Jeugdpsychiatrie: 9-jarige Jarno ging in opname in AZ Nikolaas

Een opname in de psychiatrie heb je liever niet, maar soms is er geen andere keuze. Dat was zo voor Jarno. Hij is 9 jaar, en werd onlangs enkele weken opgenomen bij de Beren. Dat is de afdeling voor 6- tot 12-jarigen in de dienst Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het AZ Nikolaas, in Sint-Niklaas. Als ouder zorg je het liefst zelf voor je kind, maar de opname is goed geweest voor Jarno, zeggen Anke en Frederic. “Toch is een opname voor iedereen altijd ingrijpender dan gedacht”, zegt kinderpsychiater Eric Schoentjes, “en is een dringende versterking van de eerstelijnshulp nodig”.

Zoektocht naar hulp voor Jarno

Jarno kon moeilijk omgaan met leeftijdgenoten. Dat was het eerste signaal voor de ouders dat er iets niet klopte. Zowel op school als in de jeugdbeweging waren er wat problemen. Toen Jarno’s resultaten op school naar beneden gingen, vond de school het nog altijd niet echt een probleem. Het tweede leerjaar opnieuw doen zou wel helpen.

Toch begonnen ouders Anke en Frederic al te zoeken waar het probleem zou liggen, zeker nadat was gebleken dat het jaar overdoen geen soelaas bracht. Ze dachten ook even dat ze zélf schuld hadden, dat ze Jarno niet op de juiste manier hadden opgevoed. Maar via verschillende mensen en diensten, langs bochten en omwegen, zijn ze dan uiteindelijk in AZ Nikolaas terechtgekomen.  

Na een wachttijd van een half jaar kon de therapie daar beginnen, en werd Jarno enkele weken opgenomen. Op dat moment ondervonden Anke en Frederic dat zoiets nog altijd taboe is, en dat je er beter niet te veel over zegt, ook niet in de eigen  familie. Uiteindelijk bleek dat hij ADHD en autisme heeft. Zo kwam het dat hij niet kon omgaan met alle impulsen rond hem, en dus ook met de mensen in zijn omgeving. Zijn frustraties daarover kwamen pas thuis telkens naar boven in woedeaanvallen. Hij was boos en ongelukkig, zegt Anke, en dan moet je als ouder toch alles proberen om daar iets aan te doen?

Opname of ambulant

Kinderpsycholoog Herbert ziet elk jaar ongeveer 100 kinderen die hulp nodig hebben. Momenteel heeft hij zowat 20 kinderen in therapie. Bij sommigen is die therapie heel intensief, en komen de kinderen in opname, zoals Jarno. Bij anderen is de hulp ambulant: zij komen regelmatig bij Herbert op bezoek om te praten.

Anke en Frederic zijn heel dankbaar voor de hulp die ze gekregen hebben. De structuur die Jarno had in de kinderpsychiatrie van AZ Nikolaas, proberen ze thuis ook in te voeren, wat hun zoon meer rust geeft. Ze raden andere ouders aan om toch eerst bij de huisarts langs te gaan als ze merken dat hun kind misschien een probleem zou hebben. “Eerst beseffen en toegeven dat je misschien hulp kan gebruiken, dan naar je vertrouwde dokter gaan”, zegt Anke, “want zelf weet je niet altijd de weg naar de juiste hulp”.

Betere eerstelijnszorg nodig

Daarin treedt ook kinderpsychater Eric Schoentjes van het UZ Gent haar bij. Die vertrouwde dokter of praktijk moet de eerste stap zijn. Dat is de “eerstelijnszorg” of rechtstreeks toegankelijke hulp. In België en Vlaanderen is die eerstelijnszorg niet zo sterk uitgebouwd. Er moeten meer psychologen komen, en een betere samenwerking tussen die psychologen en andere instanties, zoals huisartsen en Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg.

Vlaanderen heeft daarvoor actieplannen opgesteld, en federaal is vorige week beslist dat een aantal consultaties bij een psycholoog worden terugbetaald. Dat zijn stappen in de goede richting, zegt Schoentjes. En het zijn stappen om een opname in de psychiatrie te kunnen beperken. Want zo'n opname is ingrijpend voor kind en omgeving, en kost nog veel meer aan de samenleving, zegt de kinderpsychiater nog.