Ik drink nooit thee, Gij drinkt altijd thee, Hij ...

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag:  verdwijnt de dt-fout?

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Gaat de dt-regel voor de bijl? Misschien. Ooit. Is het een ouderwetse regel? Nee. Taalregels lijken altijd ouderwets, omdat ze voor lange tijd worden gemaakt. Door bedachtzame professoren zonder FB-of Whatsappaccount. Wat niet per se negatief is, absoluut niet.

Is de dt-regel een moeilijke regel? Nee, eigenlijk niet, al maak ik er zelf ook fouten tegen. Niet heel vaak, maar toch. Kan erover gepraat worden? Uiteraard. Taal is een levend iets. Er moet een voorhoede zijn die de regels oprekt en er moet een achterhoede zijn die op de rem gaat staan. Daaruit kan - voor het gros van de troepen - een nieuwe afspraak groeien die dan hopelijk een jaar of twintig meegaat, zoiets. 

Sterke werkwoorden

Wie weet er nog wat sterke en zwakke werkwoorden zijn? Potverdorie, zoals die regel er tijdens mijn middelbare schooltijd in werd geramd! Een schip voer toen nog uit en ik groef een put in de tuin. Want varen en graven waren sterke werkwoorden die van klank veranderen bij de vervoeging in de verleden tijd.

Lopen is nog altijd een sterk werkwoord: ik liep mee met mijn vader. Maar ieder kind dat zich het Nederlands eigen maakt zegt "ik loopte" mee met mijn vader.  Of: "ik leesde" een boek. Naar analogie met "gelopen" en "gelezen". Om maar te zeggen: sterke werkwoorden sterven uit, zwakke werkwoorden zijn de toekomst. Omdat ze logisch of logischer zijn.

Logica

Taalregels die niet uitblinken in logica zijn en blijven struikelstenen. Schrijven is mijn vak (of liever mijn roeping), maar wanneer je woorden aan elkaar schrijft en wanneer niet is voor mij nog altijd een raadsel.

Hetzelfde geldt voor de tussen - in het meervoud. Manestralen en hondendrollen. Ik doe een gokje want ik weet het niet zeker. De grammatica op mijn boekenplank dateert uit de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Op de Vlaamse tong

Maar de dt-regel vind ik wel logisch. Ik probeer het u uit te leggen.

Ik geneer mij als schrijver niet om overvloedig de Vlaamse ge en gij te gebruiken in mijn romans. Dat is zo gegroeid, door de thema's waarover ik schrijf: die van de Vlaamse onderbuik.

Het gevolg is dat ik soms werkwoordvormen gebruik die wel vlot op de (Vlaamse) tong liggen maar op papier archaïsch lijken of zijn. "Gij waart ergens anders" in plaats van "Jij was elders". "Hadt gij dat niet gehoord?" in plaats van "Had je dat niet gehoord?"

Theedrinker

Attente lezers (M/V) sturen mij bij tijd en wijle vriendelijke mails waarin ze mij wijzen op dt-fouten die er geen zijn. Ik stuur dan altijd het versje terug dat er bij mij tegelijk met de sterke en zwakke werkwoorden is ingestampt.

Ik drink nooit thee.

Gij drinkt altijd thee, ook in de verleden tijd.

Hij drinkt thee als hij tegenwoordig is.

Het versje moet ooit door een verlichte dorpsonderwijzer verzonnen zijn, zo stel ik mij dat toch voor. Door een theedrinker, bovendien. Maar het versje is geniaal in zijn eenvoud. En altijd toepasbaar.

Maar oogt het resultaat fraai? Ik bedoel de letter T die zich overal tussen wringt. Nee, dat nu ook weer niet.

En dus sta ik open voor discussie. Maar intussen blijf ik mij wel aan de ouderwetse dt-regel houden. Wat hadt gij gedacht?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.