Drogende tabaksbladeren.

Amerikaanse indianen roken al meer dan 3.000 jaar tabak

Archeologen hebben ontdekt dat Amerikaanse indianen al meer dan 3.000 jaar geleden tabak rookten. Dat is minstens 1.000 jaar eerder dan tot hiertoe werd gedacht, en het blijkt uit sporen van nicotine in een versierde pijp. De pijp werd gedateerd aan de hand van dierlijke resten die samen met haar werden gevonden. 

In de late jaren dertig haastten archeologen in het noorden van Alabama zich om een archeologische site op te graven van "Native Americans" aan de samenvloeiïng van de rivieren de Flint en de Tennessee. Stroomafwaarts was de Guntersville-dam gebouwd en het wassende water in het stuwmeer dreigde de site te overspoelen, wat intussen ook gebeurd is. 

De archeologen ontdekten tientallen artefacten, verzegelden die in papieren zakken en brachten ze over naar het Alabama State Repository. Daar bleven ze ongestoord stof verzamelen tot 70 jaar later, toen een team van archeologen en scheikundigen kwam zoeken naar een bepaald item, namelijk FS74 in de cataloog van de bewaarplaats, een gegraveerde pijp om te roken of "medicijn buis", gemaakt uit kalksteen.  

Item FS74, een kalkstenen pijp Stephen Carmody

Nicotine

Met de steun van de Eastern Band of Cherokee Indians waren de onderzoekers al jaren pijpen van indianen aan het onderzoeken, met een techniek die massaspectometrie heet, op zoek naar sporen van plantaardig materiaal die in de pijpen waren achtergebleven. 

Hun zoektocht, die bedoeld was om licht te werpen op de religieuze en ritualistische geschiedenis van het roken, had in pijpen van enkele honderden jaren oud al residu's opgeleverd van tabak en doornappel, net als tabak een plant uit de nachtschadefamilie. Doornappel is zeer giftig en bevat hallucinogene bestanddelen. 

Toen de onderzoekers FS74 testten, werd duidelijk dat ze de jackpot hadden gewonnen. Het team vond duidelijke sporen van nicotine, een onmiskenbaar ingrediënt van tabak, in het residu binnen in de pijp. En die pijp was heel wat ouder dan enkele honderden jaren.

De pijp werd gedateerd aan de hand van collageen - een eiwit in bindweefsel - uit beenderen van herten die samen met de pijp werden gevonden, en daarvoor gaf de koolstofdatering een datum ergens tussen 1685 en 1530 v.C. Daarmee is de vondst het oudste bewijs voor het roken van tabak in Noord-Amerika, zo zeggen de onderzoekers.

Het wijst erop dat de indianenstam die in vervlogen tijden in het gebied leefde, tabak kweekte en rookte minstens 1.000 jaar vroeger dan tot nu toe werd gedacht. 

De datum komt zelfs overeen met de eerste domesticatie van voedingsgewassen als zonnebloemen en pompoenen. De ontdekking opent dan ook de mogelijkheid dat planten die gekweekt werden voor ritueel gebruik, een grote rol kunnen gespeeld hebben bij de eerste pogingen tot landbouw in het gebied.  

De oudste afbeelding van een rokende Europeaan, uit "Tabacco" door Anhony Chute uit 1595.

Europa volgt in de 16e eeuw

Na de aankomst van de Europeanen in Amerika, werd tabak ook populair in Europa. De Spanjaard Hernandez de Boncalo was de eerste Europeaan die tabakszaden en bladen naar Europa bracht in 1559 in opdracht van de Spaanse koning Filips II. De zaden werden in de buurt van Toledo geplant in een gebied dat "Los Cigarrales" heette, naar de cicaden (sigarras in het Spaans) die het gebied constant teisterden, en de tabak werd gerookt in pijpen of waterpijpen. Van daaruit verspreidde het gebruik van tabak zich in de rest van Spanje, Portugal, Frankrijk en Engeland.

Het succes van tabak in Europa was voor een deel te danken aan de gunstige effecten op de gezondheid die er aan toegeschreven werden. Immers, de "inheemsen" die tabak gebruikten "hebben lichamen die opmerkelijk bewaard zijn in gezondheid, en ze kennen niet veel ernstige ziekten, terwijl wij in Engeland er vaak aan lijden", zo beschreef een reiziger de indianen in wat nu North-Carolina is. 

Tegen 1700 vormde het roken, kauwen en snuiven van tabak dan ook de basis van een belangrijke industrie in Europa en zijn kolonies. Tegen het einde van de 19e eeuw werden sigaretten populair, dankzij de uitvinding van een machine die de productie ervan automatiseerde, wat leidde tot een enorme groei in de productie van tabak.

Het is pas in het midden van de 20e eeuw dat wetenschappelijke onthullingen over de schadelijke gevolgen van tabak een rem gingen zetten op de populariteit van het roken, en sindsdien is, althans in de geïndustrialiseerde wereld, roken in het openbaar beperkt, en het aantal rokers teruggevallen.