Minderjarigen in busje Mawda kregen geen bescherming omdat de politie van Bergen geen tolk vond

De politie van Bergen heeft uitgelegd waarom ze niet de verplichte procedure volgde. Bij het aantreffen van niet-begeleide minderjarigen op de vlucht moet Dienst Voogdij ingeschakeld worden, maar dat is niet gebeurd. "Omdat er geen tolk beschikbaar was, maar ook Dienst Vreemdelingenzaken en de gerechtelijke politie waren op de hoogte en ook zij hebben niks ondernomen", klinkt het.

Nadat de peuter Mawda dodelijk getroffen werd door een politiekogel, werden alle inzittenden van het busje meegenomen naar het politiekantoor. Daar verklaarden vijf van hen dat ze minderjarig waren. Na screening bevestigde Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de minderjarigheid van twee van de vijf. De politie van Bergen kreeg de opdracht om voor die jongens een identificatie-document door te sturen naar Dienst Voogdij met DVZ in copy. Omdat er geen tolk beschikbaar was, kon de politie die documenten niet in orde brengen. DVZ is daarover ingelicht, aldus de politie van Bergen.

Ondanks het feit dat de minderjarigen recht hebben op bescherming, is de verplichte procedure dus niet gevolgd. "Dienst Voogdij werd niet op de hoogte gebracht van de twee niet-begeleide minderjarigen", bevestigt de politie van Bergen "niet door ons, maar ook niet door DVZ of de gerechtelijke politie" 

De twee niet-begeleide minderjarigen zaten van woensdagnacht tot vrijdag 18.00 uur in de cel. Daarna werden ze gerechtelijk buiten vervolging gesteld en overgebracht naar een nachtverblijf van het OCMW. 

Vzw Humain ontmoette één van de jongens een paar dagen later bij een voedselbedeling in het Noord-Franse Duinkerke. Een andere jongen vroeg hulp bij een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarigen in Saint-Omer. Van de derde jongere ontbreekt elk spoor. Het is niet duidelijk of hij één van de minderjarigen is.