Video player inladen ...

Documentaire toont The New York Times tijdens eerste jaar Trump: "Wij zijn zijn boksbal"

Vanavond start op Canvas de vierdelige docu-reeks "The fourth estate" over de Amerikaanse krant The New York Times. Een cameraploeg volgde er het reilen en zeilen op de redactie tijdens het eerste jaar van het presidentschap van Donald Trump. Voormalig Amerikacorrespondent en Amerikawatcher Tom Van de Weghe kon de hele reeks (waarvan de VRT coproducent is) reeds vooraf bekijken. Hij verhuist deze zomer naar de Amerikaanse Stanford Universiteit voor een onderzoek van het fenomeen nepnieuws.

"What a fucking story..." Het zijn woorden van de hoofdredacteur van The New York Times, Dean Baquet.  Enkele minuten eerder heeft Donald Trump de eed afgelegd als 45e president van Amerika.

"Oké, laten we eraan beginnen."  Het startschot van een meeslepende docu-reeks over de meest toonaangevende krant ter wereld, de komende vier weken op Canvas te zien.

Van het ontslag van nationaal veiligheidsadviseur Michael Flynn, de hetze rond FBI-directeur James Comey en het Rusland-onderzoek, de start van de #MeToo-affaire. Tijdens dat eerste jaar van president Trump is het ene schandaal nog niet koud of het wordt opgevolgd door een andere crisis. In "The fourth estate" passeren ze allemaal de revue, door de ogen van journalisten die vaak zelf in het oog van de storm staan.

Video player inladen ...

Een zware test

Terwijl ik de reeks bekijk heb ik het gevoel alsof ik ook op die rollercoaster zit. Hetzelfde gevoel dat ik had als Amerikaverslaggever voor VRT tijdens dat turbulente eerste jaar. Het lijkt wel een lange flashback.

De hoofdingrediënten van deze documentaire zijn uniek: je hebt een president zonder enige bestuurservaring, die onophoudelijk tweet en een ongezien inzage geeft in de manier waarop hij denkt en handelt. Je hebt een publiek dat de traditionele media steeds meer is beginnen wantrouwen. En je hebt een redactie in transitie die bestaat uit topjournalisten, weliswaar maar de helft zo groot als tijdens het Watergate-schandaal onder Nixon.

"We hebben een president die het oké vindt om niet de waarheid te zeggen," zo omschrijft hoofdredacteur Baquet de situatie. "We hebben Links dat niet wil horen wat de andere kant vertelt. En we hebben Rechts dat hetzelfde denkt. En beiden pluizen onze pagina's uit op zoek naar fouten. Dit wordt een zware test voor ons."

The New York Times nam destijds ook regelmatig president Obama onder vuur wegens zijn moeilijke relatie met journalisten. Ook Hillary Clinton koestert nog altijd wrok tegen de krant omdat ze destijds het emailschandaal aan het licht bracht, waaraan ze haar verlies van Donald Trump mee te danken had.

Video player inladen ...

De boksbal

Maar de haat-liefderelatie van president Trump met New York Times zal ongeziene proporties aannemen tijdens dat eerste jaar. Hij lijkt wel geobsedeerd door de krant, die hij om de haverklap als "de falende New York Times" afschildert.

Tegelijk zien we hoe hij hunkert naar waardering door de krant. Trump is geboren in de wijk Queens, een buitenwijk van New York, en heeft zich altijd wat miskend gevoeld door het elitaire Manhattan, waar The New York Times een symbool van is. Hij heeft er een minderwaardigheidscomplex aan overgehouden en streeft naar erkenning. De krant beseft dat ook: "we're a useful punching bag," bekent een journalist. We zijn de boksbal van Trump.

Die dubbelzinnige verhouding wordt mooi in beeld gebracht wanneer president Trump op de jaarlijkse CPAC conferentie van conservatief Amerika in zijn toespraak uithaalt naar de pers. "Wij bestrijden fake news, da's de vijand van het volk," roept hij, waarop hij wijst naar de aanwezige journalisten, onder wie iemand van The New York Times. Het publiek draait zich om naar de journalisten aan hun schrijftafels en begint hen uit te jouwen.

De journalisten houden hun adem in en proberen door te werken. Een beklijvende scène in de documentaire. Herkenbaar ook. Terwijl ik zelf in het campagnespoor liep van Donald Trump heb ik het ook herhaaldelijk meegemaakt. Ongezien.

Video player inladen ...

Tv bedriegt

Het sterkste punt van de documentaire is dat ze er uitstekend in slaagt om de hectiek weer te geven op een redactie die 24 uur op 7 in de weer is. Da's de verdienste van Liz Garbus, de gelauwerde documentairemaakster die drie jaar geleden nog een Oscar won voor haar docu "What happened, Miss Simone?". Ze lijkt zich haast onzichtbaar te kunnen maken, als een vlieg in de kamer. Gecombineerd met de meeslepende soundtrack van Trent Reznor denk je soms dat je naar een Netflix-serie aan het kijken bent.

Maar tv bedriegt. Als kijker krijg je nooit alles te zien. Er is bijzonder veel in de reeks geknipt, zo kom ik achteraf te weten, omdat de journalisten en hoofdredactie na de montage nog het vetorecht kregen en er zo de meest gevoelige zaken wisten uit te houden.

Zo kom je uiteraard nergens te weten wie nu eigenlijk de beruchte bronnen of lekken in het Witte Huis zijn die The New York Times-journalisten van zoveel sappige "inside information" voorzien.

Nieuwsjagers

"Wie zijn de mensen achter het nieuws van The New York Times?", dat lijkt de centrale vraag van deze docureeks. Garbus probeert een menselijk gezicht te plakken op journalisten die bekend zijn geworden door hun diepgravende journalistiek, en zo tegen wil en dank zelf een mediaster zijn geworden met een enorme aanhang op Twitter.

Neem nu Maggie Haberman, een journaliste die als heuse "Trump connaisseur" al jaren de man volgt en vroeger werkte voor de tabloid The New York Post. Ze had gehoopt dat ze na de woelige verkiezingen, met Hillary Clinton als president, weer een rustiger leven zou leiden. Maar dat was buiten Trump gerekend, die haar leven totaal heeft omgegooid. Vanuit New York pendelt ze nu dagelijks naar Washington, het kloppende politieke hart van Amerika.

Ze wil zo dichter op het nieuws zitten, maar hierdoor krijgt ze nauwelijks haar kinderen nog te zien. "Je kan niet doodgaan in een nachtmerrie", troost ze een van haar huilende kinderen via Facetime. Permanent verslag uitbrengen over Trump, het eist zijn tol. Even later zien we hoe Maggie doodleuk door president Trump wordt opgebeld op haar gsm. Beetje ontgoochelend wel dat ze vergeet om ook kritische vragen te stellen.

Of denk ook aan Glenn Thrush, de ietwat excentrieke Witte Huis-verslaggever met zijn onafscheidelijke hoedje. Een journalist die vergroeid is met zijn smartphone en het er moeilijk mee heeft om geen tweets te versturen telkens wanneer Trump The New York Times aanvalt. Tegen het advies in van zijn hoofdredactie trouwens, die wil dat je je als journalist beter niet laat uitdagen. Want wie worstelt met de varkens in de modder, wordt zelf smerig. 

Thrush komt even later in de reeks zwaar onder vuur te liggen wanneer er in volle #MeToo-heisa klachten opduiken van vrouwen die hem beschuldigen van vrouwonvriendelijkheid en seksueel wangedrag. De boemerang keert dus terug in het gezicht van The New York Times, die net heel veel bericht had over gelijkaardige zaken. De hoofdredactie zit er zeer verveeld mee. Ze besluit weliswaar om Thrush niet te ontslaan, maar enkel te schorsen voor twee maanden en van het Witte Huis te halen. Iets waar veel andere medewerkers het niet mee eens zijn. Een pijnlijke maar leerrijke episode in deze docu.

Geen windeieren

Of Trump erin geslaagd is om Amerika weer groot te maken, zoals hij met zijn verkiezingsslogan beloofde, zullen we wellicht pas weten wanneer zijn ambtstermijn voorbij is. Maar wat we nu al weten is dat hij erin geslaagd is om de kritische journalistiek weer groot te maken.

Het fenomeen Trump legt een krant als The New York Times namelijk geen windeieren. Net zoals bij de concurrerende  The Washington Post wist de krant het aantal digitale abonnees te verdubbelen in dat eerste jaar van zijn presidentschap.

De uitgever van de krant noemt dat van tijdelijke aard, de zogeheten Trump Hump. De problemen zijn ermee niet opgelost. Net zoals andere printmedia ondervindt The New York Times zware concurrentie van socialemediaplatformen zoals Facebook en Google, die vreten aan de reclame-inkomsten. Daarom is de krant genoodzaakt om zichzelf te transformeren. 

Van een lijvige papieren krant is ze aan het vervellen naar een nieuw digitaal model dat de permanente nieuwscyclus op de voet volgt. Zonder deadline, dag in dag uit. Er is op de website niet enkel zwaar geïnvesteerd in video, maar ook in audio. Elke dag levert dat The Daily, een van de meest populaire podcasts ter wereld. Hierdoor is The New York Times een voorbeeld voor veel andere mediabedrijven die proberen te overleven.

Sociaal conflict

Toch worstelt ook The New York Times met haar aanpak. De druk om vandaag telkens als eerste iets te kunnen publiceren is geen enkel mediabedrijf onbekend. Maar de krant onderscheidt zich door kwaliteit voorop te blijven stellen, en het aan te durven om een primeur weg te gooien wanneer de feiten onvoldoende onderzocht zijn. Zoals een journaliste in de documentaire zegt: "Trump mag de kans niet krijgen om ons op een onjuistheid te betrappen."

Juist daarom is het opvallend om te zien hoe hoofdredacteur Baquet er toch voor kiest om meer aan eigen nieuwsgaring te doen, door precies meer reporters en correspondenten in het veld te sturen, in plaats van nieuws van persbureaus te laten verwerken door deskredacteuren. Dat is niet zonder gevolgen. Het betekent dat hij moet beknotten op zijn eindredactie en veel eindredacteurs de laan moet uitsturen.  Terwijl uitgerekend zij erop moeten toezien dat er geen fouten in de krant belanden.  

Een noodzakelijk ingreep, want precies die eigen nieuwsgaring maakt The New York Times vandaag zo uniek. Het aantal mediabedrijven dat dit nog kan doen, wordt elk jaar kleiner. En zo zijn we aanbeland bij de titel van de docu-reeks, "The fourth estate". Het grote gevaar is dat mediabedrijven hun controlefunctie op politiek en maatschappij verliezen, hun taak als "vierde macht". Zo dreigen we overgeleverd te worden aan het oprukkende fenomeen van nepnieuws, dat catastrofale gevolgen kan hebben voor een democratie.

Het is niet voor niets dat The New York Times sinds de verkiezing van Donald Trump als devies "The truth is more important now than ever" op haar voorpagina laat prijken. De waarheid is vandaag belangrijker dan ooit. Bij concurrent The Washington Post klinkt het nog dramatischer: "Democracy dies in darkness", een democratie gaat dood in de duisternis.

Geen enkele krant of mediabedrijf is feilloos, hoe gerenommeerd ook. Dat geeft deze documentaire uitstekend weer. Iedereen begaat wel eens een fout. Maar als we bezwijken onder de druk en het opgeven dat journalisten keihard achter de feiten moeten kunnen blijven aangaan, dan wordt een democratie de speelbal van destructieve krachten en gaat ze ten onder. Da's de grote verdienste van Liz Garbus om dat met "The fourth estate" kracht bij te zetten. Het stemt ook bij ons tot nadenken.

VIDEO: "Terzake" kon met twee sterjournalisten van de New York Times praten over hoe ze het eerste Trump-jaar beleefd hebben

Video player inladen ...