100 jaar geleden: Triomftocht van Belgische soldaten in VS na Russisch avontuur

Het Belgisch pantserkorps ACM dat in 1915 in Rusland ging vechten tegen de Oostenrijkers en de Duitsers, is in juni 1918 aangekomen in New York. Het is het eindpunt van de Amerikaanse tour van het korps. Voordien zijn de ACM-Belgen in de winter van 1917-18  vanuit Kiev dwars door Siberië naar de Verenigde Staten gereisd.

Na het mislukte zomeroffensief van 1917 aan het front in Galicië is het Russische leger in  enkele weken tijd vrijwel uiteengevallen. Het Belgisch pantserkorps, dat sinds 1915 meevecht aan Russische zijde, is meegesleurd in de chaos van de terugtocht. Het betrekt in de herfst nieuwe stellingen bij de vooroorlogse Russisch-Oostenrijkse grens.

Na de Oktoberrevolutie van 1917, als Lenins bolsjewieken de macht grijpen in Petrograd, komt er bericht dat Koning Albert heeft besloten dat  het ACM (het korps Autos-Canons-Mitrailleuses) terug naar huis moet komen.

Russische soldaten plunderen op de terugtocht

Het korps trekt naar Kiev, waar de Belgen terechtkomen in straatgevechten tussen Oekraïens-gezinde troepen, die onafhankelijkheid willen voor hun land, en revolutionaire, pro-bolsjewistische arbeiders.

De ACM’ers zijn ingekwartierd in het historische Michailov-klooster in het oude stadscentrum en zorgen er voor de opvang van burgers uit Kiev op de vlucht voor het geweld.

Hun eigen voorraden vullen de Belgen aan door wodka, die ze in het klooster stoken, te gebruiken als ruilmiddel.

Het Michaelov-klooster in Kiev, begin 1918. De Belgen bezorgen vluchtelingen drinkwater.

Begin februari 1918 valt Kiev in handen van milities van de Rode Garde die vanuit Sovjet-Rusland waren opgerukt. In het bezette Kiev zijn de neutrale ACM-Belgen drie dagen lang getuige van rode terreur met plunderingen en massa-executies.

Uiteindelijk kan korpschef Roze onderhandelen met de bolsjewistische bezetters. Het ACM krijgt een trein voor de terugreis en moet zijn pantserwagens in Kiev achterlaten voor de bolsjewieken. Wel slagen de Belgen er nog in de wagens te ontwapenen en te demonteren.

Een lid van het Pantserkorps demonteert een van de wagens die moeten achterblijven

Eind februari 1918 komt de trein met het ACM aan in Moskou. Er ontstaat  onenigheid in de rangen van het korps. Een harde kern rebelleert tegen het voornemen van de ACM-staf in te schepen in het noordelijke Moermansk. De rebellen hebben zeer slechte herinneringen aan de heenreis via die route rond Scandinavië: door een dagenlange storm was zowat iedereen aan boord zeeziek en voortdurend dreigde het gevaar van Duitse mijnen en duikboten.

De rebellen willen dat de lange route oostwaarts door Siberië naar Vladivostok, aan de Stille Oceaan,  wordt gevolgd. Pas als bekend raakt dat de Russische bolsjewieken in Brest-Litovsk een vredesverdrag hebben gesloten met de oprukkende Duitsers, besluit korpschef Roze dat het beter is de onzekere noordelijke route te vermijden. Zo raakt de ACM-trein op de Transsiberische spoorlijn naar het Verre Oosten en de Stille Oceaan.

In Jekaterinburg in de Oeral verbazen de Belgen zich over het witbrood dat er te koop is. Naar verluidt een echt mirakel in bolsjewistisch Rusland.

In de stad Omsk in de grote Siberische vlakte achter de Oeral worden de Belgen tegengehouden. De Sovjet van Omsk wil hun trein pas laten vertrekken als ze hun wapens en munitie  afstaan.

Na hevig protest van de ACM-staf mogen de Belgen hun handwapens toch houden, maar alle officieren en manschappen moeten een document ondertekenen waarin ze op hun erewoord beloven die wapens nooit te zullen aanwenden tegen Sovjet-Rusland.

Na Irkoetsk en het Baikalmeer bereikt het korps de steppe van Transbaikalië. In de stad Tsjita doorzoeken mannen van de lokale Rode garde de ACM-trein op zoek naar zware wapens. Het loopt goed af, de machinegeweren die de Belgen hebben verborgen in de trein worden niet gevonden.

Als ze al vertrokken zijn krijgen de Belgen van de bolsjewieken in Tsjita het bevel terug te keren. De zuidelijke route naar de Chinese grens zou zijn afgesloten door de tegenstanders van de bolsjewieken, de Witten onder leiding van krijgsheer Semjonov.

Enkele ACM'rs bij hun trein in de Siberische koude
Soldaat De Pauw en zijn hond bij de trein

De Belgen willen niet wijken en de ACM-trein rijdt verder tot hij in het laatste station voor de grens wordt gestopt door zwaarbewapende Roden. Na een nacht van verhitte discussies tussen ACM-Belgen en Roden kan een bloedige confrontatie worden afgewend. Een Chinese militaire trein komt over de grens de Belgen oppikken voor de verdere tocht naar Mantsjoerije .

De ACM-Belgen blijven enkele weken in noordelijk China, in Harbin. Japanse militairen controleren die stad vol vluchtelingen uit Sovjet-Rusland, en de Witte krijgsheer Semjonov werft er avonturiers om zijn legerbende aan de Russisch-Chinese grens te versterken. Enkele ACM-mannen deserteren en sluiten zich bij Semjonov. Er is hen onder meer beloofd dat ze behalve op Roden en Joden gaan jagen op Siberische tijgers.

Terwijl hun officieren in Harbin in een hotel verblijven, moeten de soldaten in de trein blijven logeren. Ze laten er zich troosten door Japanse geisha's.

Eind april 1918 scheept het ACM in Vladivostok in voor de overtocht  over de Stille Oceaan naar de Verenigde Staten. Diplomatiek overleg tussen de Belgische regering en de Wilson-administratie in Washington heeft uitgemaakt dat het korps in de USA de oorlog tegen de "Duitse barbarij" gaat propageren.

De ACM-Belgen zullen er paraderen als de helden van Koning Albert, het elitekorps dat rond de wereld is getrokken en zal blijven vechten als lichtend voorbeeld voor het machtige Amerika, dat midden 1918 massaal troepen naar Frankrijk stuurt voor het eindoffensief tegen de gemeenschappelijke vijand.

Juichende Belgen bij hun aankomst in San Francisco

Op 12 mei 1918 ontscheept het ACM in San Francisco. Majoor Osterrieth, Belgisch militair attaché in de VS, is ter plekke om de Amerikaanse tour van het korps te organiseren. De Belgen zullen militaire parades houden in Amerikaanse steden. Die moeten het Amerikaanse publiek aanzetten oorlogsobligaties te kopen, de "Liberty bonds" waarmee de regering Wilson de oorlogsvoering financiert.

De ACM-Belgen marcheren, majoor Osterrieth houdt anti-Duitse speeches, en het Committee on Public Information, de door Washington aangestuurde  lobby voor oorlogspropaganda, zorgt ervoor dat alles breed wordt uitgesmeerd in de pers.  

De Belgen paraderen in het centrum van San Fransisco
Groepsfoto van het ACM-korps, gemaakt in San Fransisco.

De ACM-Belgen blijven één week in San Francisco. Na hun parade krijgen ze een grote Belgische vlag overhandigd en die gaat mee met de pullmantrein die hen oostwaarts voert.

Het is een ware triomftocht met militaire optochten onder massale publieke belangstelling in Sacramento, Salt Lake City, Cheyenne, Omaha en Des Moines. In die laatste stad gaat Osterrieth in zijn toespraak furieus tekeer tegen ‘het beest van Berlijn, de Pruisische jakhals die zijn laatste aanvallen van razernij beleeft.’

Bloemen voor de Belgen in Omaha

De doortocht van de Belgen langs de Grote Meren is groot nieuws in de lokale pers. Na de ACM-parade in Chicago jubelt de Chicago Tribune dat de stad ‘een groep wereldwijd rondzwervende krijgers’ verwelkomt, ‘die de fabelachtige Odysseus doen verbleken tot een bedlegerige invaldide.’

In Detroit krijgen de overwegend Franstalige ACM-Belgen het even moeilijk als in de Chamber of Commerce de Amerikaanse Vlamingen van het ontvangstcomité hen onthalen met naast de Brabançonne ook  De Vlaamse Leeuw...

En nog bloemen tijdens de parade in Chicago

New York is de eindbestemming van het ACM in de Verenigde Staten. Het korps blijft er twee weken in afwachting van de overtocht naar Frankrijk. De Belgen beleven nog een laatste triomf tijdens hun korte parade in Manhattan.

In uniform en met het geweer marcheren ze op Fifth Avenue achter hun eigen fanfare. Die is echter aangevuld met forse muzikanten van een Amerikaanse militaire band die voor de gelegenheid veel te krappe Belgische unifomen hebben aangetrokken.

Waarop The New York Times onder de kop ‘Stad Eert Belgische Veteranen’ droogweg bericht dat de dappere Belgen in hun kaki uniformen minder vreemd leken dan andere geallieerden en makkelijk konden doorgaan voor Amerikaanse troepen...

De parade op Fifth Avenue

Op 15 juni gaat het korps uiteindelijk scheep voor de overtocht naar Bordeaux. De Belgen krijgen nog een triomfantelijke ontvangst, ze houden hun laatste parade en een maand later, op 15 juli 1918, wordt het ACM definitief ontbonden.

Een exit in mineur voor een Belgisch pantserkorps dat na drie jaar in de Grote Oorlog zonder pantserwagens thuiskomt, haastig wordt afgevoerd en nog sneller wordt vergeten.

Het Holywood-sterretje Evelyn Greedy adopteerde drie ACM-Belgen. Het verhaal van "de stiefmoeder en haar pupillen" haalde meerdere Amerikaanse kranten.