Fietsen hoeft niet meer voor mij. Het is passé

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag over het bezit van een fiets.

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Ik heb dus - zoals haast alle Vlamingen -  een fiets. Wat zeg ik: ik bezit er zelfs twee! De ene staat al maanden onbeschut in ons piepkleine tuintje regen, wind en brandende zon te trotseren.

De andere - een koersfiets van een goed merk nota bene! - staat in de kelder, achter de dozen met tomatenpasta en de rommel die al lang naar het containerpark had moeten worden gebracht.

Slappe smoezen

Ik kijk ernaar en ik voel mij schuldig. Ik verzin excuses. Het is veel gedoe om de fiets naar boven te halen of ermee door het huis te manoeuvreren. Er zijn amper behoorlijke en veilige fietspaden in het Kempens dorpje waar ik nu een klein jaar woon.

Het is te warm of te koud of te nat. De winkels liggen te dicht bij, maak dat mee! Maar diep in mijzelf moet ik toegeven dat dat slappe smoezen zijn. Het fietsen komt er gewoon niet meer van. Het is passé.

Een wandelmens

Ik ben een wandelmens geworden. Ik heb altijd graag gewandeld maar ik doe het nu nog veel liever dan vroeger. Meest op mijn eentje. In steeds groter wordende concentrische cirkels rond mijn nieuwe woonst.

Vijfhonderd meter voorbij mijn voordeur loop ik al tussen de velden.  Ik zie de mais opschieten, man, dat gaat snel bij dit weer! Ik zie een bioboer die een ingenieuze namaakroofvogel - eigenlijk een soort vlieger - aan een paal boven zijn jonge scheutjes laat zweven.

Ik zie een echte grote roofvogel lui neerstrijken in een eikenboom, zijn veren goed leggen en zijn domein overschouwen. Ik zie paarden, overal paarden. En veulens. Van alle jonge dieren zijn veulens mij het liefst omdat ze zo onbeholpen zijn of lijken.

Er lijken hier in dit Kempense dorp meer paarden in de wei te staan dan koeien. Geen kwaad woord over koeien, overigens. Koeien zijn gastvrij. Laatst werd ik tijdens het wandelen verrast door een hevig onweer en zocht ik een plek om te schuilen. Net op tijd vond ik een krakkemikkige stal waar zich evenwel al twee vaarzen bevonden. Ik heb asiel gevraagd en ze vonden het goed.

Ik heb ze Ollie en Bollie gedoopt. Drie kwartier hebben wij daar in stilte staan wachten tot het onweer voorbij was en de regen niet veel meer voorstelde. Bij mijn volgende wandeling waren ze er al niet meer.

De Vlaamse verkaveling

Maar ik loop ook graag door de Vlaamse verkaveling achter de hoek, langs de lintbebouwing op de steenweg. Ik zeg dag tegen alle honden die mij aanblaffen. Ik kijk naar de vorm van de brievenbussen, naar de door rupsen opgevreten buxushagen, naar bloemperken, naar het grind. En naar de bewoners, uiteraard. Als ze zich laten zien.

Want niets is zo rustig, uitgestorven zelfs, als een Vlaamse verkaveling tijdens de dag. Tenzij op zaterdag, wanneer de grasmachines in koor snerpen en er met aanhangwagentjes naar het containerpark moet worden gereden met het groenafval.

Ik groet passanten en krijg haast altijd een vriendelijke wedergroet. Ook van de ontelbare fietsers die wel de moeite hebben gedaan om hun elektrisch aangedreven vélocipède van stal te halen en daar veel plezier van hebben. Ieder het zijne, denk ik dan. Al denk ik toch ook altijd: praat toch wat minder luid op jullie fiets, ik hoor jullie van op een halve kilometer aankomen.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.