Wat bindt Mawda en de Spiderman van Parijs?

Heel Frankrijk is aangegrepen door de heldendaden van de jonge Malinees Mamoud Gassama die een kind van een balkon redde. Hoewel de emoties totaal verschillen, roept het verhaal gelijkenissen op met de tragiek van peuter Mawda in België. Voor ethicus Ignaas Devisch zijn beide gebeurtenissen uitgelezen voorbeelden van hoe emoties het vluchtelingenbeleid compleet beheersen.

Enkele opvallende parallellen tekenen zich af tussen het dramatische symbooldossier van de Iraaks-Koerdische peuter Mawda in België en het verhaal van de Parijse Spiderman. Een 22-jarige Malinees redde het voorbije weekend op heldhaftige wijze een kind dat dreigde te vallen van de vierde verdieping van een flatgebouw. Dankzij een viraal filmpje werd de jonge migrant in 24 uur tijd een held. Hoewel illegaal in het land, nodigde president Macron de man uit om hem prompt de Franse nationaliteit te geven, en een job als brandweerman.

Waar in Frankrijk een leven werd gered, viel in België een dodelijk slachtoffer. Beide affaires draaiden rond vluchtelingen die illegaal op het grondgebied zijn. Beide affaires deden –hoewel totaal verschillend- de emoties in de publieke opinie oplaaien. Zowel het tragische lot van Mawda als het heldenverhaal van de Parijse Spiderman kregen een politieke dimensie.  Belgische federale politici verschillen van mening over een mogelijke tijdelijke verblijfsvergunning voor de ouders van Mawda. Terwijl de Franse president niet aarzelde om de Malinese held zonder dralen staatsburgerschap te geven. Al rijst ook  in Frankrijk inmiddels kritiek op de snelle politieke recuperatie van Macron.

Macron surft mee op emoties

Daar kan filosoof Ignaas Devisch zich in “De wereld vandaag” op Radio 1 in vinden. “De gewiekste Macron heeft zich hier heel snel geprofileerd. Hij surft mee op emoties. Ik denk zelfs, mocht er geen filmpje zijn geweest, dan was Macron niet in actie geschoten”. 

Filosoof Ignaas Devisch schreef vorig jaar het boek “Het empathisch teveel” waarin hij betoogt dat meer empathie mensen niet noodzakelijk tot betere wezens maakt. “Het debat over het vluchtelingenbeleid is een voorbeeld van hoe emoties een debat compleet beheersen”, zegt Devisch. “Het is een vrij uitzichtloos debat aan het worden. De ene kant zegt dat je meer rekening moet houden met onze empathie, de andere met onze angst. Als je angst en empathie tegen over elkaar plaats, heeft het niet langer zin om te oordelen wie de beste is.“

Zowel Mawda als de Parijs spiderman leefden enorm op sociale media. Hun rol kan alleen maar onderstreept worden, meent Devisch. “We moeten echt gaan beseffen dat sociale media een politieke factor van belang zijn geworden. En dat ze grotendeels werken op basis van emotie. Zie al die virale filmpjes: ofwel worden mensen toegejuicht zoals bij de heldendaad in Parijs, ofwel is er verontwaardiging om zogeheten laakbaar gedrag van de ene of de andere. Als politici zoals Macron vandaag meesurfen op dit soort impulsieve emoties wordt het lastig een beleid te voeren. Toch, niet emoties zijn het probleem, wel de impuls.”

Politici zitten in een emotioneel mijnenveld

De filosoof van de UGent ziet hoe langer hoe meer dat emoties een redelijk migratiebeleid parten spelen.  “Nodig is een duidelijk beleid omtrent vluchtelingen en migratie met duidelijke criteria waarbij je daarna heel consequent te werk gaat. Dan moet je niet meer oordelen of je deze of gene vluchteling sympathiek vindt of niet. Dan moet je oordelen op basis van uitgestippelde beleidscriteria. Helaas lijkt het of de verkiezingen permanent aan de gang zijn. Politici voelen steeds vaker aan dat ze zullen beoordeeld worden op basis van de mens achter de politicus, en minder op basis van hun beleidsdaden. Op elk moment moeten ze zich afvragen of ze goed bevonden worden. Ze zitten in een permanent emotioneel mijnenveld. Normaal geef je politici na verkiezingen een mandaat. Nu is het een voortdurende strijd geworden. Gevolg, politici gaan het debat niet meer kaderen. Ze gaan de opinies nog opzwepen.”

Toch meent Devisch dat politici emoties bij de bevolking niet mogen negeren. “Ik ben absolute voorstander van politici die in gaan op emoties bij de bevolking. Emoties zijn een belangrijke bindingsfactor in een land of gemeenschap. Politici moeten rekening houden met deze emoties. Maar de vraag is: hoe doe je dat? Je kan je zelf emotioneel in de strijd gooien, of je kan overzicht houden en burgers confronteren met  het feit dat er nu eenmaal bepaalde criteria bestaan. Dan moet je niet oordelen of je deze vluchteling verdienstelijk vindt, en de andere niet. Maar als je, zoals nu gebeurt, emoties nog gaat opzwepen, moet je niet verwachten dat helderheid nog bestaat in een heel lastig debat. Polarisatie verheldert niet. Beide kampen blijven op hun posities staan. Rechts verwijt dat links geen rekening houdt met de angst van mensen. Links zegt dat rechts geen empathie heeft. Zowel die angst als de nood aan empathie is reëel. Maar door ze in stelling tegenover elkaar te plaatsen, kom je nergens.”