Wetenschappers achterhalen hoe spinnen kunnen "vliegen"

Spinnen kruipen en springen. Maar ze kunnen ook door de lucht zweven. Hoe ze daartoe precies in staat zijn, was lange tijd een raadsel. Wetenschappers van de universiteit van Berlijn zijn erin geslaagd het raadsel te doorgronden. 

Het is een fascinerend beeld: relatief grote spinnen die zich moeiteloos afzetten en zich vervolgens laten meedrijven door de wind. Aandachtige wetenschappers hadden al gemerkt dat de dieren, voor ze hun sprong wagen, draden spinnen. Die draden vangen de wind, waardoor de spinnen worden voortgestuwd.    

Eerste kolonisten

Dat spinnen zich op die manier kilometers ver kunnen verplaatsen, is bekend. Spinnen behoren vaak tot de eerste dieren die onbewoonde eilanden bereiken en ze zijn ook al aangetroffen op 4,5 kilometer hoogte. Wetenschappers zijn er lang van uitgegaan dat spinnen maar een paar dikke draden sponnen om zich te laten voortdrijven. Maar die aanname verklaart niet hoe ook grotere exemplaren kunnen zweven. Want een paar dikke draden volstaan niet om hen in de lucht te houden.  

Windtunnel

Wetenschappers van de Technische Universiteit van Berlijn in Duitsland hebben het raadsel opgelost. Ze hebben daartoe een experiment opgezet met volwassen struikkrabspinnen die een gewicht bereiken tot 25 milligram. De spinnen werden op een platform in een windtunnel geplaatst waar de wetenschappers hun sprongen en vluchten vastlegden met camera's. 

Lees verder onder de foto

Struikkrabspin - Xysticus sp. Alvesgaspar/Wikipedia

Op de beelden is te zien hoe de dieren hun sprong en hun vlucht nauwgezet voorbereiden. Ze spinnen eerst een veiligheidsdraad waarmee ze zich aan het platform vasthechten. Daarna steken ze een poot op om de sterkte van de wind aan te voelen. Als de omstandigheden gunstig zijn, dan spinnen ze vervolgens draden die 2 tot 4 meter lang kunnen worden. 

Een onzichtbaar zeil

Die draden zijn vermoedelijk de draden waarop alle spinnen zich laten voortdrijven. Maar de struikkrabspinnen maken ook nog 50 tot 60 andere draden die veel fijner zijn, en die tijdens de vlucht de vorm aannemen van een zeil dat met het blote oog niet waar te nemen is. De wetenschappers berekenden dat de fijne draden - en de vorm die ze aannemen - samen sterk genoeg zijn om zwaardere spinnen in de lucht te houden. 

De meeste spinnen gebruiken fijne draden gewoon om hun prooi in te wikkelen. Struikkrabspinnen gebruiken ze dus ook om te vliegen. 

Bekijk hieronder hoe ze dat in het experiment van de Technische Universiteit van Berlijn doen.