Video player inladen ...

Onderzoeksoppositie: een moeilijke discipline

Het is niet evident: politieke oppositie voeren aan de hand van onderzoekswerk. De zichzelf voorgespiegelde beloning lijkt groot (het blootleggen van de waarheid, en ook het wanbeheer van een minister of een regering), maar bij een mislukking wacht ook een diepe afgrond: die van de publieke vernedering. Het illustreert waarom Herman De Croo oppositiewerk vaak vergeleek met het fietsen op een hometrainer: het is hard trappen, en je raakt er geen meter mee vooruit.

Swaps

In 1996, tijdens het debat over de begroting voor 1997, bracht Herman De Croo, als de toenmalige oppositieleider, het gesjoemel met de “swaps” aan het licht. Swaps zijn ruiloperaties waarbij twee partijen gedurende een bepaalde periode op vooraf bepaalde tijdstippen betalingen uitwisselen. Die betalingen zijn ofwel in een verschillende munt uitgedrukt, ofwel in een verschillende rente, of een combinatie van beide. De Croo citeerde uit brieven van het Rekenhof, waarin kritiek werd geleverd op het “speculatieve optreden” van de overheid.

In dit geval ging het vooral om ruiloperaties waarbij de Schatkist systematisch bedragen ontleende in sterke munten, zoals de Zwitserse frank en de Duitse mark, en deze bedragen vervolgens belegde in zwakke munten, zoals de Italiaanse lire en de Spaanse peseta. Zo ruilde ze renteverschillen tegen wisselkoersverschillen. De zwakke munten, die een groter gevaar liepen om te devalueren, leverden namelijk een veel grotere rente op dan de sterke munten. Maar er konden uiteraard grote verliezen optreden als de basiswaarde van die munt zou dalen. Het Rekenhof maakte bovendien melding van een “zwarte kas” van 19 miljard frank, die moet dienen om “op occulte wijze de te verwachten toekomstige verliezen te dekken”. De Croo leverde ook kritiek omdat de regering de Kamer niet had ingelicht over de swaps. (lees verder onder de afbeelding) 

Eigenlijk had minister van Financiën Maystadt moeten aftreden, maar in tegenstelling tot alle ministers die in een politieke crisis verzeild raakten onder het bewind van premier Dehaene (zoals minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte en minister van Justitie Stefaan De Clerck bij de ontsnapping van Marc Dutroux, en minister van Landbouw Karel Pinxten en minister van Volksgezondheid Marcel Colla bij de dioxinecrisis) werd Maystadt niet tot ontslag gedwongen. Het harde oppositiewerk van Herman De Croo had niet geloond.

De nota Destickere

Op 1 juni 1999 stapte de nieuwe oppositieleider en VLD-voorzitter Guy Verhofstadt naar premier Jean-Luc Dehaene met een nota van veearts Destickere, verbonden aan het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) en expert voor een verzekeringsmaatschappij. Op dat moment was er al sprake van een besmetting van kippen en eieren. Het was ook al duidelijk dat die producten in de voedselketen waren terechtgekomen. Veearts André Destickere dacht dat het om dioxinebesmetting ging en informeerde Landbouw en Volksgezondheid. Tests bevestigden het vermoeden van Destickere. Dat de nota Destickere via de oppositie –en dus niet via de geëigende kanalen- tot bij de premier werd gebracht, was de nekslag voor de regering Dehaene, op enkele weken van de verkiezingen van 1999. (lees verder onder de afbeelding)

Hier loonde het oppositiewerk wel. De dioxinecrisis bracht de paars-groene regeringen (de federale onder leiding van Guy Verhofstadt én de Vlaamse onder leiding van Patrick Dewael) aan de macht. De dioxinecrisis werd rechtstreeks verantwoordelijk geacht voor het slechte resultaat van de CVP, en de goede scores van Agalev en de VLD. Toch heeft de nota Destickere (en dus het oppositiewerk van de VLD) de zaak niet aan het rollen gebracht. Dat deed VRT-journaliste Siel Van der Donckt, een week eerder al. Zij kreeg documenten doorgespeeld op 25 mei, en bracht de besmetting uit via het VRT-Journaal op 26 mei 1999.

Privédetective

In 2009 geeft Jean-Marie Dedecker een privédetective –die eigenlijk een ander onderzoek aan het voeren was- de bijkomende opdracht om na te gaan of een offshore constructie in Ierland terug te voeren was naar minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht. Dedecker wou naar eigen zeggen meer weten over de "sale and lease back"-operatie van zes gerechts- en kantoorgebouwen, waaronder dat van Veurne. Hij beweerde dat de eigenaar van die gebouwen de bvba Redeba was, een bedrijfje met een kapitaal van 20.000 euro en in handen van een offshore-vennootschap uit Ierland. (lees verder onder de afbeelding)

BELGA/DIRKX

Het onderzoek leverde niets op, maar werd wel gelekt naar de pers en daardoor kwam Dedecker zelf in een mediastorm terecht. Dat de detective ook de financiën van De Guchts vrouw Mireille Schreurs en zoon Jean-Jacques onder de loep nam, deed vragen rijzen. Bovendien werd de privédetective ingehuurd via EPS, een van Dedeckers bedrijfjes. “Die persoon deed een patentonderzoek voor EPS toen de tip kwam. Ik heb toen gevraagd om die zaak ook eens te bekijken. Maar dat deel wordt door mij betaald”, zei Dedecker toen. Minister De Gucht zei destijds het “angstaanjagend” te vinden dat een parlementslid een detective inschakelde voor een fraudeonderzoek. Op VRT sprak de minister toen zelfs van “Gestapo-praktijken”.

Witte ridders

Die vorm van onderzoeksoppositie kwam als een “boemerang” terug naar de LLD, de partij van Jean-Marie Dedecker. Dat beeld –van de “boemerang” die terugkeert- wordt nu ook gebruikt bij de SP.A. Die partij kreeg een aantal mails in de schoot geworpen, en keek die niet zorgvuldig genoeg na. Daardoor zijn die mails ongeloofwaardig, en werpen ze een smet op het oppositiewerk van de socialisten. Want om een witte ridder te zijn – een krachtig wapen voor een oppositiepartij- moet je een vlekkeloos pak hebben. Het was –opnieuw – Herman De Croo die opmerkte: “Op een wit pak zie je elk vlekje meteen”.