wilde valeriaan Copyright: Sijmen Hendriks

Plantaardige geneesmiddelen en voedingssupplementen: kunnen ze kankertherapie ondersteunen?

Tussen de 40 en de 80 procent van de kankerpatiënten gebruikt plantaardige geneesmiddelen  en voedingssupplementen.  Die kunnen de patiënt ondersteunen als die een kankertherapie krijgt. Maar daar komt ook heel wat kennis bij kijken, zegt Kris Demeyer, professor farmacognosie van de VUB.

De kennis van geneeskrachtige planten is eeuwenoud en planten blijven nog altijd een bron van nieuwe geneesmiddelen. Ook het inzicht dat bepaalde tekorten in de voeding tot ziektes kunnen leiden gaat al vele generaties mee. Met de kennis van vandaag over geneeskrachtige planten kunnen we kankerpatiënten bij de behandeling ondersteunen, meent Kris Demeyer,  professor farmacognosie, de studie van geneesmiddelen van natuurlijke herkomst.

“Kankerbehandelingen zoals chemotherapie, bestraling of het gebruik van radioactieve stoffen kunnen bijzonder krachtig en doeltreffend zijn. Maar ze hebben ook nevenwerkingen. En daar kunnen plantaardige middelen soelaas brengen zonder de patiënt met nog meer nevenwerkingen op te zadelen”.

“Wanneer we zeker zijn dat plantaardige geneesmiddelen en supplementen de kankerbehandeling niet tegenwerken of verstoren, kunnen we ze inzetten als ondersteuning.”

Nevenwerkingen

Zo krijgt de lever wat te verduren tijdens een chemokuur. Uit onderzoek blijkt dat extracten op basis van mariadistel de ontgiftende werking  van de lever kunnen ondersteunen.

Andere nevenwerkingen kunnen zijn slapeloosheid, nervositeit, constipatie en misselijkheid. "Extracten van valeriaan, passiflora of meidoorn kunnen kalmerend werken, weegbree en senna is dan weer goed bij constipatie. Ginseng is een goed algemeen tonicum, preparaten op basis van echinacea kunnen het afweersysteem opkrikken. Bij misselijkheid zijn gember en pepermunt aangewezen. Aloë vera herstelt de huid na bestraling."

Eén plus één

Een aantal supplementen of extracten kunnen ook de werking van chemotherapie versterken of verlengen. Zo kan erlotinib, een bepaald chemotherapeutisch middel, langer werken als je het combineert met het extract van de shiitakepaddenstoel. "De oncoloog moet daar dan wel rekening mee houden want een verhoogde werking kan eventueel ook meer nevenwerkingen met zich meebrengen."

Averechts effect

Omgekeerd kunnen sommige supplementen of geneeskrachtige planten ook een kankerbehandeling verstoren. “Bij de behandeling van oestrogeengevoelige kankers zoals borst- of baarmoederhalskanker zijn soja- of hopextracten bijvoorbeeld af te raden omdat ze de werkzaamheid van de bestanddelen in de therapie kunnen tegenwerken”.

Kaf en koren

Toch schuilen er ook adders onder het gras. Voedingssupplementen zijn officieel “genotificeerd”. Dat wil zeggen dat ze zijn gecontroleerd op hun veiligheid, maar niet op hun doeltreffendheid. Daarom is er ook nogal wat kaf tussen het koren, vindt professor Demeyer.

“Goede voedingssupplementen zijn niet goedkoop, want ze zijn door de producenten altijd getest op hun kwaliteit. Wat niet wil zeggen dat de dure ook de beste zijn. Eén ding is zeker, supplementen die de samenstelling van het basisproduct respecteren hebben de beste resultaten. Dat komt omdat een plant uit heel wat componenten bestaat en vaak versterken die de werking van de actieve stof. Of ze heffen net de nevenwerkingen op van die actieve geneeskrachtige stof”.

Onbekend is onbemind

De vraag is in hoeverre deze kennis leeft bij artsen en oncologen. In hun opleiding is namelijk geen speciaal vak over plantengeneeskunde of voedingssupplementen. Studenten-apothekers krijgen deze opleiding wel. “Je zou apothekers kunnen vragen om advies te kunnen geven over supplementen bij kankerbehandeling. Zij weten het best wat kan en niet kan en kunnen dan in samenspraak met de oncoloog een advies geven”, stelt Demeyer.

Verder vindt hij dat deze kennis ook aanwezig zou moeten zijn bij de verkoop van voedingssupplementen buiten de apotheek. "Er is ook een behoorlijke database, Stockley’s Interaction Checker, met alle mogelijke gegevens over interacties van supplementen met geneesmiddelen. De kennis is er maar nog weinigen weten het. We kunnen hen dat niet verwijten. Maar onwetendheid mag geen reden zijn om vanuit het voorzichtigheidsprincipe het gebruik van   goede supplementen algemeen af te raden."

Onwetendheid mag geen reden zijn om vanuit het voorzichtigheidsprincipe het gebruik van goede supplementen af te raden  

Kris Demeyer, professor farmacognosie VUB

"Ze kunnen de levenskwaliteit  van kankerpatiënten verbeteren en ondersteunend werken. Daarnaast zijn er ook al een beperkt aantal aanwijzingen dat sommige plantgebasseerde bereidingen de overlevingskansen in specifieke gevallen kunnen verhogen. Dit dient echter nog verder te worden bevestigd door meer uitgebreide studies”, besluit Demeyer.

Kom op tegen kanker

Wat vinden de twee grootste kankerorganisaties van deze uitspraken? De Stichting tegen Kanker heeft  een speciale site over gemaakt over aanvullende behandelingen, "Voedingssupplementen bij kanker: vriend en vijand!"

Kom op tegen Kanker raadt altijd aan om op voorhand te overleggen met de arts en de oncoloog. Oncologe An Vandenbroek aan ZNA Middelheim waarschuwt voor een gebrek aan openheid tussen patiënt en arts. Vaak denkt de patiënt dat het de moeite niet is om er over te praten omdat hij of zij denkt dat het om onschuldige middelen gaat: "Sommige patiënten denken misschien dat het een negatieve invloed zou kunnen hebben op de relatie die ze met hun arts hebben. Dat is geen gezonde situatie omdat de behandelende arts die informatie nodig heeft om alles goed te kunnen beoordelen".