De verkiezingen van de waarheid voor Erdogan: een terugblik op zijn carrière

Vandaag vinden er in Turkije presidents- en parlementsverkiezingen plaats waarmee het politiek stelsel drastisch zal worden veranderd. De nieuwe president krijgt verregaande bevoegdheden, het parlement zal een deel van zijn controlerende functie verliezen. De kans is bijzonder groot dat president Erdogan zichzelf zal opvolgen. Recep Tayyip Erdogan draait al decennialang mee in de Turkse politiek. Een terugblik op zijn bewogen carrière.

(Klik op de tijdlijn om meer te weten te komen)

Recep de voetbalfan

De jonge Recep Erdogan groeide op in Istanbul. Hij kreeg zijn vorming in een islamschool, en was een groot liefhebber van voetbal.

Vroege voeling met politiek

Al snel kwam Erdogan in aanraking met de politiek, via zijn geestelijke vader, de streng-islamitische Necmettin Erbakan en zijn Welvaartspartij.

Burgemeester van Istanbul

In 1994 werd Erdogan burgemeester van Istanbul. Hij liet zich opmerken door zijn efficiënt stedelijk beleid, dat – toen al – zorg droeg voor ecologie. Met zijn islamitische achtergrond verbood hij ook de verkoop van alcohol in café’s uitgebaat door de stedelijke overheid.

4 maanden cel

Erdogan nam geen blad voor de mond. Uit protest tegen het bannen van de fundamentalistische Welvaartspartij las hij in 1997 een islamitisch gedicht voor: de moskeeën zijn onze kazernes, de koepels onze helmen, de minaretten onze bajonetten en de gelovigen onze soldaten. Het leverde hem een veroordeling op omdat het citeren van de regels in strijd was met de scheiding tussen religie en staat. Erdogan moest vier maanden de cel in en verloor zijn politieke rechten.


Oprichting AKP of Partij voor Rechtvaardigheid

In 2001 richtte Erdogan een nieuwe partij op, de AKP of Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling. Daarmee trok hij een jaar later naar de verkiezingen, die de AKP glansrijk won. Zelf mocht hij door zijn veroordeling aanvankelijk geen premier worden, maar daar werd in 2003 een mouw aan gepast door een wetswijziging. Het werd het begin van Erdogan’s lange carrière als leider van Turkije.


Hervormer en bondgenoot

Door de buitenwereld werd premier Erdogan de eerste jaren aanzien als hervormer, een bondgenoot ook. Hij profileerde zich als voorstander van toetreding tot de Europese Unie. De economie van Turkije ging erop vooruit, en dat leverde Erdogan veel steun op onder de Turkse bevolking. Bij verkiezingen in 2007 en opnieuw in 2011 haalde zijn AK-partij steeds betere resultaten.


Corruptieschandalen komen aan het licht

Maar al snel groeide ook de kritiek op Erdogan’s autoritaire regeerstijl. Enkele politieke en corruptieschandalen tastten zijn imago verder aan. Het hoogtepunt van het verzet tegen Erdogan kwam in 2013, toen massaal werd geprotesteerd tegen een door hem gepromoot bouwproject in het Gezi-park in Istanbul. Bij politieacties tegen de manifestanten vielen zeker tien doden en duizenden gewonden. Erdogan verloor onder zijn tegenstanders het laatste beetje krediet.


De eerste presidentsverkiezingen

Door interne partijregels kon Erdogan geen vierde keer premier worden. In 2014 besliste hij daarom een gooi te doen naar het presidentschap. De verkiezingen – de eerste voor een Turkse president – won hij met glans. Het jaar daarop gingen de Turken weer naar de stembus, dit keer voor de vorming van een nieuw parlement. De AKP van Erdogan haalde minder stemmen dan verwacht en kon niet alléén een regering vormen. Enkele maanden later worden er daarom nog maar eens verkiezingen uitgeschreven, die AKP opnieuw een meerderheid bezorgen.


Turkije geteisterd door geregelde aanslagen

Turkije wordt intussen geteisterd door geregelde aanslagen. Afwisselend van terreurbeweging IS en van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK. Zij zijn de vijanden van Turkije, zegt Erdogan steevast in speeches, en hij voegt er nog een derde groep bij die hij als terroristisch omschrijft: de beweging van islamprediker Fetüllah Gülen. Een naam die buiten Turkije op dat ogenblik amper bekend is, maar dat zou veranderen vanaf de zomer van 2016.


Mislukte staatsgreep

Op 15 juli van dat jaar plegen elementen binnen het Turkse leger een mislukte staatsgreep. Erdogan ontsnapt ternauwernood aan een aanslag op zijn leven. Hij zet meteen het tegenoffensief in. Het is Gülen die achter de couppoging zat, zegt hij. Duizenden mensen worden opgepakt in de maanden na de staatsgreep. De campagne tegen de Gülenbeweging gaat tot vandaag voort. In totaal werden bijna 150.000 mensen ontslagen uit leger en politie, het justitieel apparaat, de ambtenarij, de media en het onderwijs. 50.000 mensen verdwijnen achter de tralies. De media worden gemuilkorfd.


Machtsuitbreiding van de president

In april vorig jaar organiseert Erdogan een referendum over de uitbreiding van de macht van de Turkse president. Hij wint die nipt, met een goeie 51%. Turkije moet met een nieuwe grondwet een presidentieel regime krijgen, met ruime bevoegdheden voor het staatshoofd. Normaal zouden pas eind volgend jaar verkiezingen worden georganiseerd volgens de aangepaste grondwet, maar de stembusgang werd vervroegd. Omdat het steeds minder goed gaat met de Turkse economie, zeggen critici, Erdogan wou profiteren van de populariteit die nu nog heeft bij een groot deel van de bevolking.


Oppositie maakt een kans

Maar het belooft spannend te worden, want de oppositie is erin geslaagd om zich min of meer te verenigen. Ze beloofden dat ze zich – als er een tweede ronde komt – allemaal zullen scharen achter de sterkste oppositiekandidaat. Erdogan heeft gegokt, het valt af te wachten of hij zal winnen.