In de cynische wereld van de migratiebusiness is alles mogelijk

Italië sluit zijn havens voor schepen van hulporganisaties die betrokken zijn bij reddingsoperaties. Schepen van de Italiaanse marine of van de kustwacht mogen wel nog aanmeren in Italië. De nieuwbakken Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini (Lega) wil op die manier een signaal geven in het cynisch politieke spel rond de Middellandse Zee.

labels
Mieke Strynckx
Mieke Strynckx is buitenlandjournalist bij VRT NWS, gespecialiseerd in Italië en migratie

Minister Salvini vindt dat de NGO-schepen medeplichtig zijn aan mensensmokkel, én ze varen bovendien onder buitenlandse vlag. Salvini wil dat andere Europese landen meer solidariteit tonen met de Italianen als het op migratie aankomt. De landen onder wiens vlag de schepen varen, moeten dus ook maar de mensen die ze redden opvangen, vindt Salvini, of er minstens een oplossing voor vinden buiten Italië.

Italië heeft het de NGO-schepen al eerder moeilijk proberen te maken. De NGO’s moesten een gedragscode ondertekenen, wat uiteindelijk ook door Europa is goedgekeurd. Er lopen gerechtelijke onderzoeken tegen NGO’s. Als gevolg daarvan zijn enkele NGO’s gestopt met hun reddingsoperaties.

(Lees verder onder de foto.)

Drie organisaties

Er blijven nu nog drie organisaties over: de Franse NGO SOS Méditerrannée, die samenwerkt met Artsen zonder Grenzen, met het schip Aquarius, de Duitse NGO Sea Watch, en de Spaanse NGO Proactiva met het schip Open Arms.

Een andere Duitse organisatie heeft het zekere voor het onzekere genomen, en opereert nu verder richting Tunesische kust. De Iuventa van de Duitse NGO Jugend Rettet ligt nog altijd aan de ketting omdat er een gerechtelijk onderzoek loopt tegen de organisatie wegens mogelijke collusie met mensensmokkelaars. En de Maltese organisatie MOAS heeft haar schip verplaatst naar Azië, waar het ingezet wordt in de Rohingya-vluchtelingencrisis. 

Kustwacht

In de Middellandse Zee zijn wel nog altijd schepen van de Italiaanse kustwacht actief, en van de Italiaanse marine. En er is de Europese operatie EUNavfor Med, beter bekend als operatie Sophia. In de eerste plaats een operatie tegen smokkel (van mensen, maar ook van wapens, olie, drugs, enz), maar die schepen – allemaal Europese militaire boten – kunnen ook ingezet worden voor reddingsoperaties.

Dat is ook wat vorig jaar gebeurde met het Belgische fregat de Louise-Marie. Dat opereerde vorige zomer in de Middellandse Zee in het kader van operatie Sophia, toen het werd opgeroepen om te helpen bij de redding van een rubberboot met 118 mensen erop.

Het is de Italiaanse kustwacht die in die cruciale sector van de Middellandse Zee, tussen Libië en Italië, de reddingsoperaties coördineert. De Italiaanse kustwacht is daar bijzonder ervaren en bedreven in. Zij deelt de taken uit, en elk schip in die sector is verplicht om de bevelen van de kustwacht op te volgen.

Wordt een bootje met drenkelingen gespot in Libische territoriale wateren, dan besteedt de Italiaanse kustwacht de reddingsoperaties in principe uit aan de Libische kustwacht, die ook wordt opgeleid en aangestuurd door de Italianen (met steun van de Europese Unie). Als de Libische kustwacht de taak niet aankan, dan zullen andere schepen te hulp geroepen worden, maar in principe is de Libische kustwacht dan verantwoordelijk en zal zij de drenkelingen dus terugbrengen naar Libië.

(Lees verder onder de foto.)

Geen pushbacks

Maar als bootjes gespot worden in internationale wateren, dan valt de operatie onder de totale bevoegdheid van de Italiaanse kustwacht, en dan mogen – volgens het internationaal recht – de migranten en vluchtelingen niet teruggebracht worden naar Libië (de zogenaamde pushbacks). Want daar kunnen ze gefolterd worden, en ze moeten ook de kans krijgen om asiel aan te vragen als ze dat willen.

De Italiaanse kustwacht moet dan zorgen dat de drenkelingen zo snel mogelijk gered worden (mensen in nood redden is een plicht op zee), ze zet daarvoor de schepen in die nodig zijn en die zich in de buurt bevinden, en dan worden de drenkelingen zo snel mogelijk naar een veilige haven gebracht, in principe de dichtstbijzijnde in Italië. In de praktijk is dat, afhankelijk van de opvangcapaciteit, zo goed als altijd een haven in het zuiden van Italië. 

Wordt een bootje gespot in de Maltese sector, dan worden de drenkelingen in principe naar Malta gebracht. In de praktijk verklaart Malta als piepklein landje evenwel vaak dat het de zaak niet aankan, en schuift het de reddingen én de opvang door naar de Italianen. Tot ergernis van die laatsten.

Ironie

De Aquarius had dus in principe naar Italië gemoeten. Te meer omdat er 629 mensen op zaten, onder wie 123 minderjarigen en zeven zwangere vrouwen. Maar Matteo Salvini van de Lega, de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken in Italië, wil een krachtig signaal geven.

De ironie wil dat zowat vierhonderd mensen die op de Aquarius zitten eigenlijk gered waren door de Italiaanse kustwacht en de marine. Als ze dus op een schip van de marine of de kustwacht naar de kust waren gebracht, dan waren ze nu wel al in Italië. Morgenvroeg meert in Catania in Sicilië een schip aan van de Italiaanse marine, met 937 migranten en vluchtelingen aan boord.

Onzekerheid

De situatie voor de toekomst is dus erg onzeker. In de eerste plaats voor de migranten en vluchtelingen zelf, die op dit moment gebruikt worden in een uiterst cynisch politiek spel. Maar ook voor de hulporganisaties, die niet weten waar ze aan toe zijn. Zij vrezen dat er alleen maar meer mensen zullen verdrinken, als hun schepen verder weg worden gestuurd of helemaal niet meer zullen mogen meehelpen met reddingsoperaties. Dat is ook wat gebeurde toen de Italiaanse operatie Mare Nostrum werd stopgezet in 2014.

Mare Nostrum was een uitgebreide zoek- en reddingsoperatie die de Italianen hadden opgezet in 2013, nadat honderden migranten en vluchtelingen verdronken waren bij twee grote schipbreuken in de buurt van het Italiaanse eiland Lampedusa. Toen de operatie nog geen jaar later werd stopgezet en vervangen door de veel kleinschaligere operatie Triton, steeg het aantal verdrinkingen sterk. En ook in 2018 zijn er al veel meer doden gevallen in verhouding tot het aantal vertrekkers dan de vorige jaren, nu er minder reddingsoperaties uitgevoerd worden en ook verder van de Libische kust af.

Daling

Maar sowieso is dat aantal vertrekkers wel fel geslonken. De daling begon vorig jaar in volle zomer, net de periode waarin normaal gezien de meeste mensen de oversteek wagen. En ook dit jaar zijn minder dan een kwart mensen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar vanuit Libië naar Italië gesmokkeld. Onderzoekers wijten dat aan allerlei afspraken met Libië en andere landen op de migratieroutes. Maar toch vooral aan een aantal onduidelijke deals die de Italianen op eigen houtje sloten met de Libiërs.

Wat die akkoorden precies inhouden, is voer voor speculatie. Volgens een aantal goed geïnformeerde deskundigen is er een bijna rechtstreeks akkoord met de smokkelbendes zelf. De grote smokkelaars hebben banden met de Libische veiligheidsdiensten. Dat was altijd zo. Onder het regime van de Libische dictator Khaddafi was een van de zonen van Khaddafi verantwoordelijk voor de smokkel. Die kon naar verluidt de smokkel gewoon aan of uitzetten, en deed dat ook. Toen de Italianen onder premier Berlusconi in 2008 een akkoord sloten met Khaddafi bijvoorbeeld. In ruil voor 5 miljard dollar – officieel herstelbetalingen voor de koloniale bezetting van Libië door de Italianen – hield het Libische regime de migratiedeur naar Europa gesloten. Maar hij dreigde verschillende keren om die weer open te zetten, en deed dat ook toen Italië zijn steun toezegde aan de internationale luchtoperatie tegen Libië, in 2011.

Maar onderzoekers zeggen dat de smokkelbendes ook daarna nog nauw samenwerkten met de milities in Libië, ook degene die de internationaal erkende regering in Tripoli steunen. Volgens sommige rapporten hebben een aantal grote smokkelaars zich zelfs omgeschoold tot ordehandhavers, en betalen de Italianen hen nu (onrechtstreeks) om migranten en vluchtelingen tegen te houden in plaats van ze te smokkelen. Maar welke akkoorden de Italianen ook hebben met de Libiërs, de vraag is of die standhouden nu er een nieuwe regering is in Italië. Zullen de Libiërs nu hun kans ruiken om meer binnen te halen, en proberen ze hun onderhandelingspositie te versterken door de sluizen even open te zetten? Het is in elk geval interessant om te zien of er iets beweegt. In de cynische wereld van de migratiebusiness is alles mogelijk.