Einstein in dagboek: "Chinezen zijn ijverig, vuil en dom"

Een nu pas gepubliceerd reisdagboek van Albert Einstein bevat racistische en xenofobe uitlatingen.

Einstein reisde door Azië en het Midden-Oosten en hield daarvan in 1922 en 1923 een dagboek bij. Vooral over Chinezen schrijft hij zwaar veralgemenend en negatief: ze zijn “ijverig, vuil en dom”.  Hij maakte zich ook zorgen over de grote vruchtbaarheid van Chinezen en vreesde dat ze de andere rassen zouden vervangen.

Toen Einstein in een Egyptische haven aankwam, kwamen er autochtonen aan boord. Hij beschreef die in zijn dagboek als “Levantijnen in alle tinten, alsof de hel ze had uitgespuwd”. In Sri Lanka, destijds Ceylon, zag Einstein de inwoners als volgt: “Ze leven in grote vuiligheid en stank op de grond, ze doen weinig en hebben weinig nodig.”

Burgerrechten

De geniale natuurkundige en Nobelprijswinnaar Albert Einstein, bekend van zijn relativiteitstheorie, was later een voorvechter van burgerrechten in de Verenigde Staten. In 1946 bezocht hij Lincoln University, de eerste universiteit die diploma's aan zwarte Amerikanen uitreikte. Einstein noemde racisme toen "een ziekte van blanken".  Hij was ook tientallen jaren dicht bevriend met de zwarte burgerrechtenactivist Paul Robeson.

De "tijdsgeest"?

De dagboeken zijn gepubliceerd door Princeton University Press:"The Travel Diaries of Albert Einstein: The Far East, Palestine, and Spain, 1922-1923". Samensteller Ze’ev Rosenkranz wijst er in "The Guardian" op dat meningen als die van Einstein in zijn dagboek wijd verspreid waren in de jaren 20, maar ook weer niet universeel: "Er bestonden ook andere, tolerantere visies. Het lijkt erop dat zelfs Einstein het moeilijk vond om zichzelf in het gezicht van de ander te herkennen," zegt Rosenkranz.