Zijn mensenrechten nog belangrijk?

Dat president Trump de VS terugtrekt uit de Mensen­rechten­raad komt niet als een verrassing. Toch is dit tot dusver het duidelijkste teken aan de wand dat de multilaterale architectuur van de wereld krakende barsten gaat vertonen. Allianties, afspraken en verdragen staan ter discussie. En inzake mensenrechten is de discussie niet eens meer of die worden nageleefd of niet. De vraag is welke mensenrechten de wereld überhaupt nog ter harte wil nemen.  

labels
Bert De Vroey
Buitenlandjournalist bij VRT NWS, gespecialiseerd in de Verenigde Staten.

De Mensenrechtenraad had de verbeterde versie moeten worden van de oude VN-Mensenrechtencommissie. En die commissie, opgericht in 1946, behoorde tot de oudste organen van de Verenigde Naties. Het mensen­rechten­platform belichaamde de wens van de toenmalige wereld om - na de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog - te streven naar een klimaat dat vrij was van geweld, uitbuiting en onderdrukking.

Door een canon van basisrechten op te lijsten (twee jaar later in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens) schonk de internationale gemeenschap zichzelf een humanitaire meetlat. Niet alleen konden de VN daarmee de naleving van grondrechten beoordelen, ze konden er overtreders ook mee bestraffend op de vingers tikken. 

Hypocrisie

Dat het mensenrechtendebat van meet af aan stijf stond van hypocrisie mag  - terugblikkend - wel duidelijk zijn. De naoorlogse VN-architectuur werd niet alleen gestuurd door de toenmalige grootmachten die de Tweede Wereldoorlog hadden gewonnen, ze werd ook overheerst door een dominant westerse visie.

Uiteraard werden niet alle wanpraktijken aan de kaak gesteld en werden sommige mensenrechtenschendingen makkelijker onder de mat geveegd dan andere. Naarmate de koloniale ontvoogding vorderde en er steeds meer jonge derdewereldlanden hun intrede deden in de VN-familie, kwam het ook vaker (en makkelijker) tot antikoloniale en zogenaamd anti-imperialistische stemmingen - niet alleen in de Algemene Vergadering van de VN, maar ook in de mensenrechtencommissie. Israël werd op die manier inderdaad vaak het mikpunt van het soort afkeurende resoluties waarvan andere boosdoeners gespaard bleven.  

Die dubbele standaarden en hypocrisie hebben de VS er uiteindelijk toe aangezet om de Mensenrechtenraad de rug toe te keren. Hun kritiek snijdt hout: de raad herbergt veel te veel mensenrechtenschenders. Alleen valt hun uitstap op een onprettig moment, net wanneer de wereld beelden te zien krijgt van migrantenkinderen in Amerikaanse kooien. De VS hebben in de voorbije zeventig jaar trouwens meermaals de mensenrechten met voeten getreden, van Alabama over Vietnam tot Guantanamo.

Hoekstenen

Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. Dat de Amerikanen het mensenrechtenboekje te buiten zijn gegaan, neemt niet weg dat ze - als supermacht - een cruciale rol konden spelen in de promotie en controle van die mensenrechten. Hun gewichtige aanwezigheid in de Mensenrechtenraad leek daarvoor een belangrijke hefboom te zijn. 

Het grote risico van de Amerikaanse uitstap is precies dat de waarde van de mensenrechten als zodanig op de helling komt te staan. VS-ambassadeur Nikki Haley ontkende dat mensenrechten voor Washington aan belang zouden inboeten. Maar door het controlemechanisme op mensenrechten de rug toe te keren, lijk je toch ook de prioriteit ervan te ondergraven. 

Dat de enige hypermacht van de wereld zich uit het VN-orgaan voor de mensenrechten terugtrekt, is dus lang geen fait divers. Ze dreigen  daarmee een hoeksteen weg te halen uit het al krakende bouwwerk van de VN. 

Vriend of vijand?

President Trump had al eerder afstand genomen van de VN en de daarmee verbonden internationale instellingen. Zoals bekend trok hij de VS terug uit het Klimaatakkoord van Parijs. Hij zegde het lidmaatschap op van de Unesco, de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Minder bekend is dat de VS zich ook teruggetrokken heeft uit het Global Compact on Migration, een platform waar over migratie wordt overlegd. 

Trump wantrouwt multilaterale instellingen in het algemeen en die van de VN in het bijzonder. Hij is als de dood om soevereine beslissingsmacht uit handen te geven - nochtans een basisprincipe van internationale verdragen en afspraken. Hij wil maximale armslag om unilateraal te kiezen voor bilaterale deals en overeenkomsten. 

Trumps benadering van de nucleaire dreiging van Noord-Korea en Iran is daarvan de treffendste illustratie. Het internationaal onderhandelde akkoord met Iran, dat al drie jaar lang geverifieerd en gecontroleerd wordt door het Internationaal Atoomenergieagentschap, veegt hij van tafel als zwak en onbetrouwbaar. Een rudimentaire intentieverklaring van Kim Jong-un, na een gesprek onder vier ogen (acht als je de tolken meetelt), prijst hij aan als een historisch succes en blijk van groot staatsmanschap.

Met zulke vrienden heeft Europa geen vijanden meer nodig.

De Europese bondgenoten van Amerika staan er verbijsterd maar machteloos op te kijken. Terwijl de Noord-Koreaanse leider - een notoir dictator en schender-op-grote-schaal van de mensenrechten - het hart weet te winnen van Trump, vuurt de president smalende tweets af waarin hij de Duitse regering doelbewust verdacht maakt en ondermijnt.

Met zulke vrienden heeft Europa geen vijanden meer nodig. Wat de voorbije jaren aan Poetin werd verweten - dat hij Europa stiekem uit elkaar wil spelen -  doet de Amerikaanse president nu open en bloot. Niemand minder dan NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg uitte deze week zijn vrees voor een heuse trans-Atlantische breuk in de NAVO. In het verleden wisten NAVO-bazen spanningen altijd vakkundig onder de mat te spinnen. Stoltenberg koos ervoor om luidop te waarschuwen. De NAVO-top in Brussel op 11 en 12 juli wordt cruciaal. 

Recht op asiel?

Toch is het niet enkel de Amerikaanse president die aan de oude orde wil tornen. De snelheid waarmee decennia oude principes als het recht op asiel, internationale bescherming of de vluchtelingenstatus nu in vraag worden gesteld, is opmerkelijk. Aan de basis daarvan ligt vanzelfsprekend de vluchtelingen- en migratiecrisis van 2015 en 2016, die West-Europa met een trauma heeft opgezadeld. De asielverlenende instanties en opvangstructuren bleken niet opgewassen tegen zo'n massale toestroom, en de publieke opinie bleek er allerminst mee opgezet. 

Dat leidde tot de vraag of de asielwetten zélf nog wel zijn toegesneden op dat soort situaties. Je merkt nu hoe het recht op asiel lijkt te verschuiven (en verengen) tot een recht (of is het gunst?) van hervestiging. Het zijn de ontvangende landen die steeds beter willen selecteren wie ze laten overkomen en immigreren; het recht op bescherming van wie zich, bedreigd of vervolgd, in een ander land weet aan te bieden, is niet langer gegarandeerd.

De nieuwe modellen waarvoor nu luidop gepleit wordt, illustreren dat. Steeds meer wil Europa de asielprocedure buiten de eigen grenzen houden. Voor staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) zou zo'n procedure op Europese bodem zelfs onmogelijk moeten worden. Asielzoekers en kandidaat-vluchtelingen zouden enkel nog in kampen een aanvraag kunnen lanceren. Het zou dan om vluchtelingenkampen gaan in oorlogsgebied (in het voorstel van Francken), of in transitkampen (net) buiten Europa (in de voorstellen van Europees president Tusk of de Oostenrijkse kanselier Kurz).

Het valt moeilijk te ontkennen dat het recht op asiel wordt ingeperkt en versmald. 

In zo'n scenario zou een oorlogsvluchteling die onderdak heeft gevonden in een vluchtelingenkamp misschien nog kans maken op asiel of bescherming in Europa. Asiel wordt dan hervestiging. Maar de individuele politieke opposant, de intellectuele dissident of de bedreigde homo die een autoritaire politiestaat ontvlucht die níét in oorlogsgebied ligt, zou de kansen op asiel en bescherming daarmee zien slinken.

Het valt moeilijk te ontkennen dat het recht op asiel daarmee wordt ingeperkt en versmald. Ook dat was nochtans een basisprincipe van de naoorlogse wereldorde.    

Stenen en grenzen

Het is verleidelijk en gevaarlijk om gelijktijdigheid te verwarren met samenhang of verbanden. De vraag is in hoeverre de kooien met kinderen in Texas, de uitstap uit de Mensenrechtenraad of de opgelaaide discussie over de migratiecrisis in Europa iets met elkaar te maken hebben. En toch kan de ene discussie de andere kwestie voeden en beïnvloeden. Met elke steen die verschuift, worden ook grenzen verlegd - en komt er ruimte voor weer andere voorstellen, breuken en ideeën.

Plannen maken voor een volkstelling van Roma-zigeuners? Stigmatiserende stickers aanbrengen op de huizen van verenigingen die vluchtelingen steunen? Knokploegen die jacht maken op buitenlanders? Je kan het zo kwaad niet bedenken of het gebeurt intussen. Vandaag al, in Europa.