© IWM (Q 26909)

100 jaar geleden: Italianen drijven het Oostenrijks-Hongaars leger terug

In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 20 tot 26 juni 1918: het Oostenrijks-Hongaarse offensief in Italië is een mislukking geworden, voedseltekort lokt stakingen en rellen uit in Oostenrijk, hoge prijzen zorgen ook voor incidenten in Brussel, in Ierland wordt dan toch geen dienstplicht ingevoerd, ...

Het Oostenrijks-Hongaarse offensief in Italië is een mislukking geworden.

De Italianen slaagden er in het Oostenrijks-Hongaarse bruggenhoofd aan de monding van Piave na enkele dagen te heroveren.

Elders ten zuiden van de Piave kwamen de Oostenrijkers onder zware druk te staan. Doordat de rivier als gevolg van de voorbije regens fel gezwollen was en veel bruggen vernietigd waren, konden er geen versterkingen of voorraden worden aangevoerd.

Italiaanse militairen worden in aken naar het front gebracht. Beginfoto: de Italianen en hun bondgenoten vieren de overwinning, op de muur: "Hier komt men niet voorbij". Imperial War Museums

Op 20 juni kregen de Oostenrijks-Hongaarse troepen bevel voor de aftocht. Op een deel van het front, vooral langs de berg Montello, verliep die erg chaotisch. Heel wat soldaten zouden in de Piave verdronken zijn.

De Italianen reageren bijzonder opgetogen op deze overwinning. Na de smadelijke nederlaag bij Caporetto van vorig jaar lijkt het wel de heropstanding van het Italiaanse leger.

Triomfalisme in de Italiaanse pers:links, de chaotische terugtocht van de Oostenrijkers volgens La Domenica del Corriere (7-14 juli 1918), rechts, het gejuich in de Maria degli Angeli-kerk in Rome als het nieuws van de overwinning bij de Piave wordt voorgelezen (La Tribuna Illustrata, 7-14 juli 1918)

Ondanks deze overwinning zijn er van Italiaanse zijde meer doden (ca. 11.000) te betreuren dan van Oostenrijks-Hongaarse. Bovendien zouden er 48.000 geallieerde militairen gevangen zijn genomen (tegen 25.000 langs de andere zijde).

Onder de gevangenen zijn er ook een aantal Tsjechische vrijwilligers geweest die aan geallieerde zijde vochten. Ze werden door de Oostenrijks-Hongaarse autoriteiten meteen als landverraders voor de krijgsraad gebracht en opgehangen.

Ter afschrikking werden foto's van de opgehangen Tsjechische vrijwilligers verspreid
Links, "De chaotische aftocht van de vijand", rechts "De nachtmerrie van de Oostenrijkse keizer" (L' Asino, 30 juni en 7 juli 1918)

Voedselonlusten in Oostenrijk

In heel wat Oostenrijkse steden zijn opnieuw stakingen en rellen uitgebroken als protest tegen het tekort aan voedsel.

In de hoofdstad Wenen zouden de mensen op straat zelfs slogans tegen Duitsland hebben geroepen. In steden met een grote Slavische bevolking, zoals Praag en Laibach (Ljubljana) hebben de rellen een nationalistische ondertoon.

De situatie in de Oostenrijkse steden is rampzaling. Zelfs de magere rantsoenen worden niet gehaald. Duizenden stadsbewoners gaan op en neer naar het platteland, vooral op zoek naar aardappelen.  Heel wat Weense schoolkinderen zijn ondervoed.

De ontevredenheid is des te groter omdat beloofd werd dat de vrede met de Oekraïne en Roemenië snel verbetering zou brengen in de voedselvoorziening. Maar daar hebben de meeste stadsbewoners nog niet veel van gemerkt. Het gerucht circuleert dat de machtige Duitse bondgenoot alles voor zichzelf houdt.

De "broodkrisis" is voorpaginanieuws in de Oostenrijkse kranten. Het hoofdartikel van Arbeiterswisse is door de censuur verboden, waarschijnlijk omdat te openlijk over de rellen werd geschreven (22 juni 1918, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek)

Hongarije, dat met Oostenrijk een “dubbelmonarchie” vormt, gaat nu 1000 wagons aardappelen en 1000 wagons erwten en bonen aan Wenen leveren. Tot nu toe hield het agrarische Hongarije het grootste deel van zijn voedselproductie voor zichzelf, om geen onvrede te scheppen bij de eigen bevolking, en zeker bij de grote nationale minderheden. Zelfs het Oostenrijks-Hongaarse leger werd onvoldoende bevoorraad.

Ook Duitsland zal snel extra voorraden voedsel, vooral graan leveren.  Maar zelfs als al het beloofde voedsel Wenen bereikt, kunnen de 2,3 miljoen inwoners er amper een week van leven.

Links, de strijd tegen het monster van de woeker, rechts, een groep stedelingen op weg naar het platteland om voedsel te hamsteren ( uit het Weense Muskete, 20 juni 1918, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek)
Links, de Duitse keizer wacht tevergeefs op zijn Oostenrijkse collega en de buit uit Italië. Rechts, voor het Oostenrijkse schip van staat dreigt de ondergang, met een verslagen leger en een hongerende bevolking. Tekeningen van de Amerikaan John Knoll.

Onlusten op Belgische groentemarkten door hoge prijzen

Op verschillende markten in het bezette België is het tot incidenten gekomen omwille van de hoge prijzen voor groenten en fruit.  De politie moest hier en daar tussenkomen.

Enkele groentehandelaars op de Brusselse vroegmarkt werden geslagen en raakten gewond. Als reactie willen veel groentekwekers niets meer in Brussel leveren.

De consumenten hadden al een hele tijd last van de hoge prijzen, maar de hoop was dat die met het nieuwe aanbod van het voorjaar zouden dalen. Dat is niet het geval, tot teleurstelling en woede van velen.

De Duitse militaire overheid probeert de gemoederen te bedaren door maximumprijzen voor de markten op te leggen.  Maar volgens sommige bronnen liggen de Duitsers zelf aan de oorzaak van die hoge prijzen.

Aanschuiven aan de Sint Gorikshallen in Brussel in de hoop wat voedsel te bemachtigen ( Collectie Algemeen Rijksarchief)

Een Duits bedrijf zou tegen hoge prijzen massaal groenten en fruit opkopen bij de tuinders. In de stations van Mechelen en Leuven, waar de meeste ladingen verse groenten vertrekken, zijn er van elke tien wagons maar twee voor de Belgen bestemd. De rest vertrekt naar Duitsland of naar de Duitse troepen aan het front.

Volgens de Brusselse schepen Max Hallet is de voedselbevoorrading nog moeilijker dan vorig jaar. Toen konden er nog op grote schaal kaas, kippen en mosselen in Nederland worden gekocht, maar ook bij de noorderburen heerst meer en meer schaarste. Het stadsbestuur geeft fortuinen uit aan het kopen van voedsel, bestemd voor de gemeentelijke gaarkeukens.

De voorzitter van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, Ernest Solvay, is in Nederland om aan de vertegenwoordigers van de (Amerikaanse) Commission for Relief in Belgium extra voedselleveringen te vragen.

Links: "Koop nu want straks wordt het nog duurder". Rechts, het publiek koelt zijn woede op de boer die zijn eieren duur verkoopt. Collectie Keym, Stadsarchief Brussel.

Regeringswissel in Bulgarije

In Bulgarije heeft Aleksandar Malinov een nieuwe regering gevormd. Hijzelf volgt Vasil Radoslavov op als eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken.

Malinov, die al van 1908 tot 1911  de regering leidde, staat aan het hoofd van de (liberale) Democratische Partij. Die vormt nu een coalitie met twee gematigd conservatieve partijen.

Hij heeft gepoogd om de grootste partij, de Nationale Agrarische Unie, in de regering op te nemen. Maar de leider van die partij, Aleksandar Stamboeliski, die in de gevangenis zit vanwege zijn linkse agitatie, wil alleen meedoen als Bulgarije uit de oorlog stapt.

Aleksandar Malinov (centraal) en zijn regering in 1908

Koning Ferdinand van Bulgarije heeft de Duitse keizer in een telegram laten weten dat de regeringswissel geen verandering zal brengen in de Bulgaarse buitenlandse politiek. Malinov bevestigt dat. Hij heeft altijd de deelname van Bulgarije aan de oorlog aan de zijde van Duitsland. gesteund.

Toch vraagt de Geallieerde pers zich af of dit niet het begin is van een koersverandering. Zoals veel Bulgaren had Malinov voor de oorlog pro-Russische sympathieën, in tegenstelling tot zijn voorganger Radoslavov en de koning, die als pro-Duits gelden.

Koning of tsaar Ferdinand van Bulgarije tweemaal op de voorpagina van Franse publicaties, volgens Le Petit Journal Illustré was olifanten temmen een van zijn hobbies (BnF, Gallica)

De nieuwe premier wil met zijn bondgenoten opnieuw praten over de Dobroedzja. Het grootste deel van dat gebied aan de Zwarte Zee staat nu onder gemeenschappelijk beheer van de Centrale Mogendheden, maar de Bulgaren beschouwen het als van hen, ook al is de bevolking er zeer gemengd.

Karikatuur van Ferdinand en Malinov uit 1908

32e zege voor Duitse piloot

Eerste luitenant Ernst Udet heeft zijn 32ste overwinning in de lucht behaald. Op 24 juni schoot hij twee vliegtuigen neer.

Daarmee is Udet de meest zegerijke Duitse luchtheld van dit moment. De twee meest succesvolle “azen”, von Richthofen en Boelcke, zijn beiden omgekomen.

Door de toegenomen intensiteit aan het westelijk front is het aantal luchtgevechten sterk gestegen. De scores van de “azen” stijgen snel. De besten halen zelfs meer dan één overwinning op dezelfde dag.  

De meest succesvolle Franse gevechtsvlieger van dit moment is René Fonck. Hij heeft op 25 juni drie vliegtuigen neergehaald. In mei haalde hij zelfs zes overwinningen op dezelfde dag, in twee vluchten. 

René Fonck bij een van zijn vliegtuigen, een Spad 103, en in een trein met zijn "huisdier", de ooievaar Hélène.
Een Franse piloot haalt een Duits vliegtuig neer, tekening uit het Franse L' Illustration (6 juli 1918)

Dan toch geen dienstplicht in Ierland

De Britse regering schrapt het voornemen om de militaire dienstplicht uit te breiden tot Ierland.

Tegelijk worden de plannen voor Iers zelfbestuur weer eens opgeborgen. De regering van Lloyd George had dienstplicht en zelfbestuur aan elkaar gekoppeld.

Het verzet van de Ierse bevolking tegen de dienstplicht was zo massaal dat het eiland op de rand van een revolutie leek. Enkele dagen geleden deed de burgemeester van Dublin zelfs een beroep op de steun van de Amerikaanse president Wilson in het verzet.

De houding van de Ierse katholieke bisschoppen heeft het verzet enorm aangemoedigd. Dit is opmerkelijk, omdat sommige bisschoppen voordien campagne voerden om vrijwillig dienst te nemen in het Britse leger, onder meer vanwege de bezetting van het katholieke België.

Een van de vele grote manifestaties tegen de invoering van de dienstplicht in Ierland, in Dungannon.

In Engeland is weinig begrip voor die houding te vinden. De meeste Engelsen vinden het ongehoord dat gehuwde mannen in Groot-Brittannië tot hun 50ste onder de wapens moeten en jonge vrijgezellen in Ierland niet. Ook de toenadering tussen de bisschoppen en de extreem-nationalistische Sinn Féin wordt bekritiseerd. Sommigen zien daarachter de Duitse invloed op het Vaticaan.

De hele zaak heeft anti-Britse gevoelens bij de grote meerderheid van de Ieren nog veel meer aangewakkerd dat de Paasopstand van twee jaar geleden.

Het laten vallen van zelfbestuur komt Lloyd George wel goed uit. De protestantse meerderheid in Ulster, in het noorden, is en blijft zeer gekant tegen Home Rule. De kwestie lijkt onoplosbaar.

Links: John Bull probeert Ierland met zelfbestuur te verleiden om tegen de Duitse 'barbarij' te vechten. Rechts: de Duitse slang ligt aan de basis van het Ierse probleem en moet eerst uitgeschakeld worden. Tekeningen van John Staniforth in  de Western Mail, 1918

Veroordeling leiders Wachttorengenootschap

In de Verenigde Staten zijn zeven bestuurders van het Wachttorengenootschap, een religieuze beweging, veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Onder hen de voorzitter van het genootschap, Joseph Franklin Rutherford. Ze zijn schuldig bevonden aan samenzwering, insubordinatie, ontrouw en verzet tegen de dienstplichtwet.

Reden van de veroordeling is de publicatie vorig jaar van het boek The Finished Mystery, dat door het genootschap op grote schaal is verspreid, ook in verschillende vertalingen. Het boek maakt voorspellingen op basis van de Bijbel en is een echte bestseller. Maar volgens de rechtbank is het gevaarlijke propaganda tegen de oorlog en daarom strafbaar op grond van de omstreden Spionagewet.

Patriottisme, zo staat in The Finished Mystery, “is enggeestige haat jegens andere mensen”, aangehangen door “misleidende moordenaars die helemaal handelen in de geest van de duivel”. De oorlog wordt “het natuurlijk product van onze onchristelijke beschaving” genoemd en deelname daaraan is onethisch.

Gevangenisfoto's van Rutherford en een pamflet dat protesteert tegen zijn aanhouding en die van zijn collega's

Het Wachttorengenootschap staat volledig buiten de politiek, maar was al vanaf het begin tegen de oorlog gekant. Zijn aanhangers, bekend als de “bijbelonderzoekers” (Bible Students), weigeren vaak militaire dienst en worden daarvoor vervolgd en streng gestraft.  Bovendien vallen Rutherford en zijn medestanders fel de geestelijken aan die de oorlog steunen.

Het gevolg is dat zowat overal in de VS haatcampagnes ontstonden tegen de bijbelonderzoekers. Op veel plaatsen zijn ze aangevallen, opgepakt, verjaagd, soms met pek en veren ingesmeerd. In Canada werd The Finished Mystery in februari van dit jaar verboden. Dezelfde maand werd Rutherford gearresteerd. Kort daarvoor had hij in een lezing gezegd dat de geestelijkheid als klasse het meest verantwoordelijk is voor de Grote Oorlog.

Voorpagina van 'The Finished Mystery' en reclame voor het boek

Het Wachttorengenootschap ziet in de oorlog het begin van het einde der tijden zoals aangekondigd in het boek Openbaring. Eerst was gezegd dat de wereld in 1914 zou vergaan. Begin dit jaar schreef Rutherford dat in 1918 het Koninkrijk Gods op Aarde zal worden gevestigd.

Naschrift: na in beroep te zijn gegaan zullen Rutherford en zijn medebestuurders in maart 1919 worden vrijgelaten. In 1931 zal hij de naam van zijn beweging veranderen in “Jehova’s getuigen”.