Video player inladen ...

Bourgeois twijfelt of Vlaanderen nieuwe Europese energiedoelstellingen kan halen

Na maanden van onderhandelen is het zover: Europa bereikt een akkoord over de hernieuwbare energiedoelstellingen voor 2030 die bindend zullen zijn voor alle Europese lidstaten. Concreet wordt het aandeel hernieuwbare energie voor de gehele unie opgetrokken naar 32 procent ten opzichte van de huidige 27 procent.

Vanaf 2020 gelden nieuwe hernieuwbare energierichtlijnen binnen de Europese Unie: elke lidstaat moet een strategisch energieplan ontwikkelen om het aandeel hernieuwbare energie tegen 2030 in de EU als geheel te kunnen optrekken naar 32 procent. Dit werd vannacht beslist in na onderhandelingen tussen de Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement.  

Wat betekent dit voor België?

Tot 2020 werd voor elke Europese lidstaat een individuele hernieuwbare energiedoelstelling vastgelegd. Voor België lag die doelstelling op 13 procent. Vanaf 2020 verdwijnen die nationale doelstellingen en moet elk land individueel verantwoordelijkheid opnemen, met oog op de doelstelling van 32 procent  voor de gehele Europese Unie tegen 2030.

Om dit te realiseren moet elke lidstaat een plan ontwikkelen tegen het einde van dit jaar. Dit plan moet vervolgens goedgekeurd worden door de Europese Unie. Volgens Bart Tommelein (Open VLD), Vlaams minister van Energie, is dit "ambitieus maar haalbaar". 

Maar minister-president Geert Bourgeois (N-VA) erkent dat Vlaanderen nu al achterop loopt met zijn energiedoelstellingen. 

Video player inladen ...

Bourgeois pleit voor realisme en wil eerst een impactstudie. Maar dan moet Europa wel heel precies duidelijk maken wat het van ons land verwacht, benadrukt Bourgeois. En dat is volgens hem lang niet het geval.

Video player inladen ...

Evolutie

In 2008 legde de Europese Unie vast dat in 2020 in de EU als geheel minimaal 20 procent van het energieverbruik moet bestaan uit hernieuwbare energiebronnen zoals windenergie, waterkrachtenergie, oceaanenergie, aardwarmte, biomassa en biobrandstoffen. De strategie werkte goed: van 8,5 procent hernieuwbare energie in 2004 naar 17 procent in 2016. In 2014 kwamen de Europese lidstaten overeen om het percentage te verscherpen naar 27 procent voor 2030.

In januari stemde het Europees Parlement ervoor om het aandeel hernieuwbare energie verder op te trekken naar 35 procent tegen 2030.  Het parlement volgde daarmee een voorstel van de Europese milieucommissie. Het intiatief kon op veel enthousiasme rekenen bij milieu- en natuurorganisaties maar was volgens de Europese Raad en de Europese Commissie te ambitieus. Het duurde tot vandaag vooraleer de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement tot een compromis konden komen.