Journalist is een risicoberoep in Rusland, als je kritisch bent tenminste

De Russische journalist Arkady Babtsjenko is gisteren dan wel niet vermoord in Kiev, het doden of aanvallen van journalisten die kritiek hebben op corruptie of de overheid is in Rusland geen uitzondering.

De moord op journaliste Anna Politovskaja in 2006 heeft ook het Westen geschokt.

Babtsjenko was erg kritisch voor president Vladimir Poetin en was vorig jaar met zijn gezin uitgeweken naar buurland Oekraïne. Gisteren meldde Oekraïne dat hij in Kiev doodgeschoten was, maar dat bleek in scène gezet te zijn om een geplande moordaanslag door Russische geheime diensten te dwarsbomen. Details ontbreken, maar dat kritische journalisten in Rusland hun leven niet zeker zijn, is een feit.

Zo werd vorige maand journalist Maxim Borodin zwaargewond teruggevonden na een val uit zijn appartement op de vijfde verdieping in Jekaterinenburg. Kort daarop is hij overleden. Borodin had begin dit jaar bericht over de dood van een groot aantal Russische huurlingen van de "Wagner Group" tijdens een gevecht met Amerikaanse troepen in Syrië. Wel werd toen gesproken over zelfmoord, maar collega's waren overtuigd dat het te maken had met zijn onthullingen.

Dat soort berichtgeving wordt in Rusland duidelijk niet geapprecieerd. In het Westen is vooral de moord op Anna Politovskaja berucht. In 2006 -op de verjaardag van president Poetin nota bene- werd zij in Moskou doodgeschoten. Politkovskaja werkte voor het onafhankelijke blad "Novaja Gazeta" en had eerder bericht over wreedheden van Russische troepen en regeringsgezinde milities in de deelrepubliek Tsjetjsenië. Vijf Tsjetsjenen zijn tot lange celstraffen veroordeeld, maar wie opdracht heeft gegeven voor de moord, is nog steeds een raadsel.

Drie jaar later, in 2009, werd een collega van Politovskaja, Natalia Estemirova, nabij Moskou ontvoerd en vermoord teruggevonden. Haar moordenaars zijn nooit gevat. Ook Estimirova werkte vooral rond Tsjetsjenië. In datzelfde jaar werd Anastasia Baboerova, ook een journaliste van Novaja Gazeta, in Moskou vermoord, samen met de mensenrechtenactivist Stanislav Markelov. De moordenaars zijn niet bekend, maar een dag na de moord organiseerden Russische nationalisten een feestje om "de dood van de vijand" te vieren.

Geweld tegen journalisten, een lange lijst

Volgens het Russische Comité voor de Bescherming van Journalisten zijn er sinds 1992 al zeker 56 reporters vermoord. De daders blijven veelal onbekend en als ze gevat worden, is niet duidelijk wie de opdracht heeft gegeven.

Het gaat overigens niet altijd over moorden, maar er is ook een lange lijst van bedreigingen, intimidatie of gewelddaden tegen kritische journalisten of hun familieleden. Zo werd vorig jaar de bekende radiojournaliste Tatjana Felgengauer in haar studio met een mes in de nek gestoken. Zij overleefde, net als Mikhail Beketov die in 2008 zwaar mishandeld werd waardoor hij hersenschade opliep. Beketov had vooral geschreven over corruptie en de verwoesting van het Khimki-woud nabij Moskou door de geplande aanleg van een autosnelweg. Collega Oleg Kasjin die ook het protest voor het Khimki-woud versloeg, werd in 2010 zwaargewond bij een aanval.

Moskou draait de druimschroeven aan

Vrijheid van meningsuiting en pers is ingeschreven in de grondwet van de Russische Federatie. Maar in de praktijk is dat anders. Volgens de ngo Reporters Zonder Grenzen scoort Rusland inzake persvrijheid als 148e van de in totaal 180 onderzochte landen erg slecht.

Rusland kent een grote variatie aan mediakanalen, maar de belangrijkste daarvan staan onder controle van Kremlingezinde bedrijven of zijn bezit van de overheid. Dat die nogal vaak een forum verlenen aan het regime of Verenigd Rusland, de partij van president Poetin, steken ze niet weg en veelal overweegt een erg nationalistische toon die het Kremlin niet onwelgevallig is.

Er bestaan onafhankelijke en kritische media, maar die staan onder druk om zich te conformeren aan de officiële lijn en dan zeker in gevoelige dossiers zoals terrorisme, criminaliteit, corruptie en buitenlands beleid.

Naarmate Rusland steeds meer betrokken raakt bij conflicten zoals de Krim, het oosten van Oekraïne of in Syrië, worden de media steeds meer aan banden gelegd. Houdt de overheid zich officieel dan ver van fysiek of verbaal geweld, dan heeft ze andere instrumenten om "koppigaards" aan banden te leggen. Zo hebben nieuwe wetten de voorbije jaren de persvrijheid steeds verder uitgehold. Journalisten en mensen die op internet en sociale media kritiek uiten, kunnen veroordeeld worden wegens "extremisme" of "separatisme" of worden ervan beschuldigd dat ze "buitenlandse agenten" zijn. Tv-zenders zoals TV-2 in Tomsk of online-tv Dozhd kunnen hun uitzendlicentie verliezen of worden geweerd op kabel- en satellietdiensten.

Het hoeft dus niet altijd om geweld te gaan, maar Rusland heeft vanouds geen echte traditie van vrije pers en het ziet er niet naar uit dat dat snel gaat veranderen.