Omniscan 12.6 Build2317

100 jaar geleden: Nieuw Duits offensief loopt snel vast

In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 6 tot 12 juni 1918: amper een week na het einde van hun vorig offensief is het Duitse leger weer in de aanval gegaan in Frankrijk, een Franse tegenaanval doet het offensief snel stilvallen, Duitsland kampt met steeds meer en grotere tekorten, Nederlands hospitaalschip gezonken, ...

Opnieuw hebben de Duitse legers een offensief ingezet in Frankrijk. Nog geen week nadat de Duitse opmars naar de Marne werd stilgezet.

Ditmaal verlopen de aanvallen op een meer dan 30 km breed front voor Noyon en Montdidier, steden die in het offensief van maart werden veroverd. Ze gaan in de richting van Compiègne, een belangrijk verkeersknooppunt aan de Oise, op 80 km van Parijs.

Duits luchtafweergeschut Omniscan 12.6 Build2317

De aanval begon zoals gewoonlijk na hevige artilleriebeschietingen in de vroege ochtend van 9 juni. In twee dagen wisten de Duitsers een tiental kilometer op te schuiven tot voorbij de Matz, een bijrivier van de Oise.

Duitse soldaten legen de wijnvaten die ze gevonden hebben op een buitgemaakte Franse bevoorradingstrein. Omniscan 12.6 Build2317

Maar meer in het westen, aan de kant van Montdidier, was de weerstand veel groter. De Duitsers vorderden maar langzaam en op 11 juni begon een Frans leger daar een tegenoffensief. De Fransen heroverden enkele kilometers terrein, voldoende om de Duitse artillerie uit te schakelen.

Kort daarop stopte het offensief. De Duitsers zijn op nog geen 10 km van Compiègne, maar verder is er weinig veranderd.

Amerikaanse militairen in de tegenaanval in Belleau-wood
Kaart van de Duitse terreinwinst sinds het begin van de lenteoffensieven. In het zwart de eerder bescheiden winst bij het laatste offensief. Omniscan 12.6 Build2317
Voor het laatste offensief gevluchte burgers in Parijs.

Steeds meer beperkende maatregelen in Duitsland

Vanwege het tekort aan tabak wordt het in Duitsland aan jongeren onder de 16 verboden om te roken. Overtreders kunnen een geldboete krijgen.

Anderzijds verbiedt de Duitse centrale voor militair materieel om nog langer beukenbladeren te gebruiken om tabaksvoorraden aan te lengen. Tot dan mocht rooktabak voor maximaal 20 % uit beukenloof bestaan.

"Toekomstbeeld: Wat is dat daar, al die drukte? Wel, er is er een die iedereen, die hem 5 pfennig betaalt, even aan zijn sigaar laat trekken". Tekening uit het Duitse Fliegende Blätter, nr 148, 1918
Reclame voor sigaretten, uit het Duitse Lustige Blätter van oktober 1916. De fabrikant probeerde klanten te lokken met prenten van oorlogssituaties. Naarmate de oorlog vorderde werd tabaksreclame schaarser.

De Duitse dienst voor kledij verbiedt dan weer het gebruik van tafellinnen in hotels en restaurants. Tot nu toe mocht een tafelkleed worden gebruikt als het tafelblad lelijk was. Het verbod moet het gebruik van textiel voor niet-militaire doeleinden beperken.

De Belgen klagen intussen steen en been omdat de Duitse bezetter hen bedelft onder opeisingen en beperkingen, hoewel de Duitsers zelf er niet beter aan toe zijn. Deze week sloot de bezetter enkele Brusselse grootwarenhuizen omdat daar verborgen hoeveelheden stoffen, koperen voorwerpen en ander materiaal die door de Duitsers zijn opgeëist waren ontdekt.

"Een lange stoet is onderweg uit de stad omdat er een gerucht is dat er ergens boter te krijgen is" (tekening uit het Oostenrijkse 'Muskete', 12 juli 1917). Stedelingen in Duitsland en Oostenrijk(en ook België) trokken als het kon massaal naar het platteland in de hoop daar wat voedsel te pakken te krijgen.

Nederlands hospitaalschip gezonken

Op de Noordzee is de Nederlandse passagierschip Koningin Regentes gezonken. De meeste opvarenden konden worden gered. Zeven bemanningsleden kwamen om het leven.

Het 97 m lange stoomraderschip was op weg van Engeland naar Rotterdam. Eerst dacht men dat het op een mijn was gelopen, maar het lijkt steeds waarschijnlijker dat het door een torpedo is getroffen. Wat in de praktijk betekent dat het door een Duitse onderzeeër is aangevallen.

Het 12-talige Duitse propagandablad Welt im Bild toont een foto van de 'Prinses-Regentes" en meldt dat het schip op een mijn is gelopen (nr 175, 1918) Omniscan 12.6 Build2317

De zaak wekt beroering in Nederland maar ook in de Geallieerde pers. De Koningin Regentes diende immers als hospitaalschip voor het overbrengen van zieke en gewonde krijgsgevangenen. Nederland is een draaischijf voor de uitwisseling van krijgsgevangenen. Op het moment van de ramp waren er echter geen patiënten aan boord, wel een arts en drie verpleegsters, die gered werden.

Enkele dagen na de ramp is in Den Haag een conferentie begonnen over de uitwisseling van krijgsgevangenen. De Britse delegatie naar deze conferentie bevond zich op een ander hospitaalschip dat de Koningin Regentes begeleidde. Sommige Geallieerde kranten vragen zich af of de Duitsers de bedoeling hadden Duitse diplomaten te treffen door de Koningin Regentes aan te vallen.

Voor het tijdschrift 'De Amsterdammer' (15 juni 1918) is het wel duidelijk wie verantwoordelijk is voor het zinken van het schip.

Italianen torpederen Oostenrijks-Hongaars slagschip

In de vroege ochtend van 10 juni is het Oostenrijks-Hongaarse slagschip Szent István gezonken in de Adriatische Zee.

De Szent István (Hongaars voor Sint-Stefanus, de patroonheilige van Hongarije) behoorde tot de modernste dreadnougts (zwaarbewapende slagschepen) van de Keizerlijke en Koninklijke Marine. Hij was pas in 1915 in dienst genomen en had vrijwel altijd verbleven in de haven van Pola (Pula) in Istrië, de thuisbasis van de Oostenrijks-Hongaarse vloot.

Samen met zijn zusterschip Tegetthoff vertrok de Szent István op 9 juni naar de zuidkant van de Adriatische Zee. Twee andere slagschepen, de Viribus Unitis en de Prinz Eugen, waren iets eerder vertrokken.

Maar in de nacht daarop werd de Szent István getroffen door twee torpedo’s afgevuurd door een Italiaanse torpedoboot. Het water stroomde het slagschip binnen en na het helde snel over naar stuurboord.

Het schip probeerde nog de Dalmatische kust te bereiken, maar door het inkomende water doofden de stoomketels. Nog geen drie uur na te zijn getroffen kapseisde het schip nabij het eiland Premuda en zonk. Slechts 89 van de circa duizend bemanningsleden kwamen om. De meesten konden zwemmend ontkomen. Alle zeelieden van de Keizerlijke en Koninklijke Marine moeten kunnen zwemmen, wat lang niet overal het geval is.

De nieuwe opperbevelhebber van de Oostenrijks-Hongaarse vloot, admiraal Horthy, wilde de slagschepen inzetten tegen de Geallieerde blokkade van de Straat van Otranto. Dat plan is na de ramp met de Szent István meteen afgelast.

Zowel een officiële filmploeg als een officier van de Tegethoff die over een filmcamera beschikte maakten beelden van de laatste momenten van de Szent István. De beelden werden tot een bioscoopfilm gemonteerd. 

Vorming van Russische tegenregering in Samara

In de stad Samara aan de Volga, in het zuidoosten van Rusland, is een Comité van leden van de Grondwetgevende Vergadering (Russische afkorting Komoetsj) gevormd.

Het comité is samengesteld uit leden van de Russische Grondwetgevende Vergadering, waar eind vorig jaar verkiezingen voor werden gehouden, maar die al na de eerste bijeenkomst door de bolsjewistische regering werd ontbonden.

Het Komoetsj bestaat vooral uit socialisten-revolutionairen, die bij de verkiezingen als de grootste partij uit de bus kwamen. Ze beschouwen de democratisch verkozen Grondwetgevende Vergadering als de enige wettige macht in Rusland en willen haar voortzetten. Andere leden van de Vergadering worden opgeroepen om naar Samara te komen.

Het bestuur van het Komoetsj

Het Komoetsj heeft meteen een aantal wetten van de bolsjewistisch bewind afgeschaft. De democratische vrijheden worden hersteld en particuliere ondernemingen worden weer toegestaan. Anderzijds heeft het een duidelijk socialistisch programma. Het wil een achturige werkdag invoeren, de vakbonden erkennen en bedrijfscomités van arbeiders in de fabrieken oprichten.

De oprichting van het Komoetsj was mogelijk nadat het Tsjecho-Slowaaks Legioen Samara had veroverd. Het bolsjewistisch bestuur was daar in een open oorlog gewikkeld met anarchistische en extreemlinkse groepen.

Een ander onderdeel van het Tsjecho-Slowaaks Legioen heeft de belangrijke stad Omsk in het westen van Siberië veroverd.

Militairen van het Tsjecho-Slovaaks Legioen in Samara

Het verzet tegen de regering van Lenin neemt toe, want intussen hebben de Don-kozakken zich opnieuw tegen de bolsjewieken gekeerd. Ze kozen generaal Pjotr Krasnov tot hun nieuwe ataman (opperbevelhebber). Krasnov deed in november nog een poging om ex-premier Kerenski terug aan de macht te brengen. Hij krijgt steeds meer controle over het Don-gebied en heeft de steun van het anti-bolsjewistische Vrijwilligersleger dat daar ook opereert. Ook staat Krasnov in contact met de Duitse troepen die tot het oosten van de Oekraïne zijn doorgedrongen.

Bovendien zijn er in Noord-Rusland nu ook Britse troepen geland in de stad Kem aan de Witte Zee. Er waren er al in het naburige Archangelsk. De regering in Moskou eist nu dat alle Entente-troepen het noorden verlaten.  

Na de machtsovername in de stad worden vooraanstaande Bolsjewieken in Samara afgevoerd om gelyncht te worden.

Duits-Turkse wrijvingen in de Kaukasus

Een 3000 man sterke Duitse expedietiemacht is Tiflis binnengetrokken, de hoofdstad van het pas onafhankelijke Georgië. Ze waren enkele dagen eerder in de haven van Poti aan de Zwarte Zee geland. Het gaat om Beierse troepen, onder bevel van generaal Kreiss von Kreissenstein, die eerder adviseur was van het Turkse leger in het Midden-Oosten.

Met een militaire parade door Tiflis is duidelijk geworden dan Georgië nu onder Duitse bescherming staat. Daarmee beschermen de Georgiërs zich niet alleen tegen de Russische bolsjewieken, maar nog meer tegen het Turkse leger dat het zuiden van Georgië is binnengedrongen. Op de Armeens-Georgische grens is het zelfs tot schermutselingen tussen Duitsers en Turken gekomen. Turkse troepen ontwapenden Duitse en Georgische militairen.

De Duitse intocht in Tbilisi (Welt im Bild, nr 181, 1918) Omniscan 12.6 Build2317

Tegelijk heeft de Ottomaanse minister van Oorlog Enver Pasja een “Islamitisch Leger van de Kaukasus” gevormd onder  leiding van zijn eigen broer Noeri Pasja. Dit 20.000 man sterke leger bestaat vooral uit Turkse militairen, plus vrijwilligers uit Azerbeidzjan en Dagestan, maar zonder dat er Duitse officieren bij zijn betrokken.

De Duitse legerleiding is daar niet gelukkig mee. Enver Pasja wil al lang de islamitische, Turkssprekende volkeren van de Kaukasus met het Ottomaanse Rijk verenigen. Maar de Duitsers willen niet dat de Turken hun de strijd tegen de Britten in het Midden-Oosten verwaarlozen. 

Duitse militairen onderhandelen met "Tataarse bendeleiders"  in Georgië, wellicht zijn die 'Tataren' Turkssprekende Azeiri's. Omniscan 12.6 Build2317

Op de achtergrond spelen de rijke olievelden van Bakoe mee. De Turken en Azerbeidzjanen willen die veroveren op het plaatselijke bolsjewistische bewind. Maar ook de Duitsers willen die olievelden controleren.

Georgiës buurland Armenië heeft intussen een vernederende vrede met de Turken moeten sluiten, nadat die bijna het hele land hadden bezet.

Gids voor Duitse militairen die in de Kaukasus actief waren.

Rijksconferentie in Londen

In Londen is een conferentie begonnen tussen de regeringen van het Verenigd Koninkrijk en de zelfbesturende dominions van het Britse Rijk: Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en Newfoundland. Ook Brits-Indië is vertegenwoordigd.

Het is de tweede dergelijke Rijksconferentie (Imperial Conference) tijdens de oorlog. Eerder vonden al dergelijke conferenties plaats, maar de oorlogsinspanning heeft het belang van die bijeenkomsten sterk doen toenemen.

De dominions zijn als onderdelen van het Britse Rijk automatisch in de oorlog meegesleurd, maar de Britse regering kan hen niet verplichten troepen te leveren of uit te rusten of op een andere manier de oorlog te steunen. Dat gebeurt vrijwillig. Er moet dus overleg worden gepleegd.

Het 'Imperial War Cabinet' in Downing street in 1918, in het midden vooraan de Britse premier Lloyd George. © IWM (Q 27968)

De laatste maanden nemen de roep naar meer inspraak toe. Zeker na de slag bij Passendale, waar heel wat Canadezen in de strijd werden geworpen. De Canadese premier Borden wil nu echte inspraak bij het inzetten van Canadese troepen. Wat voor de legerleiding bijzonder moeilijk is.

Op de conferentie van 1917 werd een “Rijksoorlogskabinet” (Imperial War Cabinet) ingesteld, waarin de premiers van sommige dominions vergaderen met leden van het Britse oorlogskabinet. Maar ook die vergaderingen hebben weinig invloed op het dagelijks verloop van de oorlog.

Intussen zijn er in de Canadese provincie Québec onlusten geweest tegen de dienstplicht. En in Zuid-Afrika neemt het verzet van de anti-Britse Afrikaners weer toe. De dominions willen daarom als echte staten worden beschouwd, op voet van gelijkheid met Groot-Brittannië, maar toch met een speciale band.  In 1917 werd al gesproken van een “Gemenebest”.