De vloek van de lekke band

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Deze week de vraag of je zelf je platte band kan vervangen.

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Een paar jaar geleden kocht ik mijn laatste auto, een bestelwagentje, voor een verrassend bescheiden prijs overigens. Voor het eerst in vijfendertig jaar geen diesel meer, dat was wennen. De garagist moest eens lachen toen ik naar het reservewiel informeerde. Dat kon niet voor die prijs en bovendien was er in het autootje geen plaats voor een extra-wiel, niet eens voor een zogenoemde "thuiskomer". Wat een sympathiek woord is voor een raar en onveilig onding waarop je maar één keer in je leven wil rijden.

Het grote probleem blijkt het volume en het gewicht van een volwaardig reservewiel te zijn.  De autoconstructeurs weten niet waar ze er moeten mee blijven.

Het wiel zit altijd in de weg. Uit het zicht dan maar. Toen ik bij een vorige auto met een lekke band stond, moest ik bij het schijnsel van een zaklantaarn "het boekje" raadplegen om de geheime bergplaats van het reservewiel te ontdekken. Achteraan onder het chassis, zo bleek. Eveneens bleek dat het vergeten en dus verwaarloosde reservewiel niet zo gek veel meer lucht bevatte dan de lekke band. En dan moest het geknoei met de krik en de moersleutel nog beginnen.

Lekke banden overvallen ons altijd op ongelukkige plaatsen en ongepaste tijdstippen.

Dat willen we dus niet meer, dat geknoei bedoel ik. Lekke banden overvallen ons altijd op ongelukkige plaatsen en ongepaste tijdstippen. In het donker en in de gietende regen op de autosnelweg of op een verlaten provinciale steenweg. We zijn gehaast of we zijn al laat. We produceren een paar knetterende vloeken om stoom af te laten. We zetten onze dubbele knipperlichten aan, want dat kunnen we nog. Misschien krijgen we zelfs de gevarendriehoek nog in elkaar gezet, al is dat al iets voor gevorderden.

Zou dit de krik zijn?

Maar dan? Hebben we een reservewiel en zo ja, waar bevindt het zich? Het beantwoorden van die vraag kan makkelijk een half uur kosten.

Stel dat we het wiel hebben kunnen lokaliseren, zijn dan onze problemen opgelost?

Ze beginnen pas. Want wat nu?  Zou dit rare ding de krik zijn? In onze herinnering ziet een krik er helemaal anders uit. De moersleutel herkennen we nog als dusdanig, gelukkig maar. We trekken overmoedig de werkhandschoenen aan die we eens gekocht hebben voor je weet maar nooit.

Reservewielen zijn nooit proper. We hebben ons goeie goed aan. Lap, daar heb je het al! Een vuile streep op onze zondagse broek (M/V). Nog wat krachttermen om van die nieuwe tegenslag te bekomen. 

We hurken bij de lekke band terwijl auto’s met uitdagend intakte banden ons van gevaarlijk dichtbij voorbij razen. We voelen de luchtverplaatsing. We knielen op de vuile pechstrook want die broek is toch al naar de vaantjes.

Waar moet die krik geplaatst worden? Waarom valt ze altijd omver? Waarom bougeert die auto niet. Waarom zit die wielmoer zo vast? Na een uur zitten we onder het wielsmeer en zijn we nog geen stap verder.

Nederlaag toegeven

Het kost moeite om onze nederlaag toe te geven. We zijn gekrenkt in onze eigenwaarde (M/V). Misschien voelen we ons ook nog eens gekwetst door het commentaar van eventuele medepassagiers.

We besluiten te doen wat ieder weldenkend mens al veel eerder had gedaan: we bellen de wegenwacht. Ook al zijn we geen lid, want goedkoop is het niet en misschien is het weggegooid geld. Niet dus. Het kan wel even duren voor de wegenwachter eraan komt. Een uur of zo.

Intussen moeten allerlei mensen op de hoogte worden gebracht van de calamiteit die ons is overkomen. Daar zijn we zoet mee tot de wegenwacht zich achter ons op de pechstrook of in de berm parkeert en zijn gele zwaailicht aanzet. We moeten uiteraard eerst nog lidgeld betalen, eerder gaat de goede man (M/V) van de wegenwacht niet aan de slag. En uiteraard kan de kapotte band niet met zo’n opvulspul gerepareerd worden, want er zit een scheur in. En natuurlijk heeft de wegenwachter geen uitgebreid assortiment autobanden bij zich in zijn interventiewagen. Nog meer tijdverlies. 

We willen ons eigenlijk verontschuldigen voor onze onhandigheid maar we weten niet hoe. 

Uiteindelijk komt alles nog in orde. De wegenwachter doet kalm en efficiënt en zwijgzaam zijn werk terwijl wij er als onnozele halzen bijstaan. We willen ons eigenlijk verontschuldigen voor onze onhandigheid maar we weten niet hoe. We zouden willen uitroepen dat we (bijvoorbeeld)  vier talen spreken en dat dat toch ook iets voorstelt. Maar een lekke band vervangen kunnen we niet. Aargh.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.