaggeschoolde nieuwkomers te helpen inburgeren, is een snelle werkervaring cruciaal, zegt de SERV. De Nederlandse taal leren zou - op een informele manier - deel kunnen uitmaken van die eerste job. En om laaggeschoolde vrouwen met een migratieachtergrond die hier al langer zijn uit de inactiviteit te trekken, moet de VDAB hen nog actiever benaderen. Ook moeten zij meer naar individuele beroepsopleidingen geleid worden. 

En Hatice? Zij heeft aangetoond dat het wel degelijk kan. Na jaren bij McDonald's en Volvo te hebben gewerkt, kon zij aan de slag bij de sociaal-culturele organisatie Turkse Unie. Daar kreeg ze de kans om alsnog haar diploma te halen. "Binnen een maand heb ik mijn A2-diploma van Administratief Onthaalmedewerker", klinkt het trots. "Ze noemen het misschien een stuk papier, maar het doet veel: zelfvertrouwen, goed gevoel, gezondheid. Zeker als je voor je eigen kinderen een voorbeeld wilt zijn, is een diploma heel erg belangrijk."

 

2 jonge vrouwen getuigen over het moeizame schoolparcours

Video player inladen ...

Meer in "De markt", om 12.35 uur op Eén.