Flip Franssen

Strijd tegen sociale dumping in transportsector: Europees Parlement keurt compromis goed

In de Transportcommissie van het Europees Parlement is een compromis bereikt over maatregelen tegen de uitbuiting van vrachtwagenchauffeurs uit Centraal- en Oost-Europa. De kwestie leidde tot grote verdeeldheid tussen parlementsleden uit West- en Oost-Europa. Over het compromis moet er nu worden onderhandeld met de transportministers van de 28 lidstaten.

Vrachtwagenchauffeurs uit België en andere West-Europese landen klagen al lang over oneerlijke concurrentie vanuit Centraal- en Oost-Europa. Nogal wat transportbedrijven hebben daar een (postbus)firma opgericht, en zetten goedkopere chauffeurs in voor internationale ritten. Vaak worden ze ook ingezet voor transport in België, wat slechts in bepaalde gevallen toegelaten is. Ook de regels rond rij- en rusttijden worden vaak niet nageleefd.

In de Transportcommissie van het Europees Parlement is gestemd over het "Mobiliteitspakket", een reeks voorstellen van de Europese Commissie om de bestaande regels aan te passen.  Parlementsleden uit Centraal- en Oost-Europa wilden echter geen al te zware aanpassingen, om het concurrentievoordeel dat hun transportbedrijven nu hebben niet te verliezen.

Zo komt er geen verplichting om de verplichte wekelijkse rust thuis of in hotels door te brengen. In België, Frankrijk, Duitsland en Nederland bestaat die verplichting wel, maar in andere landen niet. Daar zullen chauffeurs dus ook op parkings kunnen blijven overnachten, op voorwaarde dat die voldoende sanitaire voorzieningen en eetgelegenheden hebben.  

Geen regels van detachering

Sommige parlementsleden hadden ook voorgesteld om de regels van detachering (gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats) ook toe te passen op internationaal transport. Dat zou betekenen dat een Poolse chauffeur die een vracht naar Frankrijk brengt, achtereenvolgens het Poolse, Duitse, Belgische en Franse loon zou moeten krijgen. Dat voorstel heeft het niet gehaald: het zou Oost-Europese bedrijven uit de markt prijzen, en bovendien ook veel papierwerk met zich meebrengen.

Slimme tachograaf versneld invoeren

De regels rond "cabotage" zijn wel aangepast. Na een internationaal transport mag een buitenlandse chauffeur op dit ogenblik drie "binnenlandse" ritten doen in een periode van zeven dagen, daarna moet hij terug naar huis rijden. Die bepaling wordt massaal overtreden, omdat ze moeilijk te controleren is.

In de toekomst zou "cabotage" toegelaten zijn binnen een periode van 48 uur, zonder beperking van het aantal ritten. Tijdens die 48 uur zou de Oost-Europese chauffeur dan wél het Belgische loon moeten krijgen (zoals bij detachering). Om de controle op misbruik te verbeteren, stelt de Transportcommissie voor om de slimme tachograaf, die via gps de naleving van de rij- en rusttijden en cabotageregels kan opvolgen, versneld in te voeren (vanaf 2019 voor nieuwe trucks, en vanaf 2024 voor bestaande trucks).   

Het Nederlandse europarlementslid Wim Van De Camp (EVP) onderhandelde mee over het compromis en verdedigt het: "Als de EU te draconische maatregelen neemt, jagen we Oost- en Zuid-Europese chauffeurs van de markt af, en krijgen we daar Oekraïense en Turkse chauffeurs voor terug die veel verder onder de Nederlandse prijzen werken.

Voor Nederlandse chauffeurs is het beter om Europese collega’s te hebben die zich aan Europese regels houden dan niet-Europese cowboys die maandenlang in hun cabine wonen en onze regels aan hun laars lappen."

Kathleen Van Brempt: "Het is een barslecht compromis"

Zijn partijgenoot Ivo Belet (CD&V) ziet nog ruimte voor verbetering: "We blijven er tegen gekant dat chauffeurs hun vrij weekend opnieuw in de cabine zouden mogen doorbrengen op een snelwegparking (met, weliswaar, voldoende sanitaire voorzieningen en eetgelegenheden). Vandaag is dat niet toegelaten in België, en terecht. Een cabine van 2 op 2 meter is verre van de ideale plaats om het weekend door te brengen. Ook chauffeurs wekenlang, 6 dagen op 7 achter het stuur houden, is een barslecht idee voor de verkeersveiligheid."

Kathleen Van Brempt (SP.A) die het dossier vanuit een andere commissie volgt, vindt het een "barslecht compromis".

De Transportcommissie wil over het compromis zo snel mogelijk beginnen onderhandelen met de 28 EU-lidstaten, zonder eerst de plenaire vergadering van het Europees Parlement erover te laten stemmen.